Necrologie

‘Rupsje Nooitgenoeg’ gaat eigenlijk over hoop: iedereen kan vleugels krijgen

Eric Carle (1929-2021), prentenboekenmaker ‘Rupsje Nooitgenoeg’, Carles bekendste prentenboek (1969) is vertaald in zeventig talen, en 55 miljoen keer verkocht. Ook zijn andere prentenboeken gingen meestal over dieren en natuur, terugverwijzend naar Carles onbezorgde vroege jeugd.

Eric Carle in 2009.
Eric Carle in 2009. Foto Richard Drew/ AP

Van een doodnormaal verhaal over een rups die zich door een weelde aan voedsel heen vreet en uiteindelijk ontpopt tot vlinder maakte Eric Carle een kinderboekenklassieker die wereldwijd zijn weerga niet kent. Rupsje Nooitgenoeg, zijn bekendste prentenboek, is sinds het verschijnen in 1969 vertaald in zeventig talen, en werd 55 miljoen keer verkocht. De Amerikaanse illustrator overleed zondag op 91-jarige leeftijd in zijn huis in Massachusetts, maakte zijn familie donderdag bekend.

Rupsje Nooitgenoeg, in het Engels The Very Hungry Caterpillar, maakte Carle als veertigjarige – het derde prentenboek uit een oeuvre dat meer dan 70 titels groot zou worden en altijd succesvol en hooggewaardeerd bleef.

Van Carles prentenboeken zijn wereldwijd 170 miljoen exemplaren verkocht, maar geen tweede boek zou de faam evenaren van dat ene boek. Een week lang eet de felgroene rups zich door een reeks vruchten heen, beginnend met één appel op maandag en eindigend met vijf sinaasappels op vrijdag, waarna hij zich de volgende week wendt tot een ijshoorntje, een stuk Zwitserse kaas, een worst en een kersentaart. Het verpoppingsverhaal, ooit officieel goedgekeurd door de Britse Koninklijke Entomologische Vereniging, ging volgens de tekenaar over hoop: het onooglijke rupsje wordt immers een schitterende vlinder. „Ik weet dat ik als kind dacht dat ik nooit op zou groeien en groot en welbespraakt en intelligent zou worden”, zei Carle in 1994 tegen The New York Times. „Rupsje Nooitgenoeg is een boek over hoop: ook jij kunt groeien en vleugels krijgen.”

Duitsland

Carle werd geboren in 1929 in de staat New York, waar zijn ouders uit Duitsland naartoe waren geëmigreerd. Toen hij zes was, vertrok het gezin toch weer naar Duitsland, tegen de heimwee van Erics moeder – er volgden enkele onbezorgde jaren, maar bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog moest zijn vader voor de nazi’s gaan vechten, en pas in 1947 keerde hij uit Russisch krijgsgevangenschap huiswaarts. Eric Carle kwam de oorlog evenmin ongeschonden door: hij werd als tiener te werk gesteld bij de aanleg van de Westwall, waar hij mensen gedood zag worden, en het gezinshuis was na bombardementen het enige in de buurt dat nog overeind stond. Uiteindelijk wist hij in 1952 naar de Verenigde Staten te verhuizen, waar hij als grafisch ontwerper bij The New York Times werd aangenomen. Na een halfjaar deed het Amerikaanse leger een beroep op hem: hij werd voor enkele jaren gestationeerd in Duitsland als postbeambte.

Omslag van de Engelse versie van Eric Carles Rupsje Nooitgenoeg. Foto AFP

Ongewone tekenstijl

Zijn kleurrijke kinderboekenwerk is beïnvloed door alle oorlog die hij in zijn leven zag, zei Carle eens: de vrolijke, felle kleuren zijn een reactie op „de grijzen, bruinen en vuilgroenen die de nazi’s gebruikten om gebouwen te camoufleren”. Had hij een gemakkelijker jeugd gehad, was hij waarschijnlijk „pompbediende” geworden.

Het kunstenaarschap was zijn ambitie sinds zijn twaalfde of dertiende, toen hij via een kunstdocent die hem thuis uitnodigde, kennismaakte met schilderijen die afweken van de berglandschapjes die hij kende. Het schilderij Blaues Pferd I van de Duitse expressionist Franz Marc was „een schok”: de nazi’s verboden dergelijke moderne kunst, voor de jonge Carle betekende het vrijheid.

Lees ook: Boekjes vol vertrouwen

Carle ontwikkelde al vroeg een onderscheidende, ongewone tekenstijl: hij stelde zijn composities samen uit (beschilderd) vloeipapier dat hij eerst in vormen knipte en uiteindelijk fotografeerde, wat de prenten diepte gaf. Meestal tekende hij dieren en natuur, terugverwijzend naar zijn onbezorgde vroege jeugd, toen zijn vader hem buiten de wonderen van de wereld toonde. Zo’n liefhebbende vader was Carle ook als prentenboekenmaker: Een zaadje in de wind ging over de levenscyclus van een bloem, hij maakte boeken als Het eenzame vuurvliegje, De krekel die niet tsjirpen kon en De spin die het te druk had.

Rupsje Nooitgenoeg was een onmiddellijk succes, dat de tekenaar artistieke vrijheid gaf. Commerciële opdrachten als een „boek over tractoren” pasten simpelweg niet bij hem, verklaarde hij eens – maar Rupsje Nooitgenoeg werd volledig uitgemolken, in talloze verhaalvariaties en knuffelbeesten. Dat succes stelde Carle ook in staat een museum voor prentenboekkunst in Massachusetts op te richten dat zijn naam draagt. Bij de vijftigste verjaardag van Rupsje Nooitgenoeg in 2019 werd een in Hongkong aangetroffen rups ‘Uroballus carlei’ gedoopt, als erkenning voor Carles bijdrage aan de natuureducatie.