Foto David van Dam

Interview

Jaap van Dissel: ‘Een vierde golf is onwaarschijnlijk’

Jaap van Dissel voorzitter Outbreak Management Team

De vaccinatiegraad neemt toe, Nederland klimt uit de coronacrisis. Jaap van Dissel, voorzitter van het OMT, wordt voor zijn werk gelauwerd met de Akademiepenning. En hij wordt ernstig bedreigd, door complotdenkers. „Even de fiets pakken is er niet meer bij. Buitengewoon vervelend.”

Nederland versoepelt de coronamaatregelen steeds sneller, maar Jaap van Dissel zelf was nog nooit zoveel vrijheid kwijt. De voorzitter van het Outbreak Management Team (OMT) wordt sinds enige tijd ernstig bedreigd door radicale complotdenkers, soms zelfs met de dood. Hij moet beveiligd worden en kan niet meer spontaan z’n huis uit om een rondje te fietsen, wat hij zo graag deed om te ontspannen. „Dat is bepaald niet plezierig”, zegt hij. „Maar als ik het m’n werk zou laten beïnvloeden, dan zou ik ermee stoppen.”

De narigheid in zijn privéleven staat in scherp contrast met de positiviteit die Van Dissel momenteel op zijn werkterrein voelt. Komende maandag krijgt hij de Akademiepenning uitgereikt van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) voor „de tomeloze energie en bewonderenswaardige rust” waarmee hij de politiek in de crisis adviseerde. Van Dissel krijgt de prijs op het moment dat Nederland volgens hem echt in een „andere fase” van de epidemie komt. Tijdens het interview breekt zijn woordvoerder Harald Wychgel in om de nieuwste cijfers te delen. „32 procent minder ziekenhuisopnames dan vorige week Jaap!”, zegt hij. Van Dissel veert op. „Het daalt dus fors door.”

Is de crisis al bijna voorbij?

„Dat zou ik niet willen zeggen. Door het vaccineren zitten we in een nieuwe, belangrijke fase. Maar er is nog een grote groep mensen niet gevaccineerd, daar blijft sprake van een besmettingsrisico. Je wil een stuk verder zijn met vaccineren voordat je het sein ‘brand meester’ geeft.”

Nederland versoepelt snel, net als vorig jaar voor de zomer, waarna het virus weer opleefde. Dreigen we dezelfde fout te maken?

„Ik denk dat de situatie nu echt anders is. Aan de afname van de eerste golf lagen de strenge maatregelen ten grondslag en kwamen we qua infecties heel laag. Wel was nog bijna iedereen gevoelig voor besmetting. Nu zien we een daling door de opbouw van immuniteit, dat is echt het effect van vaccinaties. Daardoor krijg je niet makkelijk een nieuwe piek in de ziekenhuizen, dat zou raar zijn. Tenzij de immuniteit na een vaccinatie heel kort duurt, maar dat lijkt zeker niet het geval.”

Welke risico’s zijn er nog, vreest u een vierde golf?

„We moeten niet denken dat we er al zijn, of dat het niet nodig is om ons nog te laten vaccineren. Als we erin slagen begin juli het merendeel van de bevolking te hebben gevaccineerd, zoals het kabinet wil, dan hebben we een mijlpaal bereikt. Dat neemt een groot deel van de kwetsbaarheid weg en maakt een vierde golf onwaarschijnlijk.”

Zijn we in het najaar van alle maatregelen af?

„Covid zal onder ons blijven, dat kan bijna niet anders. Voor het opheffen van de basisregels kan ik nu geen datum noemen, dat zou echt uit de lucht gegrepen zijn. Grote vragen zijn nog: hoe lang werken de vaccins, werken ze tegen alle varianten? Hoe lang is het virus in staat varianten te maken? Dat is allemaal nog onbekend. Als de vaccinatiegraad niet homogeen verdeeld is over het land, zullen er gebieden zijn waar nog infectiehaarden kunnen ontstaan. Als die bij de meesten alleen tot een neusverkoudheid of stevige griep leiden, en niet meer tot een ziekenhuisopname, dan is overbelasting van de zorg en de IC-capaciteit niet langer de grens.”

„We moeten dan een nieuw doel helder krijgen: wat willen we voorkomen? Hoeveel besmettingen en welke ziektelast vinden we acceptabel? Griep voorkomen we ook niet volledig elk jaar. Maar als de groep met langdurige Covid-19-klachten te groot wordt, kan dat een extra reden zijn de ziektelast omlaag te willen brengen.”

U krijgt maandag de Akademiepenning voor uw adviezen tijdens de crisis. Knalde u thuis een flesje open om het te vieren?

