Ollongren moet invoering Omgevingswet opnieuw uitstellen

Ruimtelijke ordening De ICT-systemen zijn nog niet „stabiel werkend” en daarom stelt demissionair minister Ollongren de invoering van de Omgevingswet opnieuw uit.
Demissionair minister Ollongren in debat met de Kamer.
Demissionair minister Ollongren in debat met de Kamer. Foto Bart Maat/ANP

De invoering van de Omgevingswet is opnieuw uitgesteld. Demissionair minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) schrijft donderdag aan de Eerste en Tweede Kamer dat 1 juli 2022 de beoogde ingangsdatum is. De vertraging komt volgens de minister omdat er meer tijd nodig is om de ict-systemen „stabiel werkend” te krijgen. De wet had jaren geleden al moeten ingaan - de Tweede Kamer heeft er al mee ingestemd, de Eerste is zo goed als akkoord.

Ollongren schrijft dat niet „alle partijen” klaar zijn voor de wet, waarin duizenden wetsartikelen en regelingen zijn gebundeld. Gemeenten konden de afgelopen tijd proefdraaien met het nieuwe systeem, waarin lokale bestemmingsplannen zijn gekoppeld aan een landelijke databank. Het idee daarachter was om ruimtelijke ordening juist eenvoudiger te laten verlopen: met digitale procedures en mogelijkheden voor burgers en bedrijven om zelf een vergunning te regelen.

Op 1 oktober moeten de „minimale” functies van het systeem volgens Ollongren draaiende zijn, zodat particulieren en bedrijven de tijd hebben om voldoende te oefenen. Het kabinet wilde de wet eigenlijk in januari of april laten ingaan. Het nieuwe uitstel van de wet heeft ook financiële consequenties voor de betrokken provincies en gemeenten. De minister schrijft te inventariseren hoeveel extra geld dat gaat kosten. Eerder schatte adviesbureau KPMG de kosten van de Omgevingswet op 1,3 tot 1,9 miljard euro voor betrokken overheden. Gemeenten dragen de grootste lasten.

Beklag

Vorig maand deden grote steden hun beklag over de Omgevingswet: tegen NRC stelden de gemeenten dat de wet zo veelomvattend en ingewikkeld zou zijn, dat grote bouwprojecten vertraging dreigden op te lopen, terwijl meer dan 300.000 huishoudens op zoek zijn naar een woning.

Veel partijen in de Kamer verwachten van grote steden dat die veel bijbouwen om een deel van de woningnood te lenigen, maar juiste grote gemeenten toonden zich kritisch over de wet. Zo schreef de gemeente Amsterdam over de uitvoering dat „aan de minimale vereisten” niet is voldaan, waardoor woningbouw in gevaar komt. Ook vijf andere grote steden uitten de vrees dat de wet bouwplannen in de weg zou zitten, bijvoorbeeld omdat bouwkundige bureaus van gemeenten moeizaam bij de landelijke systemen kunnen komen.

Lees ook: Nieuwe bouwcrisis dreigt door ‘onwerkbare’ megawet

Correctie (27 mei 2021): In een eerdere versie van dit artikel werd per abuis over 1,3 tot 1,9 miljoen euro gesproken. Dit moeten miljarden zijn. Dat is hierboven aangepast.