Clarence Seedorf

Foto Merlijn Doomernik

Interview

Clarence Seedorf: ‘Ik heb moeten vechten om gehoord te worden’

Clarence Seedorf, oud-voetballer

Clarence Seedorf (45) wil zich als nieuwe NRC-columnist gaan mengen in het Nederlandse maatschappelijk debat. „Je uiten op sociale media is niet genoeg.”

Frederik Seedorf, de opa van Clarence, fietste op zijn 94ste nog naar de markt in Suriname om eieren te verkopen. Hij hield kippen in zijn tuin. Ga nou niet, zei zijn familie. Veel te gevaarlijk, je kan wel aangereden worden. Maar Frederik fietste stug door. Zo had hij zijn gezin met negentien kinderen altijd onderhouden. Clarence Seedorf: „Het was zijn manier om leiderschap te tonen. Die gedachtegang heb ik altijd heel indrukwekkend gevonden.”

Clarence Clyde Seedorf (45) gaat vanaf 5 juni een wekelijkse column schrijven voor NRC. Hij is de meest succesvolle Nederlandse clubvoetballer aller tijden. Seedorf won vier keer de Champions League, met Ajax, Real Madrid en twee keer AC Milan en behaalde vijf landskampioenschappen. Na zijn voetbalcarrière werd hij coach (van onder meer AC Milan en Kameroen), ondernemer en filantroop. Sinds 2019 coachte hij geen club of land meer.

Seedorf heeft een stichting waarmee hij zich inzet voor de bestrijding van armoede onder kinderen in ontwikkelingslanden en is onder meer UEFA-ambassadeur voor ‘diversiteit en verandering’ en lid van een VN-commissie voor klimaatverandering. Allemaal thema’s, zegt hij, die onderwerp van zijn columns kunnen worden. Zijn persoonlijke leven, zijn voetballoopbaan, zijn levensfilosofie, actuele kwesties. „Ik wil gevoelige zaken op een respectvolle manier benaderen, mensen verenigen en mijn denkbeelden als wereldburger delen.”

Met de column laat Seedorf voor het eerst in lange tijd weer van zich horen in Nederland. Want ook al heeft hij een grote naamsbekendheid en staat van dienst, en heeft hij ontelbare malen de media te woord gestaan, zijn „vrije ziel”, zoals hij het noemt, kent niet iedereen. Misschien moest hij die zelf ook wel eerst leren begrijpen om haar kenbaar te maken aan de wereld, zegt hij.

Seedorf wil een bijdrage leveren aan het maatschappelijke debat in Nederland. „Ik ben hier opgegroeid en opgeleid. Mijn vrienden en familie wonen hier. Ik ben een Nederlander.”

Het waren de gesprekken met zijn opa Frederik die Seedorf deden beseffen dat zijn inborst sterk verbonden is met de traumatische ervaringen van zijn voorouders. Het geslacht-Seedorf stamt af van slaafgemaakten, die werkten op Surinaamse plantages. Eén van hen, de overgrootvader van zijn opa, wist te ontsnappen. Hij riskeerde daarmee onthoofding of radbraking. De familie Seedorf heeft altijd sterke leiders voortgebracht, vertelt Clarence, al had dat leiderschap door de decennia heen steeds een ander karakter.

„Mijn vader is heel streng opgevoed, op een manier die wij nu niet meer zouden kiezen. Hij mocht niet voetballen, geen wedstrijden spelen, terwijl hij talent had. Dat vond hij niet leuk als kind. Hij begreep het niet. Maar met negentien kinderen had mijn opa nooit een behandeling kunnen betalen voor een blessure. Dat risico kon hij niet nemen. Mijn vader is dat later gaan begrijpen, door zich te verdiepen in zijn achtergrond.

„Zelf ben ik in de gelukkige omstandigheid opgegroeid dat er, zeker met mijn vader, ruimte was voor overleg en discussie. Daardoor heb ik altijd vrede gehad met beslissingen van mijn ouders. Ik ben vast weleens boos geweest of gefrustreerd als ik iets niet mocht, maar ik heb nooit het sterke gevoel gehad dat mij onrecht werd aangedaan. Voor mijn ouders was dat anders. Ze kregen ‘ja’ of ‘nee’ te horen, zonder uitleg.”

Het moet best lastig zijn geweest voor uw vader om een ander type ouder te zijn dan zijn ouders.

