Lokale Rekenkamer kritisch op groeiend aantal woningsluitingen in Rotterdam

Wet Damocles Ook bij de vondst van kleine hoeveelheden drugs zet Rotterdam bewoners op straat. De proportionaliteit is zoek, volgens de lokale Rekenkamer.

Een door de burgemeester gesloten woning in Rotterdam (nadat die was beschoten).
Een door de burgemeester gesloten woning in Rotterdam (nadat die was beschoten). Foto Hans van Rhoon

Het sluiten van woningen door de gemeente Rotterdam in de strijd tegen ondermijning loopt uit de hand. „Daarbij komen de rechten van inwoners soms in het geding”, zegt directeur Paul Hofstra van de Rekenkamer Rotterdam naar aanleiding van een omvangrijk onderzoek dat de lokale Rekenkamer deed naar de aanpak van ondermijning, en dat deze vrijdag verschijnt.

Volgens Hofstra is de proportionaliteit in het beleid zoek en zou de burgemeester vaker moeten afwegen of de woning wel echt gesloten moet worden. „Er wordt nu geen onderscheid gemaakt als er 2 gram of 35 kilo wordt aangetroffen: de woning gaat zes maanden op slot.”

Van 2014 tot en met 2020 sloot burgemeester Ahmed Aboutaleb 447 woningen vanwege drugsvondsten. Het gros van de sluitingen – meer dan de helft – vond de afgelopen twee jaar plaats.

Wet Damocles

Indien in een woning meer dan vijf gram softdrugs of een halve gram harddrugs wordt aangetroffen, mag de gemeente ervan uitgaan dat de middelen voor drugshandel bestemd zijn. Vanwege gevaren voor de openbare orde kan de burgemeester de woning dan op grond van de Wet Damocles voor zes maanden sluiten. De bewoners staan vervolgens op straat. Zij komen vijf jaar niet in aanmerking voor een sociale huurwoning.

De gemeente is strenger geworden sinds een herziening van het beleid in 2019. Tot dan gold het sluiten van een pand aan laatste middel. Nu geldt dat „in beginsel” tot sluiting wordt overgegaan. Het verklaart mede waarom er de afgelopen twee jaar meer sluitingen waren dan de vijf jaar daarvoor. Dankzij strenge wetgeving en jurisprudentie van de Raad van State houden woningsluitingen vaak stand voor de rechter.

Burgemeester bemoeit zich

Burgemeester Aboutaleb profileert zich nadrukkelijk op de aanpak van misdaad en ondermijning. Hofstra wijst op de „grote cumulatie” van bevoegdheden bij de burgemeester. Aboutaleb geeft de regels rond woningsluitingen grotendeels vorm, beveelt de sluiting van woningen en kan vervolgens ook nog een streep zetten door een gehonoreerd bezwaar tegen zo’n besluit. Via de bezwaarschriftencommissie kunnen burgers namelijk in het geweer komen tegen de sluiting van hun woning. In 2019 zette Aboutaleb een streep door alle door de commissie (deels) gehonoreerde bezwaren. „Qua checks and balances moet dit anders. Alle macht ligt nu bij de burgemeester”, zegt Hofstra.

De aanpak van criminaliteit en ondermijning vindt allang niet meer alleen door politie en justitie via het strafrecht plaats. Sinds enige tijd bemoeien burgemeesters er zich via het bestuursrecht ook stevig tegenaan. In Rotterdam groeit die aanpak hard. De Rekenkamer constateert dat het aantal bestuursrechtelijke maatregelen zoals woning- en winkelsluitingen sinds 2014 inzette is verdrievoudigd. Hofstra is daarover bezorgd, omdat binnen het bestuursrecht voor burgers veel minder waarborgen gelden dan binnen het strafrecht.

Levensgedrag

De Rekenkamer is kritisch op een door Rotterdam toegepast instrument: het toetsen van het ‘levensgedrag’ van aanvragers van horecavergunningen. Er is niet vastgelegd wat de consequenties van ‘slecht levensgedrag’ zijn; dit bepaalt de burgemeester. Het kan leiden tot weigering van een vergunning voor tien jaar. De Rekenkamer vindt het een te arbitrair instrument.

In april werd Aboutaleb bovendien teruggefloten door de Raad van State voor het weigeren van een horecavergunning aan een vrouw wier ‘slechte levensgedrag’ eruit bestond dat ze vroeger panden verhuurde waarin onder meer prostitutie plaatsvond. De Raad van State ging die weigering „te ver”. Aboutaleb had ten minste „enige feitelijke betrokkenheid” van de vrouw bij de overtredingen moeten aantonen.

Hoewel Hofstra vermoedt dat gemeentelijke maatregelen zoals woningsluitingen effect hebben, kan hij dat niet met zekerheid zeggen. De Rekenkamer is er namelijk niet in geslaagd vast te stellen of het beleid van de gemeente ook daadwerkelijk bijdraagt aan minder ondermijnende criminaliteit. Dat komt mede doordat de gemeente geen concrete doelstellingen formuleert, niet bijhoudt hoeveel geld aan de bestrijding wordt besteed en de uitvoering en resultaten slechts beperkt monitort. „Op deze manier is de effectiviteit niet te meten.”