Opinie

Tussen corona en burn-out loopt maar een dun lijntje

Arbeid

Commentaar

Het is wat overdreven om het Binnenhof als de peilstok van Nederland te beschouwen, maar de recente reeks afmeldingen van politici door acute burn-out komt in coronatijd niet onverwacht. Het Binnenhof stond al bekend als een hogedrukomgeving, waar het voor ieder ambitieus individu moeilijk maat houden is. Daar komt corona bovenop, met afnemend sociaal contact en nóg verdere vervaging van de grens tussen privé en werk. Dat zich dan overspannen ministers en Kamerleden tijdelijk terugtrekken, zoals de minister van Economische Zaken Bas van ’t Wout (VVD), is geen verrassing.

En natuurlijk de CDA-parlementariër Pieter Omtzigt, die al wel fysiek afwezig was maar die als politieke schaduw gewoon doorwerkte. Wat een onmogelijke situatie opleverde die nu gelukkig is opgehelderd. Het CDA stelt ad interim een opvolger aan – en Omtzigt kan zich écht aan zijn herstel wijden. Hij is niet beschikbaar, ook niet voor de te veel besproken ‘functie elders’.

Het is vooral ‘corona’ dat burn-out nu nóg herkenbaarder maakt. Dat zit in de uiteindelijk nogal wezenloze kwaliteit van het communiceren in digitale kanalen. Waarin eeuwig microfoons en camera’s haperen – het suggereert vooral collegiaal samenwerken. Maar nu de nieuwheid eraf is, valt op hoe inhoudelijk armoedig en mentaal vermoeiend zulke Skype- of Teamsbijeenkomsten ook kunnen zijn. Na een jaartje beeldbellen zijn velen deze bijeenkomsten beu. Ze plegen niet korter te duren dan fysieke vergaderingen en hebben de spontaniteit van radioverkeer.

Velen is het nieuwe werken uiteindelijk opgedrongen en behalve een privacy-inbreuk ook een bron van onzekerheid. Doe ik het goed, lever ik de juiste prestaties, kom ik over, word ik wel gezien en gehoord. Voor wie solo van huis uit werkt, weegt de afwezigheid van sociaal contact met collega’s zwaar. Er is niemand om terloops de werkzorgen mee te delen, feedback aan te vragen of erkenning. Ook de hardwerkende mens is een sociaal dier – en die staat nu droog. Alle goedbedoelde digitale borrels en pubquizes ten spijt.

Er zijn inmiddels signalen dat corona gevolgen heeft voor het mentale welzijn van werknemers. Een derde van alle ziekmeldingen komt volgens ArboNed sowieso voor rekening van overspanning, burn-out en depressie. In coronatijd lijkt de hersteltijd van burn-out te zijn toegenomen, van gemiddeld 167 dagen in 2016 naar 290 dagen nu. Mogelijke verklaring is dat mensen het nu ‘verder’ laten komen voordat ze zich afmelden.

Wie thuis achter z’n scherm zit te broeien wordt minder snel door een collega opgebeurd. Hoogleraar Willem van Rhenen noemde in NRC drie basisbehoeften die mensen in hun werk zoeken: autonomie, verbondenheid en bekwaamheid. Aan alle drie is nu lastiger te voldoen. Het managen van de eigen werkbelasting is door het verdwijnen van het verschil tussen werk en thuis veel lastiger. De ‘permanente bereikbaarheid’, toch al een fenomeen van de digitale werkplaats, is nu met video-overleg ook fysiek thuis doorgedrongen. Dat was eerst vooral grappig, maar het heeft ook een prijs.

Feitelijk is burn-out een verstoorde balans tussen wat mensen in hun werk stoppen en wat ze ervoor terugkrijgen. Dat uit zich in vermoeidheid, prikkelbaarheid, labiliteit en concentratiestoornissen. Vaak wordt ook cynisme en machteloosheid genoemd. Om dat te vermijden moet de thuiswerker vooral op zichzelf letten – en werkgevers moeten ruimte bieden, een luisterend oor en begeleiding waar mogelijk. Uiteindelijk is mentale belastbaarheid eindig.