Profiel

Supertalent Bernal overwint in de Giro vooral zichzelf

Wielrennen Egan Bernal (24) won zonder veel tegenstand de Giro. Na een minder seizoen lijkt hij terug op het niveau van zijn Tourzege in 2019.

In de afsluitende tijdrit kwam de eindzege van de Colombiaan Egan Bernal in de Ronde van Italië geen moment meer in gevaar.
In de afsluitende tijdrit kwam de eindzege van de Colombiaan Egan Bernal in de Ronde van Italië geen moment meer in gevaar. Foto Luca Bettini/AFP

Geen beeld in deze Giro met meer symboliek dan het moment dat Egan Bernal vanuit het niets het ijskoude en kletsnatte bergdorpje Cortina d’Ampezzo binnenglijdt. Het beestenweer is zelfs de camera’s van de Italiaanse televisiezender Rai te machtig geweest, niemand heeft de 24-jarige Colombiaan zien schitteren op de slotklim van de Passo Giau. Tot hij in de laatste meters op de gladde keitjes van de Corso Italia doodgemoedereerd het zwarte regenjasje van zijn lijf peutert en zich ontpopt tot een roze vlinder, die juichend over de streep komt. Ritwinst in de leiderstrui. Terug aan de top.

De 104de Giro d’Italia, zondag in Milaan gewonnen door Bernal, gaat niet de geschiedenis in als een epische editie. Mooie ritwinnaars als de Nederlander Taco van der Hoorn of de Italiaanse routinier Damiano Caruso, die tweede werd in het klassement en zaterdag de laatste bergrit won. Maar echt spannend was de strijd om de eindzege niet. Bernal, de Tourwinnaar van 2019, won twee etappes en reed de laatste twee weken in de roze leiderstrui. De kopman van het Britse Ineos Grenadiers kon zich in de slotweek een kleine inzinking veroorloven zonder dat de concurrentie profiteerde. Bernal overwon deze Giro vooral zichzelf.

Met 1.59 minuut voorsprong op Caruso, voorafgaand aan de door Filippo Ganna gewonnen afsluitende tijdrit, kwam Bernals eindzege zondag geen moment in gevaar. Hij verspeelde maar een halve minuut.

Colombiaans rolmodel

Glory days, die magische zomer van 2019, als hij na de Tourzege per helikopter thuiskomt in zijn op 2.650 meter hoogte gelegen geboorteplaats Zipaquirá. Jong en oud, man en vrouw, arm en rijk: op het centrale plein van de stad juichen tienduizenden de eerste Colombiaanse Tourwinnaar ooit toe. Hun held, het jochie dat hier vroeger op zijn mountainbike zo onnavolgbaar naar de top van de zoutmijn klom. Stralende zon, wuivende palmen. Overal het nationale geel-blauw-rood, fans met gele petjes en truien, metershoge muurschilderingen. Bienvenido Egan, Gracias!

„Ik was een van hen”, zegt Bernal in een filmpje van de bijzondere huldiging, gemaakt door zijn ploeg. Na de Tourzege zal alles anders worden, beseft hij direct. „Niet mijn persoon is veranderd, maar mijn omgeving.” Hij is vanaf nu rolmodel voor miljoenen Colombianen. „Ik bied hoop aan veel mensen die leven zoals ik tot voor kort ook leefde.” De gevleugelde klimmer is dan pas 22 jaar. Naast nationaal idool is hij kopman van de rijkste wielerploeg ter wereld, miljonair bovendien. Blijf dan maar eens jezelf.

Johan Bruyneel ziet als een van de eersten dat Bernal in 2020 is veranderd. „Ik vraag me hardop af of hij nog de juiste levensstijl heeft”, stelt de oud-ploegleider van Lance Armstrong en Alberto Contador in zijn column op Wielerflits. Door de coronacrisis heeft de Tourwinnaar uitsluitend kunnen trainen in eigen land, waar de verering geen grenzen kent en zijn leven op zijn kop staat. Als hij die zomer naar Europa komt, is Bernal nog maar een schim van zichzelf. In de Tour stapt hij af. „Hij verkeert op een gevaarlijk punt in zijn loopbaan”, concludeert Bruyneel.

Maar Bernal vecht terug, zoekt in de winter contact met zijn vroegere Italiaanse ploegleider en vertrouwensman Giovanni Ellena en hervindt zijn wielerpassie. Hij omarmt zijn voorbeeldfunctie als sociaal geëngageerde topsporter. ‘SOS Colombia’ post hij op 4 mei op Instagram. In Colombia waren eind april rellen uitgebroken toen de regering een belastinghervorming aankondigde. Bernal neemt het op voor het volk. „Er zijn plekken van extreme armoede, geweld, gebrek aan gezondheid en onderwijs etc, etc, etc. Zelfs als het niet makkelijk is hoop ik dat meneer de president @ivanduquemarquez een oplossing vindt voor al deze chaos.”

Rugblessure

Rugblessure? Toen het supertalent in zijn eerste profjaren onstuitbaar de top bestormde, hoorde je hem er niet over. Vorig jaar vond hij er ineens een reden in voor zijn terugval. „Mijn linkerbeen is 1,7 centimeter langer met als gevolg een verkromming van de wervelkolom”, verklaarde Bernal tijdens deze Giro. Terug in Italië, waar hij in 2016 zijn profloopbaan begon, blijkt hij zijn handicap te hebben geaccepteerd. „We moeten gewoon de goede balans vinden en eraan blijven werken.”

Cijfers op fiets-app Strava zeggen veel. Zoals aan het einde van de eerste week in die laatste 1,47 kilometer op het lastige grindpad naar Campo Felice, met een gemiddeld stijgingspercentage van 8,2 procent. Bernal spuit met 38,2 kilometer per uur bij iedereen vandaan en haalt er een gemiddelde van 23,6 kilometer per uur. Voor kenners: zijn gemiddelde vermogen tijdens dit kunststukje is 439 Watt, wat bij zijn gewicht van even boven de 60 kilo tot een topscore van 7,3 Watt per kilogram leidt. Explosies die niemand kan volgen. De rug houdt het weer.

En nu, na de Girowinst ook deelnemen aan de Tour? Bernal bezweert dat hij op 26 juni in Brest niet aan de start zal verschijnen. „Ik neem de tijd om mijn lichaam te laten herstellen.” Hij won in Italië ook dankzij een sterke ploeg om hem heen, met als uitblinker zijn landgenoot Daniel Felipe Martinez. In de Tour heeft Ineos straks kopmannen als Geraint Thomas (Tourwinnaar 2018), Richard Carapaz (Girowinnaar 2019) en Tao Geoghegan Hart (Girowinnaar 2020). Maar zijn zij goed genoeg om de Slovenen Tadej Pogacar of Primoz Roglic, de nummers één en twee van vorig jaar, te verslaan? Dat lijkt uiteindelijk alleen weggelegd voor Bernal.