Interview

Wat hebben we geleerd over het gedrag van mensen?

Modelleren Hoe mensen zich gedragen bepaalt het verloop van een pandemie. Wetenschappers Sake de Vlas en Denny Borsboom hebben het afgelopen jaar geprobeerd hier inzicht in te krijgen.

Denk je bij een verstopte neus ‘het zal wel weer hooikoorts zijn’ of laat je je toch testen op het coronavirus? Houd je ook in de buitenlucht 1,5 meter afstand tot iemand anders of ben je daar wat makkelijker omdat het besmettingsgevaar minder groot is? Zoek je af en toe de gezelligheid van het kantoor op of werk je vrijwel alleen thuis? Ga je na een melding van de CoronaMelderApp meteen in isolatie, of wacht je daarmee tot je positief bent getest?

Dit zijn enkele van de vele persoonlijke keuzes die mensen tijdens de coronapandemie moeten maken bij het al dan niet gehoorzamen aan de coronaregels. De optelsom van die individuele keuzes bepaalt of het coronavirus, dat zich vooral verspreidt door rechtstreeks menselijk contact, verder oprukt of juist wordt teruggedrongen. Je zou denken dat beleidsmakers en wetenschappers inmiddels veel hebben geleerd over de manier waarop mensen zich gedragen in het bestrijden van de pandemie.

Maar dat is niet het geval, zegt Sake de Vlas, hoogleraar modellering infectiezieken aan de Erasmus Universiteit. „We blijken niet te weten in hoeverre mensen maatregelen opvolgen. Of bepaalde groepen dat keurig doen en andere totaal niet. Of er regionale verschillen zijn. Of maatregelen niet ook kunnen leiden tot averechts gedrag; bijvoorbeeld studenten die door de avondklok niet afzien van feestjes maar misschien nachten doorhalen.”

Denny Borsboom, hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Amsterdam, valt hem bij: „We zijn niet in staat om in enig detail contactnetwerken in de bevolking in kaart te brengen, laat staan om contactpatronen, die per situatie zouden kunnen veranderen, te vertalen in computermodellen. Daar is te weinig aan gedaan en er is ook te weinig methodologie beschikbaar om dat te doen.”

Voor mij als modellenmaker staat nu helemaal bovenaan: eerst gedrag inschatten en dan pas rekenen

De Vlas en Borsboom praten tijdens een videocall met NRC over de lessen van de pandemie voor hun vakgebied. Beiden doen op hun eigen manier wat de rekenaars en gedragsonderzoekers doen bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), de machinekamer van de pandemiebestrijding.

Modellenmaker De Vlas doet voorspellingen over het verloop van een (tropische) infectieziekte met behulp van een computermodel, dat voortdurend wordt gevoed met nieuwe gegevens – van data over hoe vaak mensen elkaar tegenkomen tot schattingen over de immuniteit van de bevolking: „Dat interesseert doorgaans niemand.” Maar toen de meeste bestuurders en burgers rond carnaval 2020 nog als een konijn in de lamp staarden, zagen De Vlas en zijn collega in hun model al dat de zorg zonder ingrijpen spoedig zou bezwijken onder het nieuwe coronavirus. En dat een uitweg uit de pandemie heel lastig te vinden zou zijn (Nature Scientific Reports, februari 2021).

Psycholoog en methodoloog Borsboom heeft tijdens de pandemie gedragsonderzoek gedaan. Dankzij sensoren op winkelwagens en kleding ontdekte hij hoe lastig het voor mensen is om altijd de vereiste 1,5 meter afstand te houden. In Flevoland nam hij deel aan onderzoek waaruit bleek dat mensen zich twee keer zo vaak laten testen als de teststraat in de buurt is. Daar onderzocht Borsboom ook of mensen makkelijker in isolatie gaan als ze een speciaal informatiepakket krijgen, met onder veel meer een brief van de GGD aan de werkgever dat de betrokkene niet kon werken. Dat kon niet worden aangetoond, onder meer doordat mensen zich ook zonder zo’n pakket al zo goed aan de isolatierichtlijnen bleken te houden.


