Opinie

De duivel die je kent

Tommy Wieringa

De dag van de spectaculaire Shell-uitspraak begon bij een boer in Maarssen. Ik was op zijn erf voor televisieopnames, maar eerst koffie. Hij had een opfokbedrijf voor koekalveren. In zijn stallen brachten ze hun jeugd min of meer onbekommerd door, er werden nog geen productie-eisen aan ze gesteld. Zodra ze groot genoeg waren, gingen ze terug naar de oorspronkelijke eigenaar en begon hun leven als vet- en eiwitleverancier. Er waren valse types bij, zei de boer, echte rotbeesten, maar ook hele lieve, die zich aan je hechtten.

Het gesprek boog af naar de stikstofcrisis en de klimaatcatastrofe, onderwerpen die sinds kort net zo bij het boerenbedrijf horen als trekkers en stallen. Tussen de potloodgrijze wolken gutste het zonlicht over het vroege groen, het was lang niet alles kommer en kwel. Na de oorlog, zei hij, was onze boerenstand het paradepaardje in de wereld, nergens werd zo goed en zo veel geproduceerd als hier. Nu was alles anders, de boer was de gebeten hond – maar als wij het hier niet produceerden dan deden ze het ergens anders wel, en lang zo netjes niet als bij ons. Hij wilde het maar even gezegd hebben.

Een bekende redenering. Ook de Rabobank volgt die, een van de grootste landbouwbanken ter wereld die 85 procent van de Nederlandse veehouders financiert. In de Volkskrant van vrijdag wordt Rabo-topman Wiebe Draijer geïnterviewd over de rol van zijn bank in de stikstofcrisis en de klimaatcatastrofe. Eerst roemt hij het Wirtschaftswunder van de Nederlandse boerenstand, om dan met tegenzin te beamen dat er intussen wel wat haken en ogen aan zitten. Maar gedwongen krimp van de veestapel, de kortste weg naar uitstootvermindering, is voor hem geen optie, want „dat is een autonoom proces”. Hij ziet meer in innovatie en geleidelijke krimp van de boerenstand door gebrek aan opvolging. De lange baan kortom, waar iedere lepe strateeg zijn hoofdpijndossiers graag parkeert.

Ook zal Rabobank zich niet terugtrekken uit sojaplantages en rundveehouderijen in Brazilië, notoire ontbossingsindustrieën. „Wij zijn niet betrokken bij bedrijven die bos opofferen ten dienste van landbouw”, zegt Draijer beslist. „Doen we niet.”

Gotspe, bullshit, wat niet al. Zo investeert zijn bank volop in bedrijven die eigenaar zijn van palmolie-plantages in Liberia. Op die plantages vinden niet alleen landroof en mensenrechtenschendingen plaats maar wordt ook op grote schaal regenwoud gekapt. Nu al is meer dan duizend hectare bos verdwenen bij slechts één van die plantages, aldus onderzoek van de High Carbon Stock Agreement Group in februari dit jaar. Volgens de database van Forest & Finance behoort Rabobank zelfs tot de top drie van internationale banken die betrokken zijn bij ontbossing, landroof en mensenrechtenschendingen. Maar wat betreft Draijer is het juist goed dat zijn bank betrokken blijft bij die industrieën, want andere spelers zijn heel wat minder keurig: „Er is in de wereld meer dan genoeg geld en er zijn in de wereld meer dan genoeg financiers die dan die plaats innemen. Die springen er zo in. En dan ben je die invloed helemaal kwijt.”

In het buitenland zeggen ze vaak tegen hem: „Je bent mijn bankier niet, je bent een natuurbeschermingsorganisatie.” Genoemde bezwaren herkent hij dan ook niet: „In het buitenland krijgen we juist erkenning dat wij een aanjager zijn van verduurzaming. In Nederland krijgen we daar nog veel kritiek op.”

Zit Draijer misschien in een CEO-klasje met de al even verongelijkte Shell-baas Ben van Beurden? Die zei in januari dat Shell in Nederland maar weinig krediet krijgt, terwijl het in het buitenland vaak ‘de ngo uit Europa’ wordt genoemd, door collega’s „die ons niet meer als een oliebedrijf beschouwen maar als een soort hulporganisatie. Dus wij zijn bijna activistisch bezig.”

Grappenmakers onder elkaar.

Ook bij Shell klinkt het argument dat als zij de olie niet oppompen, anderen het zullen doen. Je kunt beter zakendoen met de duivel die je kent dan met de duivel die je niet kent, met andere woorden. Een drogredenering. Het is onbewezen dat de ander onvermijdelijk de ruimte inneemt die jij achterlaat. En dat die fictieve ander zich misschien nog erger misdraagt dan jij, ontslaat Rabobank en Shell niet van verantwoordelijkheid voor het eigen handelen. Gelukkig hebben we rechters die ze terechtwijzen als ze zich daar niet naar gedragen.

Tommy Wieringa schrijft elke week op deze plek een column.