„Nee (glimlacht). Ik heb ’m nog niet hè? Dat neemt niet weg dat ik er wel door geraakt ben. Ik krijg de prijs persoonlijk uitgereikt, maar ik sta daar maandag echt als voorzitter van het OMT als geheel. Het is een hele eer, want er is ook allerlei kritiek geweest.”

Voelt u eenzelfde waardering uit de samenleving?

„Nou, ik krijg allerlei reacties, van hele positieve tot werkelijk bagger.”

Wat krijgt u aan positieve reacties?

„We krijgen bij het RIVM van alles toegestuurd, soms hele kunstwerken – ik kreeg onlangs letterlijk ‘een hart onder de riem’, en een prachtig stripboek. Of schoolklassen sturen ons tekeningen. Dat is leuk. Tegelijk krijg ik ook heel vervelende mails.”

U krijgt allerlei verwensingen, bent lastiggevallen thuis, u wordt bedreigd. Had u dat ooit zien aankomen?

„Nee, natuurlijk niet. Het gaat om een hele kleine groep waar ik liever niet te veel over wil praten. Die koppelt het aan allerlei dingen die helemaal niks met corona te maken hebben.”

Ik werk nog steeds met energie en enthousiasme

Jaap van Dissel

Snapt u waar de vijandigheid vandaan komt?

„Covid-19 grijpt in op ieders persoonlijke leven, ik snap goed dat mensen zich afvragen: zijn de maatregelen allemaal nodig? Maar de personen die mij bedreigen begrijpen is voor mij niet mogelijk. Ze pikken mij eruit omdat ik bekend ben, vermoed ik. Maar hun verhaal kan ik niet volgen en vind ik waanzin.”

Kunt u nog veilig over straat?

„Je gaat geen situaties opzoeken. Even de fiets pakken is er niet meer bij. Het is buitengewoon vervelend, ik hoop maar dat het tijdelijk is.”

Wat doet u nu om te ontspannen?

„Dan maar binnen fietsen op de hometrainer. Of met mijn zoon naar de Formule 1 kijken.”

Uw Belgische collega Marc Van Ranst zit ondergedoken omdat een militair hem iets wil aandoen. Bent u dan bang dat zo iemand doorrijdt naar Nederland?

„Ik betrek dat niet op mezelf, ik vind het wel een zeer trieste situatie voor hem. Dit kan natuurlijk niet in een democratie, dat bedreigen is zo ondermijnend.”

Ligt u er wel eens wakker van?

„Nee, helemaal niet. Laat helder zijn: het is niet leuk. Ik kan wel woedend worden, maar op de personen die mij bedreigen kan ik dat niet richten. Als ik het tegen mezelf uit, word ik daar waarschijnlijk alleen maar depressief van. Ik laat het over aan de mensen die erover gaan: de recherche, het OM en de rechterlijke macht. Ik doe mijn werk nog steeds met energie en enthousiasme, het heeft immers ook iets buitengewoon interessants hoe het zich allemaal ontwikkelt. Ook dit waanzinnig bizarre aspect.”

Lees ook: Is de pandemie goed aangepakt?

De Akademiepenning is een erkenning voor uw werk voor de bestrijding van de pandemie. Wat zijn de belangrijkste lessen voor u?

„Er zijn er een heleboel. Een paar concrete: de bevoorrading van beschermingsmiddelen wil je natuurlijk gewoon anders geregeld hebben in Nederland of in Europa bij een volgende pandemie. Op het moment dat we ze nodig hadden, waren die schaars. Hetzelfde geldt voor geneesmiddelen, antibiotica bijvoorbeeld, en vaccins. Voor veel daarvan zijn we uiteindelijk afhankelijk van China en India. Je zou faciliteiten moeten hebben waar je voldoende kunt produceren voor Europa.”

Bent u tevreden over hoe de bestrijding is verlopen in Nederland?

„We hebben de doelen die gesteld zijn deels gehaald en deels niet. De IC is overbelast geweest, de verpleeghuizen, de reguliere zorg. Maar het is echt nog te vroeg om er veel over te zeggen. Je zult een vergelijking moeten maken met andere landen, op economisch, maatschappelijk, epidemiologisch en virologisch terrein. Een ander punt: in de zomer is overgegaan van een centrale aanpak naar een regionale aanpak. Dat was achteraf een minder gelukkige keuze en die is teruggedraaid.”

Critici zeggen: Nederland heeft vaak te laat en niet hard genoeg ingegrepen, we hebben daardoor relatief veel doden en zieken gehad.

„Qua sterfgevallen moet ik dat toch ontkennen, dat is gewoon niet zo. We staan in de ranglijst met het aantal doden per miljoen inwoners op nummer 48, in België is het geschat op ruim 2.000 per miljoen, het dubbele.”

