Foto Folkert Koelewijn

Blijdorp vol loslopende panters

Aan de andere kant van het raam dat Kitan, de amoerpanter van Blijdorp, scheidt van de onbegrensde buitenwereld, was het mysterieus leeg de afgelopen maanden. Zonder drommende mensen en dansende ogen was het een privéjungle voor Kitan en zijn panterpartner Vatne. Enkel dienstbare maaltijdbezorgers en nog dienstbaardere toiletverzorgers kwamen langs. Maar opeens, op 24 mei, verschijnt er een kleine, rechtopstaande panter voor het donkere raam. Kitan gaat op onderzoek uit.

De negenjarige Phileine ziet Kitan naar haar paraplu kijken en zegt: „Maak je geen zorgen pantertje. Deze is nep. Hij is niet echt gemaakt van een panter.” Vorige week gaf ze een spreekbeurt over katten, maar ze is de beesten nog niet zat. De panter is niet haar lievelingsdier, niet eens haar lievelingskat („de tijger!”), maar dat vertelt ze Kitan niet.

Fotograaf Folkert Koelewijn signaleerde op een dag in het Rotterdamse Blijdorp een verrassende hoeveelheid mensen in panterprint. Hij richtte zijn lens een dag lang op de diergaarde.

Zo ontmoette hij Jarah Pinto e Neto, die haar volledige dierenprintverzameling plunderde om de beesten te verrassen. Aan de andere kant van het hek neemt een van de panters Jarah goed op; onduidelijk blijft of het interesse of honger is.

Cato, drie jaar oud, was vóór corona een toegewijde bezoekster van de diergaarde. Ze ging twee keer per week, uren per keer – de dieren zijn inmiddels als neven en nichten. „Als je deze jas aan doet, ben je net een panter”, zei haar vader. „Dan hoor je bij de dieren.” Ze besloot ook haar panterjurk te dragen.

Foto Folkert Koelewijn

Foto Folkert Koelewijn

Foto Folkert Koelewijn

Foto Folkert Koelewijn