Opinie

Speculeren

Marcel van Roosmalen

Bij Big Bazar in Wormer, een groothandel die de crisis wel heeft overleefd, spraken twee mannen boven een stapel tuinmeubelen uit China over Elon Musk alsof hij een tovenaar was. Hij kon cryptomunten laten stijgen en dalen. Het ging van ‘die lul dit’, en ‘die lul dat’.

Twee werkmannen, type hard werken, weinig verdienen.

„Ja, het ging wel lekker”, zei de grootste. „Ik heb van alle munten een beetje, maar toen begon die lul, en nou willen ze niet meer omhoog.”

De ander: „Ja, het staat al dagen vast.”

Cryptomunten.

In Wormer!

Ik besefte opeens dat er wereldwijd duizenden, misschien wel tienduizenden gaten als Wormer zijn. Dat er ergens in New Mexico of Zuid-Korea ook gewone mensen leven die bereid zijn om hun overtollige geld in een zwart gat te gooien. Wat in de echte wereld niet meer lukt, ze knollen voor citroenen verkopen, gaat digitaal heel gemakkelijk. Massaal schaffen mensen betaalmiddelen aan waarmee je nergens kunt betalen. Munten met exotische namen, die om onduidelijke redenen fluctueren in waarde.

Steeds vaker beginnen mensen tegen mij over cryptomunten. Een redacteur van een televisieprogramma vertelde me dat hij over een paar jaar – hij dacht vijf – dacht te verdwijnen naar een eigen eiland in een warm-weer-gebied. Tot die tijd stopte hij bijna zijn volledige maandsalaris in crypto’s.

Laatst zat Heleen van Royen bij De Vooravond, niet voor een nieuw boek, die bron is ondertussen wel drooggevallen, maar omdat ze er tot over haar oren in zit. Ze was verslaafd aan ‘het spelletje’, de op en neer dansende koersen, ze verwachtte dat het pas over ging als haar vriend terugkwam uit het buitenland. Dan stopte ze met daytraden en stapte ze over op een veelgehoorde tactiek: „Je koopt er een paar, je zet het weg en je kijkt er over een paar jaar nog eens naar.”

En dan ben je rijk.

Of alles kwijt.

De Nederlander vindt alles te duur, vergelijkt continu prijzen, stapt voor een paar euro’s over naar een andere energieleverancier of zorgverzekeraar, maar gooit met de andere hand het geld zonder na te denken in een zwart gat.

Er wordt vaak gewezen naar de tulpenbollenmanie, een periode tussen 1634 en 1637 waarin de prijs van tulpenbollen maar bleef stijgen, totdat een tulpenbol op een gegeven moment het tienvoudige van een jaarsalaris kostte.

Daarna stortten de prijzen in.

Ik denk dat we bijna in 1637 zijn.

De glazenwasser zit erin, de taxichauffeur, de vrouw van de thuiszorg. Ik kijk er zelfs niet meer van op als mijn dementerende moeder er binnenkort enthousiast over begint.

Dan is het te laat.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.