Recensie

Recensie Boeken

Weer een echte Cusk-roman over nooit, maar dan ook nooit vrij zijn

Rachel Cusk Haar nieuwe roman gaat wederom over de ingewikkelde verhouding tussen man en vrouw. De hoofdpersoon worstelt met haar innerlijke demonen en zoekt naar antwoorden via de kunst.

Foto Getty Images

‘Mijn hele leven wil ik al vrij zijn, maar ik heb nog niet eens kans gezien mijn kleine teen te bevrijden.’

Zo begint De tweede plaats, de nieuwe roman van de Canadees-Britse auteur Rachel Cusk. De ik-persoon, bekend als M, beschrijft hoe ze uit Parijs vertrekt en in de trein de duivel tegenkomt, een ‘gelig, pafferig’ figuur met ‘groenige, bloeddoorlopen ogen’. Dit wezen, dat haar achtervolgt, staat voor het kwaad dat lange tijd ongestoord onder de oppervlakte kon blijven schuilen. Nu, ineens, staart het haar recht in het gezicht. En dat monster, waarvan de daadwerkelijke fysieke aanwezigheid twijfelachtig is, dat is waar De tweede plaats over gaat: de destructieve kracht van het innerlijk.

Even ongrijpbaar als het monster is de hoofdpersoon zelf. Al eerder schreef Cusk een autobiografische trilogie waarin de ik-persoon op de achtergrond bleef en ook in De tweede plaats is de verteller – gevangen in een permanente gedachtestroom die in briefvorm gericht is aan een zekere ‘Jeffers’ – nauwelijks zichtbaar. Dat is te danken aan de typische Cusk-schrijfstijl: M maakt de lezer deelgenoot van haar meest intieme gedachten en toch is het nauwelijks mogelijk je een voorstelling van haar te maken.

Ja, we weten dat deze vrouw gescheiden is en met haar tweede man Tony op een afgelegen moerasland woont waar ze naast hun huis een ‘Tweede Plaats’ hebben: een tijdelijk onderkomen voor kunstenaars. En dat deze M, in haar zoektocht naar vrijheid, tot nu toe niet in staat is geweest haar ‘ware zelf’ te tonen.

Dat laatste is een autobiografisch gegeven dat telkens terugkomt in het werk van Cusk. In eerdere romans en in haar essaybundel Coventry (2019), waarin ze in een gelijknamig essay beschrijft hoe ze op geregelde tijden in haar leven zonder duidelijke aanleiding door haar ouders werd doodgezwegen, is het ‘er niet zijn’ een belangrijk thema. Ook in deze roman draait het om deze kwestie. Over haar leven met Tony, haar dochter Justine en schoonzoon schrijft M: ‘Iedereen leefde volgens mij volkomen gelukkig in zichzelf. Alleen ik zwierf rond als een dolende geest, verstoten uit het huis van mijn ik om te worden geteisterd door alle woorden, stemmingen en grillen van anderen.’

Lees ook de recensie van haar andere roman ‘Kudos’: Het is tijd voor wraak op de lezer

Tweestrijd

In confrontatie met haar ‘verborgen zelf’ probeert M zich te definiëren via een ander en verliest zichzelf tijdens dat proces. In het geval van De tweede plaats uit deze zoektocht zich in een tweestrijd. M is gefascineerd door de kunstenaar L van wie ze schilderijen heeft gezien in Parijs, reden om hem te vragen een tijdje op het landgoed te komen wonen. L accepteert de uitnodiging en samen met zijn jongere vriendin Brett betrekt hij tijdelijk het tweede huis. Hun aanwezigheid maakt veel los bij M, want L is voor haar niet zomaar iemand, hij staat voor die onderdrukte vrijheid, oftewel ‘de duivel’ die in haar binnenste schuilt.

Zo komen we erachter dat ze, toen ze in Parijs per toeval op zalenvol schilderijen van L was gestuit, een intense verwantschap voelde die de beelden in haar hadden opgeroepen, ‘alsof ik opeens mijn ware herkomst had ontdekt. Ze hadden me het gevoel gegeven dat ik niet alleen was met wat ik tot dan toe als een geheim voor mezelf had bewaard.’

Door L uit te nodigen, hoopt ze dan ook dat de kunstenaar haar tegemoet zal treden op basis van wat ze in Parijs aanvoelde. ‘Ik wilde door hem erkend worden, want hoe dankbaar ik ook was voor Tony of Justine en voor mijn bestaan op het moeras, mijn individualiteit kwelde me al mijn hele leven met die behoefte aan herkenning.’

Alleen ik zwierf rond

Maar eenmaal geconfronteerd met de kunstenaar, ziet ze dat zijn kunst allerminst een verlengstuk blijkt te zijn van zijn persoon of levensvisie. Integendeel. L is een narcist, een man die worstelt met zijn afnemende viriliteit en zijn vergankelijkheid ontkent. En, nog erger, haar helemaal niet ziet staan met als gevolg dat zij nog harder op zoek gaat naar zijn bevestiging. Dit alles leidt tot een dramatisch hoogtepunt waarna M zich langzamerhand herpakt en met een nuchtere kijk haar verhouding tot beide mannen evalueert. ‘Tony aanvaardde de werkelijkheid en zag zijn plaats daarin als iets waarvoor hij verantwoordelijk was; L verzette zich tegen de werkelijkheid en probeerde voortdurend zich te bevrijden van de beperkingen ervan, wat betekende dat hij zichzelf nergens verantwoordelijk voor achtte. En mijn eigen verlangen om te worden gestreeld en getroost (…) lag ergens daartussenin.’

Lees ook het interview met Rachel Cusk: ‘Ik ben mijn gevoel voor humor kwijtgeraakt

Innerlijke vrijheid

De tweede plaats is weer een echte Cusk-roman over de tekortkomingen van het mens-zijn. Fans zullen haar filosofische bespiegelingen weten te waarderen, soms schiet de ik-persoon wel erg ver door in haar zelfanalyse. Maar De tweede plaats intrigeert ook vanwege die ongrijpbare, mystieke kant van kunst. Net als in Narziss en Goldmund, het beroemde werk van Hermann Hesse, onderzoekt Cusk de mysterieuze werkingen van een kunstwerk op de menselijke ziel. Daarbij stelt ze vragen. Is het mogelijk een kunstwerk te aanschouwen om zo te begrijpen wie je ‘werkelijk’ bent? En is de maker dan degene die jouw visie op het bestaan deelt, of is dat een illusie? In feite wil M niets liever dan, via de erkenning van L, opgaan in het gevoel dat ze eindelijk één kan worden. Het verlangen naar symbiose waar Aristophanes al (schertsend) naar verwijst in Plato’s Symposium. Alleen, het blijft uiteraard slechts bij dat verlangen.

De wijze waarop L naar haar kijkt, heeft uiteindelijk niets te maken met hoe zij zichzelf ziet. Ze blijft dan ook achter met haar onvolwaardige zelf. En daarin schuilt een diepere waarheid: de weg naar innerlijke vrijheid gaat niet via de ander. Aan M de taak om zichzelf in de wereld te zetten. Uiteindelijk verwoordt ze dat ook in wat misschien wel de kern van het Cuskiaanse denken is: ‘Waarom was het zo moeilijk om dag in, dag uit samen te leven met mensen en toch te blijven bedenken dat je los van hen stond en dat dit je enige leven als sterveling was?’