Opinie

De burger kán z'n privacy helemaal niet beschermen

De Rechtsstaat

Onlangs kreeg ik op m’n telefoon een signaal van de auto. Bliep: het dimlicht rechts is stuk. Bliep: de deuren zijn al een half uur niet vergrendeld. Vergat ik de parkeerplek, de auto gidst me erheen. Als digitale consument ben ik makkelijk te lijmen. Maar de dealer heeft nu dus mijn autoleven wel in een database. Hoe vaak rijd ik, waarheen, hoe vlot reageer ik op tips. En nog meer: verbruik, bestemmingen, parkeerplekken etc. Alles om me maar op exact het juiste moment naar de garage te lokken, voor onderhoud. Of voor een andere auto, met nog meer blieps.

Ooit had ik een auto voor de deur, nu heb ik er een in m’n hoofd. Die me kent, kietelt en verzorgt. Het is koud, wil je de verwarming alvast aan? De nieuwste leest straks m’n agenda, scant de boodschappen, let op borden, weghelften, voetgangers en op mij. Dat ik alert blijf.

In Life After Privacyvan de Vlaams-Amerikaanse hoogleraar filosofie Firmin Debrabander lees ik dat in 2017 voor het eerst meer auto’s het mobiele netwerk gebruikten dan telefoons. Fun fact, of juist niet? De informatiemaatschappij wordt steeds meer utopie en dystopie tegelijk. Debrabander legt uit dat ik niet de enige sucker ben. De consument is niet in staat om z’n privacy te beschermen. We doorzien ook niet wat er met onze informatie gebeurt, waaróm die precies verzameld wordt.

Over de Algemene Verordening Gegevensbescherming van de EU uit 2018, die verplicht expliciete toestemming van de consument te vragen, is hij sceptisch. De burger als radertje in de informatiemaatschappij legt het af tegen Big Tech. Wat je in ruil krijgt voor je gegevens, is te interessant of gewoon te handig. Zolang zo’n digitale dienst voelt als een spel, de voordelen groot en onmiddellijk zijn en we niet het gevoel hebben te worden bespied – worden we bespied. Later ontdek je waarom.

Privacy is niet bedreigd, het is al uitgestorven, schrijft Debrabander. Nieuwe digitale mogelijkheden ontwikkelen zich met de snelheid van het licht – en de burger kan het allemaal krijgen. Life After Privacy schetst de ultieme surveillancesamenleving. En stelt ongemakkelijke vragen. Is privacy wel zo belangrijk en waardevol, gezien het gemak waarmee we er afstand van doen? Burgers verwachten veelal geen privacy meer of hebben er lage verwachtingen van. Ze delen vaak al via publieke sociale media hun hele leven. De digitale burger verwacht, nee eist, dat dienstverleners ons zo goed kennen dat ze je belastingbiljet kunnen voor-invullen. En je voorkeuren precies voorspellen.

We belanden in een alwetende omgeving, waarin sensoren adviseren, voorspellen, punten toekennen, kans- en risicoprofielen samenstellen. Het leidt tot supermarkten zonder prijzen, die precies op jouw profiel en winstkans toegesneden op je smartphone verschijnen. Iedereen vlooit onze privé-data uit. Debrabander vindt het verlies van privacy geen onmiddellijke tragedie. Het is een tamelijke recente, moderne uitvinding, als juridisch begrip in de VS pas gemunt in 1890. Net als de Netflix-documentaire Coded Bias, laat hij zien hoe de VS en China gelijk opgaan als datasurveillance maatschappijen. Waarbij in Amerika het bedrijfsleven de drijvende kracht is en in China de eenpartijstaat.

Lees ook: Burger beter beschermen tegen ‘computer says no’

Ik prijs me dan gelukkig dat de Europese Commissie onlangs voorstelde voorspellende algoritmen aan banden te leggen. Biometrische systemen als gezichtsherkenning zouden in de publieke ruimte verboden moeten zijn. Net als sociale kredietscores, die gedrag beoordelen of op basis van (voorspelde ) kenmerken beslissingen nemen of voorbereiden. Ook het volgen van willekeurige personen in de publieke ruimte zou niet moeten kunnen. En er moet onafhankelijk toezicht komen op algoritmen.

Had dat er overigens niet allang moeten zijn? Het is niet zo’n unieke observatie, maar technologie grijpt diep in, het gebruikt en versterkt onze zwakheden. Zie de sociale media waar velen zich gedragen alsof ze alleen op de wereld zijn en onzichtbaar, in een eigen safe space.

En tegenspraak weren als ‘onveilig’ – niemand wordt er uitgedaagd, gevoed met andere inzichten en zo gevormd tot een politiek en staatkundig volwassen burger die een dialoog aankan. Daar betalen we misschien nog wel de hoogste prijs voor – de uitholling van de democratie.

Lees ook Recht en Onrecht, de nieuwsbrief van juridisch redacteur Folkert Jensma