Opinie

Japan heeft iets anders aan het hoofd dan de Olympische Spelen

Tokio 2020

Commentaar

De uitgestelde Olympische Spelen van Tokio zijn steeds meer een blok aan het been geworden van het organiserende land. Met ‘Tokio 2020’, zoals het evenement nog altijd wordt genoemd door de organisatie, had Japan symbolisch een herstel willen vieren op verschillende fronten: van langdurige economische teruggang, van de kernramp in Fukushima en ten slotte het einde van de coronapandemie.

Maar anderhalf jaar nadat de pandemie uitbrak heeft de Japanse bevolking wel iets anders aan het hoofd dan ’s werelds grootste sportevenement als symbool van hoop. Driekwart van hen wil de Spelen niet meer, gezien de risico’s die de komst van tienduizenden sporters en begeleiders uit tweehonderd landen met zich meebrengen. In en rond Tokio geldt al maanden de noodtoestand. Ook daar worden ziekenhuizen en verpleegkundigen overspoeld door coronapatiënten.

De kritiek is breed en zwelt aan. Doorgaan met de Spelen, zei oprichter Hiroshi Mikitani van internet-verkoper Rakuten recent, heeft veel weg van een „zelfmoordmissie”. Deze week riep zelfs de officiële mediapartner van het organisatiecomité, Asahi Shimbun, op tot afgelasting.

De financiële belangen van de Spelen zijn enorm. Japan zelf heeft voor zo’n 12,6 miljard euro geïnvesteerd in het evenement, in overheidsonderzoeken circuleren nog hogere bedragen. Ook voor het IOC betekent afgelasting een ramp: de organisatie haalt zo’n driekwart van zijn inkomsten uit de verkoop van televisierechten. Daarnaast vreest het IOC dat het in de toekomst nóg moeilijker wordt het evenement te slijten. Door de hoge kosten is de bevolking in veel landen op voorhand al tegen het binnenhalen van de Spelen.

Het is niet voor niets dat IOC-voorzitter Thomas Bach er alles aan doet de Japanners gerust te stellen. Met hulp van het IOC worden niet alleen veel sporters en coaches gevaccineerd, ook geaccrediteerde buitenlandse journalisten krijgen vaccins. Maar de vraag blijft of dat waterdicht is.

Het staat in schril contrast tot de situatie in Japan zelf. Terwijl het virus in West-Europa en Noord-Amerika op zijn retour lijkt, vooral dankzij omvangrijke vaccinatieprogramma’s, is de situatie in Japan, net als in de rest wereld, nog altijd penibel. Slechts 2 procent van de 126 miljoen Japanners is gevaccineerd. Toen de Spelen een jaar geleden werden uitgesteld telde Japan 865 coronagevallen, de hele wereld 385.000. Op dit moment telt de wereld 19 miljoen coronapatiënten, en krijgt Japan er dagelijks ruim zeshonderd bij. Vergeleken met de rest van de regio is dat een fors aantal.

Naast de financiële redenen lijkt het doorgaan van de Spelen ook een prestigezaak. Als Japan niet het einde van de pandemie kan vieren, dan zal dat gebeuren bij grootmacht en regionale rivaal China, dat in februari volgend jaar de Winterspelen organiseert, met Beijing als gastheer.

Het zal vooral voor duizenden sporters een bittere pil zijn, als de Spelen opnieuw worden afgelast. Maar wie het gezond verstand laat prevaleren, kan niet anders dan concluderen dat dat de enig juiste beslissing is, hoe tragisch ook voor de atleten die alles opzij hebben gezet voor hun grote droom. De pandemie is komende zomer nog lang niet voorbij, en grote delen van de wereld hebben zelfs het komend jaar nog geen uitzicht op voldoende vaccins om de pandemie de kop in te drukken. De wereldwijde gezondheidsbedreiging maak de Olympische Spelen tot een luxe die de wereld zich nu moeilijk kan veroorloven.