„Het is complex. Wij hebben bijvoorbeeld met Kerst strengere maatregelen genomen, landen als België, Portugal en Engeland niet, en zij hebben daarna op het randje van de zorgcapaciteit gebalanceerd. Wij hebben niet die extreme piek gehad. Dan zou je zeggen: dat hebben we aardig aangepakt. Maar juist omdat die landen dan heftiger maatregelen moeten treffen om het tij te keren, dalen hun cijfers daarna weer dieper dan die van ons. Dat is een beetje de paradox.”

De naleving van de regels verslechterde bij de tweede en derde golf. Heeft u daar voldoende op ingespeeld?

„We hebben in het najaar de maatregelen ingesteld gebaseerd op wat in het voorjaar werkte. Dat was naïef, die bleken toen minder te doen.”

Critici vinden dat nieuwe wetenschappelijke inzichten soms te langzaam doordringen in de adviezen van het OMT. Afgelopen week noemde fysicus Daniel Bonn het RIVM dat „ene kleine Gallische dorpje” dat eindelijk zijn verzet heeft gestaakt tegen de aerosolenhypothese, de verspreiding van het virus via kleine druppeltjes. Wat zegt u daarop?

„Er is een verschil tussen de mogelijke achterliggende fysica en wat je moet doen. De vraag voor het OMT is: welke maatregelen moet je nemen om de infectie te bestrijden? We hebben gezien dat anderhalve meter afstand en maatregelen tegen de grote druppels effectief zijn, in ziekenhuizen, thuis, in allerlei situaties. De eerste uitbraak is daarmee snel omlaag gebracht.”

„Met de fysici zijn we het eens over wat er gebeurt als je zingt of schreeuwt of niest. Hoe dat zich vertaalt naar de medische werkelijkheid, is nog onzeker. Grote druppels bevatten al snel duizenden keren meer virus dan kleine. Er zijn altijd situaties te bedenken waarbij overdracht via fijne mistdruppeltjes een rol kan spelen, maar het gaat ons om praktisch bestrijden. Daarmee zul je niet alle gevallen voorkomen, het is niet zwart-wit. Daarin laveren wij.”

We benoemen continu dat er onzekerheden zijn. Maar je moet wel tot een duidelijk beleidsadvies komen

Jaap van Dissel

U zou ook uit kunnen gaan van het voorzorgsbeginsel: we weten het niet, dus laten we maar wel die mondkapjes adviseren, of die ventilatie benadrukken.

„Dat ventilatie belangrijk is, staat al ruim een half jaar steeds op mijn eerste slide in de technische briefing aan de Tweede Kamer. Het OMT heeft dit verschillende keren besproken en concludeert dat we voor de bestrijding deze aanpak moeten kiezen. Ik ben niet dogmatisch, ik denk niet dat nevels nooit een rol spelen, in bepaalde situaties zeker zoals bij bepaalde handelingen in het ziekenhuis of in kleine, drukke ruimtes, en daar kun je extra maatregelen treffen, maar in de brede aanpak niet.

Wilt u geen twijfel tonen?

„We benoemen continu dat er onzekerheden zijn. Maar je moet wel tot een duidelijk beleidsadvies komen: wat moet je doen om het overgrote deel van de infecties te voorkomen. Er zit een hiërarchie in die basisregels. Thuisblijven bij klachten is het belangrijkst. Recent is weer geconcludeerd dat circa 88 procent van de besmettingen zich voordoet in de fase waarin iemand klachten heeft. Een minderheid, tot 12 procent, is pre- of asymptomatisch, die hebben nog geen klachten, dus hoeven niet thuis te blijven. Daarvoor zijn anderhalve meter afstand houden en persoonlijke hygiëne de belangrijkste maatregelen. Vervolgens heb je maatregelen als het advies om drukte te vermijden, waarmee je ventilatieproblemen in gebouwen ook omzeilt. Als dat allemaal niet kan, kom je bij persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals mondkapjes, voor de afdekking van een rest-risico. Maar als je erin slaagt om de besmettingsbron te isoleren, krijg je de R al onder de 1.”

Lees ook: Veranderen deze vaccins de wereld?

Dat gaat uit van een ideale wereld, maar velen houden zich niet meer aan die regels. Dan moet je misschien tóch meer nadruk leggen op algemene maatregelen als ventileren.

„Dat zou kunnen. Maar de essentie is: waarom houden we ons niet aan de basismaatregelen? Je brengt anderen in gevaar als je ziek bent en toch de deur uitgaat. Uit enquêtes leren we dat bijna 40 procent dat doet, dat is gewoon te veel. Daar moeten we elkaar op aankijken. Ik denk toch, het blijven hameren op die maatregelen, hoe rigide het ook klinkt, dat is de essentie van de aanpak.”