„Mijn vader is niet echt veranderd, maar geëvolueerd. Net als mijn opa was hij erg gedisciplineerd. Hij had drie banen toen hij in de jaren zeventig in zijn eentje in Nederland woonde. Zonder discipline en organisatievermogen lukt dat niet. Hij had een sterke focus: hij wilde mijn moeder en mij vanuit Suriname naar Nederland halen. Drie jaar lang heeft hij 24/7 gewerkt. Hij sliep ’s nachts twee of drie uur en ging dan weer werken. Die mentaliteit is een deel geworden van wie ik ben. Als hij de wilskracht en het geloof had om dit voor ons te doen, waarom zou ik dat dan niet hebben? We hebben hetzelfde bloed.”

In uw biografie staat dat uw ouders u als kind van bijna drie een keer alleen thuislieten. ‘Als de wijzers van de klok zo staan is het zeven uur en moet je naar bed’, zeiden ze voor vertrek. In de gang bleven ze wachten en observeerden ze wat u deed. Stipt om zeven uur ging u opruimen en naar bed. Was dat hun manier om u verantwoordelijkheidsbesef bij te brengen?

„Ik denk dat ik altijd volwassener ben geweest dan mijn leeftijdgenoten. Dat is mijn karakter, maar voor mijn ouders was het ook noodzaak. Ze moesten hard werken om de eindjes aan elkaar te knopen. Voor een oppas was geen geld. Vandaag de dag zouden mijn ouders misschien gearresteerd worden, maar wat moet dat moet hè. Vaak kwamen mijn neven of mijn tante, maar soms moesten we onszelf redden.”

Ik had meer woede in me dan noodzakelijk. Dat komt waarschijnlijk door de bagage die ik meetorste

Is het altijd een zegen geweest om vroegrijp te zijn of voelde het ook wel eens anders?

Hij lacht. „Tot een zekere leeftijd was het plezierig. Maar toen ik mijn voetbalcarrière begon… Weet je, mensen verwachten niet dat een vijftien- of zestienjarige een sterke mening heeft. ‘Stil maar jij’, hoorde ik vaak. ‘Je bent nog jong, luister naar wat ik zeg. Dóé wat ik zeg.’ Dat past niet bij me, nog steeds niet. Ik had het gevoel dat wat ik zei ertoe deed en dat denk ik nog steeds. Maar ik kreeg niet altijd de zegen van de mensen om me heen. Ze vonden me te uitgesproken. Vaak heb ik moeten vechten om gehoord te worden.

„Ik vind dat iedereen die onderdeel is van een team bijdraagt aan de doelstellingen. Teamleiders moeten hun voordeel doen met sterke persoonlijkheden. Hoewel het gevecht om gehoord te worden voor mij niet altijd makkelijk was, heb ik het geluk gehad dat ik veel coaches met een sterke persoonlijkheid heb getroffen. Coaches die niet bang waren voor mijn karakter, maar dat juist gebruikten in het teamproces. Dat leverde een sterke en succesvolle samenwerking op.”

Welke coaches konden uw karakter het meest waarderen?

„Louis van Gaal was de eerste. Ik herinner me dat hij me bij Ajax vroeg of ik met Winston Bogarde wilde praten. Ik was zeventien. Van Gaal zei tegen me: ik kan niet tot hem doordringen, probeer jij het eens. Ik had een hele goede relatie met Winston en werd een brug tussen hen. Was het normaal dat Van Gaal me dat vroeg, op die leeftijd? Ik denk het niet. Maar hij begreep wie ik was en kende mijn karakter. Dat was slim van hem. Van Gaal is een coach die de kwaliteiten in zijn team op de best mogelijke manier probeerde te benutten. Hetzelfde heb ik meegemaakt met Fabio Capello bij Real Madrid en Marcello Lippi bij Inter. Het zijn mannen die het teamproces heel goed in de gaten houden en ingrijpen wanneer nodig. Maar er waren ook coaches waarmee het niet liep, omdat ze een ander karakter hadden.”

Seedorf glimlacht. „Soms werd het een beetje complex…”

Clarence Seedorf speelde 87 wedstrijden voor het Nederlands elftal – relatief weinig voor een speler van zijn statuur. Hij werd niet altijd geselecteerd door bondscoaches Marco van Basten en Bert van Marwijk en besloot te bedanken voor het EK in 2008. In de media was hij openlijk kritisch over de rol die hij in Oranje kreeg. Op dat moment werd hij door velen gezien als een van de beste middenvelders ter wereld.

Lees ook dit artikel Clarence Seedorf, de weldoener

Zien coaches spelers met een sterke persoonlijkheid weleens als een bedreiging?

„Daar heb je helemaal gelijk in. Een coach die het talent en de kwaliteiten van zijn spelers niet ten volle benut, doet zichzelf geen plezier. Voor succes heb je een sterke band nodig, je moet een coalitie aangaan met elkaar. Daar hoort bij dat spelers zich door hun coach gerespecteerd voelen. Bij gebrek aan respect krijg je problemen. Ik heb tijdens mijn carrière gezien dat autoritair leiderschap vaak niet standhoudt in een team met sterke persoonlijkheden. In mijn ogen halen coaches met een menselijke leiderschapsstijl het meeste uit hun spelers. Als een coach erin slaagt spelers onderdeel te maken van zijn gedachtegoed, dan gebeurt er iets geweldigs.”

