Waarom is het Binnenhof een burn-outfabriek?

Werkdruk politici Drie politici vielen onlangs uit met een burn-out. Hoe zien dagen van een Kamerlid eruit en welke lessen trekt iemand die zo hard werkte dat hij even niks meer kon?

Het gebouw van de Tweede Kamer, waar vaak tot laat wordt gewerkt. Terwijl de werkdruk toeneemt, neemt de slagkracht van de steeds kleinere fracties af.
Het gebouw van de Tweede Kamer, waar vaak tot laat wordt gewerkt. Terwijl de werkdruk toeneemt, neemt de slagkracht van de steeds kleinere fracties af. Foto Peter Hilz / HH

Als SP-Kamerlid Michiel van Nispen op maandag thuis werkt, en als hij de tijd kan vinden, probeert hij een uur te hardlopen in zijn lunchpauze. „Pure luxe”, noemt hij dat. Het is zijn manier van ontspannen. Hij neemt zijn telefoon dan niet mee, om niet gestoord te worden. Maar als die begint te rinkelen vlak voor hij weggaat, dan neemt hij wél op. „En soms duurt dat gesprek zo lang dat ik als vanzelf de volgende afspraak inrol en niet meer toekom aan het rennen. Dat is echt balen.”

Al vrij snel aan het begin van zijn tweede periode als Kamerlid voor de VVD had Arno Rutte besloten om voortijdig te stoppen. Hij wilde voorkomen dat hij in een burn-out zou belanden. Rutte dreigde te worden verzwolgen door het werk, dat allesoverheersend leek te worden. „Het was leuk als ik thuis was, maar eigenlijk rekenden mijn vrouw en kinderen niet meer op mijn aanwezigheid. Op een gegeven moment leek het alsof ik te gast was in mijn eigen gezin, dat was zo maf.” In 2019 stopte hij, twee jaar voor de Tweede Kamerverkiezingen, als Kamerlid.

In datzelfde jaar kreeg Rens Raemakers, Kamerlid voor D66, zijn eerste burn-outklachten. In januari 2020 moest hij er een paar maanden uit. Toen hij in 2017 begon, was hij, op 25-jarige leeftijd, het jongste Kamerlid. Hij wilde álles doen en ook nog eens heel erg goed. Iedere ochtend was hij er als eerste, iedere avond zat hij er als laatste. „Ik ben gewaarschuwd door fractiegenoten. Maar ik was gewoon heel ambitieus.”

Lees ook Arib: aantal Kamerleden dreigt af te haken door enorme werkdruk

Al in 2018 waarschuwde toenmalig Kamervoorzitter Khadija Arib in deze krant dat ze signalen kreeg van Kamerleden „die op het randje staan om af te haken”. Datzelfde jaar viel toenmalig Kamerlid voor GroenLinks Zihni Özdil uit met een burn-out. Twee jaar eerder zat Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren bijna een jaar thuis om dezelfde reden. De lijst met Kamerleden die middenin een ambtsperiode stoppen wordt steeds langer. Anderen maakten hun termijn wel af, maar besloten niet terug te keren omdat ze de werkdruk niet nóg eens vier jaar aan konden. In NRC zei Kamerlid voor de ChristenUnie Carla Dik-Faber vorig jaar: „Ik wil mijn leven terug.”

De afgelopen twee maanden vielen drie politici uit. Minister Bas van ’t Wout van Economische Zaken (VVD) is overspannen en de CDA-Kamerleden Harry van der Molen en Pieter Omtzigt hebben zich laten vervangen omdat ze met een burn-out thuis zitten. Rens Raemakers van D66: „Dit is geen incident meer.”

Het is reden voor Kamervoorzitter Vera Bergkamp om erover te praten met de achttien partijleiders, onder wie demissionair premier Mark Rutte (VVD). In een schriftelijke reactie (voor een fysieke afspraak liet haar agenda geen ruimte) laat ze weten dat ze het verminderen van de werkdruk „een gezamenlijke opdracht” van alle Kamerleden vindt. Bergkamp schrijft met de fractievoorzitters na te willen denken over „de voorspelbaarheid van de plenaire agenda en de eindtijden van de debatten”.

Dit is geen incident meer

Rens Raemakers (D66)

Zij ziet ook een „trend dat de instrumenten van de Kamer meer worden ingezet. Meer moties, meer grote onderzoeken. Dat levert ook meer werk op”. Het aantal Kamervragen, moties en aangevraagde debatten loopt al jarenlang op. Kamerleden maken ook veel gebruik van andere instrumenten: in de vorige kabinetsperiode waren er drie parlementaire onderzoeken. De komende periode staan twee parlementaire enquêtes op de rol, over de gasboringen in Groningen en de toeslagenaffaire. Een derde lijkt op komst: over het coronabeleid.

Scheldkannonades

Terwijl de werkdruk toeneemt, neemt de slagkracht van de steeds kleinere fracties af. De SP kromp bij de vorige verkiezingen van veertien naar negen zetels. Toen de portefeuilles onder de fractieleden verdeeld werden, bleek al snel hoe groot de consequenties voor de werkdruk zouden zijn. Het werd zwaarder. „Ik moet eerlijk zeggen dat het voor iedereen schrikken was”, zegt Michiel van Nispen. In de vorige termijn hield hij zich bezig met justitie en sport. „Nu is daar veiligheid bijgekomen, inclusief het politie-apparaat, de brandweer en terrorismebestrijding.” Hij heeft ook zitting genomen in het presidium, het dagelijkse bestuur van de Tweede Kamer. En hij is fractiesecretaris voor de SP.

