Opinie

Nieuwe ronde coronasteun kan zijn doel de komende weken snel voorbijschieten

Steunpakket

Commentaar

Niets afbouwen van noodsteun en ombouwen naar een herstelagenda, zoals economen van het Centraal Planbureau hadden bepleit, maar door op de bestaande weg met nog eens 6 miljard euro. Dat bedrag trekt het kabinet uit om de bestaande subsidies – bedoeld om de economische schade van corona te dempen – door te trekken in de maanden juli, augustus en september. In totaal schat het kabinet de noodsteun tot aan het eind van de coronacrisis nu op bijna 81 miljard euro. Om een gevoel te krijgen hoeveel geld dat is: 81 miljard euro is net zoveel als één euro voor elke seconde sinds het begin van de Eerste Peleponnesische Oorlog (450 voor Christus) tussen Athene en Sparta.

Dat er iets gedaan moest worden om de zomer door te komen, daarover was iedereen het wel eens. Een te abrupte stop van de steun zou bedrijven die door de crisis hun reserves hebben zien verdampen net over het randje van faillissement kunnen duwen, met alle nadelige economische gevolgen van dien.

Maar opnieuw een totaalpakket klaarzetten om de komende drie maanden te overleven, daar bestaat terecht veel twijfel over, weerstand buiten politiek Den Haag, welteverstaan. Zo schreef directeur Pieter Hasekamp van het CPB dit voorjaar al dat zodra de coronabeperkingen worden opgeheven, de reden voor de subsidies voor bijvoorbeeld de lonen en de vaste lasten van bedrijven vervalt. De subsidies hinderen de normale economische dynamiek van bedrijven. Mensen zitten door de loonsubsidie NOW betaald thuis, terwijl andere sectoren geen personeel kunnen vinden. Ook binnen de ministeries zou ambtelijk het advies gegeven zijn om deze zomer te gaan afbouwen.

Dat dat nu niet gebeurt, heeft ook een politieke reden: Den Haag zit midden in een slepende formatie en geen van de partijen in de Tweede Kamer heeft zin nu als kille saneerder te worden weggezet.

Vooropgesteld: de massale en betrekkelijk ongeclausuleerde steun die de overheid vorig jaar direct gaf na het uitbreken van de pandemie verdient een compliment. Buiten iemands schuld werd de economie op slot gezet en het verdienvermogen van grote delen van het Nederlands bedrijfsleven lamgelegd. Dat daar tientallen miljarden overheidssteun voor werden klaargezet om massale faillissementen en gierende werkloosheid te voorkomen, is alleen maar te prijzen, zeker in de paniek van de eerste periode van de pandemie.

Hoe anders staat het er nu, ruim een jaar later, voor. Nederland wordt in rap tempo gevaccineerd, de planning is nog steeds om voor 1 juli iedereen die dat wil in elk geval één prik te hebben gegeven. Als gevolg van de toenemende fysieke weerbaarheid tegen het virus kan ook de economie weer stapsgewijs worden geopend. Het opheffen van de avondklok, het heropenen van de terrassen en scholen, winkels en pretparken zijn daar recente voorbeelden van. In andere sectoren, zoals de restaurants, blijven vooralsnog forse beperkingen.

In een ideale wereld is de huidige fase van de coronacrisis een tijd om van generieke maatregelen over te stappen op maatwerk. Geen geldverslindende generieke pakketten meer, maar per sector of per bedrijf kijken wie nog waar behoefte aan heeft. Die ideale wereld bestaat echter niet, en zeker niet aan het Binnenhof. De problemen die de uitvoeringsdiensten hebben (fiscus, toeslagen, uitkeringen), zijn genoegzaam bekend. Een extra taak waarbij het merendeel van het midden- en kleinbedrijf tegen het licht gehouden moet worden om te zien welke steun waar gewenst is, is – hoe onbevredigend ook – praktisch onuitvoerbaar.

Het kabinet toont zich niet helemaal doof voor de risico’s van te lang doorgaan met steun. De regelingen die nu nog openstaan, ademen deels mee met hoe de bedrijven die er gebruik van maken het doen. Anders gezegd: hoe meer eigen verdienvermogen een bedrijf heeft, des te minder steun er zal zijn. Ook op het gebied van de schulden wil het kabinet samenwerken met private partijen om bedrijven zonder toekomstperspectief te scheiden van bedrijven met een gezond perspectief. De fiscus stelt zich hierbij uiterst soepel op.

Dat is beter dan niets, maar toch onvoldoende. De periode tussen nu en september is nog lang, de verwachting dat de economie weer snel zal aantrekken is onzeker, maar niet ondenkbaar. In zo’n situatie met miljarden blijven smijten is onverantwoord. Het is aan kabinet en Kamer om de komende weken en maanden scherp op te letten of de steun niet zijn doel voorbijschiet. Een eerdere afbouw dan nu wordt voorzien is om meerdere redenen goed: voor de schatkist, voor bedrijven die het al zonder steun kunnen en daarmee voor Nederland als geheel. Een keer moet de economie weer op eigen benen gaan staan. liever eerder dan later.