Uw zelfvertrouwen werd soms voor arrogantie aangezien. In uw biografie zegt iemand die u aanduidt als uw spirituele gids, dat uw persoonlijke ontwikkeling daardoor stagneerde. U zou veel van uw capaciteiten verborgen hebben gehouden en een muur om uzelf hebben gebouwd.

„Dat boek is van twintig jaar geleden, maar het is waar: ik wilde mezelf beschermen met die muur. Zo behield ik mijn kracht, zeker als ik in Nederland speelde. In het buitenland had ik dit probleem niet. Maar ik heb hard aan mezelf gewerkt. Ik merkte dat sommige emoties heel diep zaten en mijn energiehuishouding blokkeerden. Ik was snel geraakt door onrechtvaardigheid. Ik probeerde te begrijpen waarom. Ik ging de confrontatie met mezelf niet uit de weg.”

Heeft dat triggeren van emoties met uw wortels te maken?

„Ja. Vroeg of laat komt iedereen in zijn leven voor vragen te staan: waar kom ik vandaan, wie ben ik echt? In mijn geval zijn Suriname, Afrika en Nederland heel bepalend geweest. Dáár liggen mijn roots en geschiedenis.

„Op een gegeven moment werd ik, vanuit spiritueel oogpunt, nieuwsgierig naar mijn afkomst. Ik begon erover te praten met mijn ouders en grootouders. Mijn zoektocht naar antwoorden heeft geholpen mezelf beter te begrijpen. Hoe ik reageer op onrechtvaardigheid bijvoorbeeld, op tegenslag. Ik had meer woede in me dan noodzakelijk. Dat komt waarschijnlijk door de bagage die ik meetorste. Wie ik ben is sterk verbonden met mijn voorouders en wat zij hebben meegemaakt. Ik wilde een manier vinden om ze op een positieve manier onderdeel van mijn leven te maken. Dat proces van heling heb ik doorgemaakt.”

U bent een introspectief mens.

Hij knikt. „Je ontwikkelt jezelf non-stop. We hebben allemaal dingen meegemaakt in ons leven die zich vastzetten in ons systeem, bewust of onbewust. Je beseft vaak niet meteen welke impact dat op je heeft. Daarom is het goed om erover na te denken. Dat proces herhaalt zich keer op keer.”

Liever dan een voorbeeld te geven uit zijn eigen leven, zoekt Seedorf naar maatschappelijke betekenis. „Het zou goed zijn als mensen meer zouden reflecteren op elkaars verleden, cultuur, behoeften en geloof. Tolerantie kan getraind worden. Ik denk dat we in Nederland nog aan het begin staan van dat proces.”

Weinig sporters spreken zich via de media uit over gevoelige onderwerpen.

„Velen doen dat via hun eigen platforms, hun sociale media. Maar ik denk dat dat niet altijd genoeg is om zaken te veranderen. Door sporters meer platforms te geven, bereik je een groter publiek.”

Is het reëel van sporters te verwachten dat ze bijdragen aan sociale verandering?

„Er zijn veel sporters die ongelooflijke inspanningen verrichten om een betere wereld te creëren. En de wereld kámpt ook met veel problemen. In Nederland zijn grote groepen mensen gefrustreerd en boos. Mensen die verantwoordelijkheid dragen moeten met oplossingen komen. Dat ontbreekt in mijn ogen te vaak.”

Kunt u een voorbeeld geven?

„De KNVB lag onlangs onder vuur, omdat de bond niet meedeed aan een boycot van social media in de strijd tegen racisme. Ik vind het niet getuigen van leiderschap dat ze die beweging niet hebben ondersteund. Dat is een gemiste kans. De KNVB had moeten zeggen: wij staan hier ook voor. Als je een probleem niet erkent, dan kun je het niet oplossen en maak je er onderdeel van uit.”

Met alleen protestacties van individuen ban je racisme op de voetbalvelden niet uit?

„Er lopen voetballers van het veld bij racistische incidenten. Sommigen spreken zich uit. Maar het zijn geen gecoördineerde acties. We moeten met één stem spreken. Voor substantiële verandering heb je spelers nodig die zich achter een zaak scharen, maar je mag hen niet eindverantwoordelijk maken. De eindverantwoordelijkheid voor echte verandering ligt bij de autoriteiten en voetbalbonden. Hun leiderschap en standvastigheid hebben we keihard nodig.”