Terwijl Van Nispen zijn taken opsomt in zijn werkkamer in het gebouw van de Kamer, staat op de achtergrond het wekelijkse Vragenuur aan, komt een andere journalist hem vragen of ze elkaar later op de dag kunnen spreken, komt een medewerker een stapel stukken brengen en is Van Nispen aan het wachten op de bel die het signaal geeft dat er gestemd moet worden.

De wetten die we maken moeten wel goed zijn

Michiel van Nispen (SP)

Zo zagen de dagen van Arno Rutte er ook uit, vertelt hij telefonisch. Op Kamerdagen begon het vroeg in de ochtend en ging het door tot laat in de avond. „Er waren commissiedebatten en plenaire debatten in de grote zaal. En er waren een heleboel afspraken die niet langer dan een half uur mochten duren, de een na de ander. Dan waren er nog de e-mails, zo’n tweehonderd per dag. Die bevatten de stukkenstroom van de Kamer, maar ook berichten van buiten: van scheldkanonnades tot persoonlijk aan mij gerichte burgermail. Ik was woordvoerder curatieve zorg, dus het ging vaak om complexe vraagstukken.”

En dat de VVD de grootste coalitiepartij is, vroeg om nog meer overleggen. Rutte: „Tussen de bedrijven door waren er reguliere interne overleggen, er was heel veel ad hoc coalitieoverleg, er moesten brandjes geblust worden. Dat vroeg ook veel tijd en aandacht en je wist nooit wanneer dat zou gebeuren.” Voor Rutte was dat, terugkijkend, de rode draad. „Ik moest al-tijd aanstaan, alert zijn. Ik kon nooit een moment vinden waarop dat niet hoefde en voelde nooit rust. Als het wél rustig was, dan had ik het gevoel dat me iets ontging. Dat mocht niet gebeuren.”

Niet zeuren

Hetzelfde gevoel had Raemakers. Hij was iedere dag tot laat aan het werk om álle e-mails, honderden, persoonlijk te beantwoorden. Raemakers voert het woord over de jeugdzorg en kreeg bijvoorbeeld te maken met ouders wier kinderen uit huis waren geplaatst. „Eerst had ik ingesteld dat wie mailde een automatisch antwoord kreeg: ‘u hoort over uiterlijk twee weken’. Later werden dat vier weken. Inmiddels luidt de tekst: ‘Het is niet zeker of u een antwoord krijgt’.

Raemakers trof meer maatregelen na zijn burn-out om herhaling te voorkomen. Na tien uur ’s avonds zet hij zijn mobiele data op zijn mobiele telefoon uit. Hij gaat, als hij zelf geen debat hoeft te voeren, niet later dan zeven uur in de avond weg. En hij is anders gaan kijken naar zijn taak. „Ik vertegenwoordig iets minder het volk en ik doe gewoon mijn werk. En uiteindelijk moet het volk dan maar in een soort Voice of Holland, de verkiezingen, laten weten of ik het goed heb gedaan.” En in plaats van álle schrijnende gevallen te beantwoorden is Raemakers nu bezig met één plan voor de jeugdzorg.

Toen Rutte bekendmaakte te zullen stoppen, werd hij benaderd door Kamerleden van andere fracties. „Die zeiden dat het tot gesprekken in hun eigen fracties had geleid en dat toen was gebleken dat er mensen waren die met hetzelfde kampten. Dit was iets waar niet over gesproken werd. De mentaliteit is: we zijn allemaal druk, niet zeuren, we zitten allemaal in hetzelfde schuitje. Het was gewoon geen gespreksonderwerp.”

Ik moest al-tijd aanstaan, alert zijn

Arno Rutte (VVD)

Dat gesprek lijkt nu wel van de grond te komen. Hoewel Kamervoorzitter Bergkamp er ook op wijst dat de werkdruk „de eigen verantwoordelijkheid is” van individuele Kamerleden en hun fracties.

Lees ook: Burn-out? Natuurlijk heeft dat te maken met werk

Ook Van Nispen weet dat het zo is geregeld. „Ik heb hier een worsteling, dat zal ik eerlijk zeggen. Eigenlijk gaat de Kamer er niet over. Dus dat is mijn primaire antwoord: het is aan mij en mijn fractiegenoten om op onszelf en elkaar te letten.”

Maar Van Nispen vreest dat het ook het werk van de Kamer kan raken. „Wat als straks een heleboel fracties niet komen opdagen bij wetgevingsoverleggen of als we allemaal een beetje aan de oppervlakte blijven in een debat, omdat niemand de tijd had om een dossier te lezen? Dan vind ik het te makkelijk om te zeggen: de Kamer heeft geen rol dus we hoeven er niet over na te denken. De wetten die we maken moeten wel goed zijn. En al het gedoe, de afsplitsingen, daar mogen de mensen in het land niet de dupe van worden.”