Is de belangrijkste les van de pandemie dat we menselijk gedrag beter moeten leren kennen?

SdV: „Ja. Voor mij als modellenmaker staat nu helemaal bovenaan: eerst gedrag inschatten en dan pas rekenen. Als je niet kan inschatten in hoeverre mensen maatregelen opvolgen, heb je geen adequate voorspelling. Tijdens de eerste en de tweede golf had je min of meer dezelfde lockdowns. Hoewel de maatregelen bij de tweede golf zelfs intensiever waren – denk aan de avondklok – liep het aantal besmettingen veel minder sterk terug dan tijdens de eerste golf.”

DB: „Dat is het fear appeal, het standaard psychologisch effect aan het begin van een pandemie. Die angst ebt weg, als in een horrorfilm. Dan moet je het gewenste gedrag op een andere manier stimuleren. Hoe, dat blijken beleidsmakers niet goed te weten. De mondkapjesplicht – wat je daarvan ook vindt – is vier maanden tegengehouden op basis van een hypothese dat mensen met mondkapjes meer risicogedrag zouden vertonen. Daar was geen evidentie voor en die kwam ook niet uit experimenten die we zijn gaan doen. Of een heel praktisch voorbeeld: hoewel we weer met de trein reizen, zijn er nog steeds geen looproutes voor het in- en uitstappen van de trein – terwijl gedragskundigen hier echt wel wat over weten.”

Angst ebt weg, als in een horrorfilm. Dan moet je het gewenste gedrag op een andere manier stimuleren

Is er nu meer kennis?

DB: „Ja. Neem ‘procedurele rechtvaardigheid’, een begrip uit de rechtspraak. Als ik snap hoe de rechter tot een uitspraak komt, accepteer ik ook een klotebeslissing – anders niet. Het pandemiebeleid voldoet niet aan de eis van procedurele rechtvaardigheid. Het RIVM komt met een getal over het effect dat een maatregel als de avondklok zou hebben op het aantal besmettingen. Maar niemand snapt het en op een gegeven moment gaan mensen er niet meer in mee. Om dat te voorkomen moeten we de gedragswetenschap serieus gaan betrekken bij het beleid.”

Er ís toch gedragsonderzoek gedaan tijdens de pandemie?

DB: „Heel weinig. Zeker als je bedenkt dat gedrag lange tijd ons enige wapen was, is het gek dat dat wapen niet beter onderzocht is. Een groot probleem is dat de maatschappij weinig bekendheid heeft met gedragswetenschap. Bestuurders en ambtenaren hebben vaak geen idee hoe wetenschappelijk onderzoek werkt. In Dronten werden op meerdere plekken teststraten gebouwd, maar op één plek welbewust niet – om te zien wat het effect was op de testbereidheid. Dat leverde supernuttige informatie op, maar de gemeente wilde aanvankelijk toch op die plek een teststraat. Een gemeente wil geen berichten op sociale media dat bepaalde burgers benadeeld zouden worden. Begrijpelijk, maar als je iets wil leren over menselijk gedrag, moet je dit dat soort keuzes durven maken.”

SdV: „Mijn pijnpunt is dat al het modelleren exclusief wordt gedaan door een unit van het RIVM. In het Verenigd Koninkrijk werken meerdere modelleergroepen en worden de verschillende uitkomsten gecombineerd tot één beeld. Hier gebeurt dat niet; het is voor buitenstaanders een black box. Ik heb het RIVM voorgesteld: als je de privacygevoelige data niet mag delen met anderen, laat dan in elk geval externe experts meekijken – als een alternatieve peerreview. Dat is niet gebeurd. Helemaal in het begin heeft het RIVM ons gevraagd mee te denken en met alternatieven voor analyses te komen, maar meteen daarna gingen de deuren dicht en de rolluiken naar beneden. Maar het mag niet zo zijn dat een partij dat helemaal in handen heeft, zonder onafhankelijke blik.”

