Recensie

Recensie Muziek

Wildschut en vrienden spelen energiek en bezield in een leeg TivoliVredenburg

Klassiek Violiste Noa Wildschut was artist in residence in tijden van corona. Vrijdag speelde ze een heerlijke wereldpremière van Jacob ter Veldhuis.

Noa Wildschut & Friends live in TivoliVredenburg.
Noa Wildschut & Friends live in TivoliVredenburg. Foto Juri Hiensch

Violiste Noa Wildschut had zich waarschijnlijk iets anders voorgesteld van haar seizoen als eerste artist in residence van het AVROTROS Vrijdagconcert. In september mochten er nog enkele concertgangers bij zijn, toen ze soleerde in het Derde vioolconcert van Saint-Saëns. Vrijdag sloot ze haar residency af in een leeg TivoliVredenburg, waar ze met vijf muziekvrienden onder meer een wereldpremière van Jacob ter Veldhuis speelde, schitterend uitgelicht en ondersteund door visuals van Noortje van den Eijnde.

Wildschut vroeg Ter Veldhuis om „iets met verbinding” te doen in zijn opdrachtcompositie, en dat verzoek was precies de vonk die hij naar eigen zeggen nodig had om een aantal smeulende ideeën te doen ontbranden. Ter Veldhuis liet zich voor het sextet Hexagram of the Heavens inspireren door een beeld uit Joni Mitchells ‘Amelia’ (zes vliegtuigstrepen boven een vlakte) en het eerste hexagram van het Chinese orakelboek I Ching, dat ook uit zes ongebroken strepen bestaat. Praktisch gezien zette hij twee trio’s van viool, altviool en cello tegenover elkaar, die aan het slot delicaat samensmolten.

Dat enigszins cerebrale uitgangspunt inspireerde Ter Veldhuis tot heerlijke, organisch klinkende muziek van constante transformatie. Vanuit een stemmige cello-inzet ontstond een traag akkoordenweefsel, dat zich via Wildschuts pizzicato en een geplukte baslijn ontwikkelde tot een gelaagde groove à la Terry Riley’s klassieker Sunrise of the planetary dream collector.

Energiek, met een spervuur van rauwe nootherhalingen en een krachtige puls – voor Ter Veldhuis tapten Wildschut en haar vrienden uit een heel ander vaatje dan voor het verfijnde Terzetto van Dvorák, waarmee het concert was begonnen. Klankverfijning en energie ontmoetten elkaar in het slotstuk, een bezielde uitvoering van Tsjaikovski’s Souvenir de Florence.