Lees hier over de zoektocht naar een exit uit de coronapandemie

Heeft dat los van het principiële punt ook praktische gevolgen?

SdV: „Ja, andere experts zijn nu niet in de gelegenheid om fouten te vinden, een slim idee toe te voegen of mee te discussiëren over een uitkomst. Een voorbeeld. Het model van het RIVM is op zichzelf tamelijk eenvoudig, maar laat wel heel mooi zien hoe verschillende leeftijdscategorieën met elkaar te maken hebben. Dat helpt om beslissingen te nemen die met leeftijd te maken hebben, zoals het openen of sluiten van scholen. Wat ontbreekt zijn andere verschillen tussen bevolkingsgroepen, zoals geografische. Voor het RIVM is de hele Nederlandse bevolking een groot dorp met allemaal dezelfde mensen. Maar sommige mensen zitten in grote sociale netwerken en andere in kleine. In het begin van een pandemie worden vooral mensen getroffen die veel contacten hebben of maatregelen negeren, maar die zijn op een gegeven moment op en dan kom je bij de mensen die toch al niet veel anderen ontmoeten. Voor het RIVM-model zijn niet-immune mensen nu nog steeds even vatbaar als in de eerste golf waardoor de voorspelling te somber kan zijn. Zo waren het RIVM en het Outbreak Management Team afgelopen week tamelijk somber over versoepelingen nu en de mogelijkheden in het najaar; ik ben ervan overtuigd dat dit pessimisme voor een deel komt door de beperkingen van het RIVM-model, Hoe compenseer je voor die beperkingen, zou ik hun willen vragen. Is er een alternatief te verzinnen?”

DB: „Als je wel netwerken onderscheidt in de bevolking, kun je ook beter nadenken over maatregelen om die netwerken door te knippen. Denk aan de bubbels in Fieldlabs. De ene helft van het stadion komt niet in aanraking met andere helft. Dat kan je ook doen op universiteiten, scholen en kantoren. De ene groep mensen komt op dinsdag en donderdag, de andere op maandag en woensdag. Dit soort ideeën zit bij mijn weten allemaal niet in de modellen van het RIVM. Trouwens, ik wil de mensen bij RIVM niet afvallen; ik heb bewondering voor hoe ze al meer dan een jaar doorbeulen zonder weekends en vakanties. Ik wil hen niet bekritiseren, ik wil met hen in gesprek.”

SdV: „Je haalt me de woorden uit de mond.”

Lees hier over het pessimisme van het Outbreak Management Team

Hoe zou je dat gesprek moeten organiseren?

DB: „Wij beiden hebben met andere wetenschappers al eens gepleit voor de oprichting van een onderzoeksplatform. Wetenschappers uit allerlei disciplines zouden kunnen meedenken over maatregelen en studies die gedaan kunnen worden. Die oproep heeft tot niets geleid, maar zo’n platform is nog steeds nodig.”

SdV: „We moeten ook maatregelen evalueren als de avondklok, om te zien in hoeverre ze hebben gewerkt. Dat moet niet het RIVM doen, want dat heeft al gezegd dát ze werken, maar een onafhankelijke partij.”

DB: „De maatregelen waren niet meer dan zandzakjes tegen de dijk bij een grote overstroming. Als er geen vaccin was geweest, was het maar zeer de vraag of we in staat zouden zijn geweest menselijk gedrag voldoende te sturen om deze pandemie in goede banen te leiden. We zijn gered door de gong, dat is pure mazzel.”

SdV: „De vaccins blijken ook te werken tegen de Britse en andere varianten. We hebben dus twee keer mazzel gehad.”

Lees hier over de oproep om de hulp van wetenschappers te vragen

Illustraties Jasmijn van der Weide.