Interview

Hanna Bervoets: ‘Ik ben niet zo met het heden bezig’

Schrijver Het Boekenweekgeschenk gaat over moderatoren van sociale media. Meer dan over het nu wil auteur Hanna Bervoets iets over de mens zeggen.

‘Wat me het afgelopen jaar verbaasde, waar ik zelfs van schrok, is dat complotten zo’n grote vlucht hebben genomen. Ik was een paar jaar geleden geïntrigeerd geraakt door de Flat Earth-community, een kleine internetgemeenschap van mensen die geloven dat de aarde plat is en dat dat geheimgehouden wordt door een elite. Ik wilde begrijpen waarom die mensen in zulke ideeën geloven, maar ook wat zij bij elkaar zoeken en vinden. Vooral verlangen naar gemeenschapszin leek daar een groot onderdeel van.”

Schrijver Hanna Bervoets (1984) bleef het internetforum en de YouTube-kanalen van de flat earthers volgen en zag een deel van hen, bij wie ook 9/11-complottheorieën en spookverhalen over schadelijke 5G-masten rondgingen, zich ontwikkelen tot corona-twijfelaars. Er ontvlamde iets, het was „alsof er een heel schadelijke mutatie van een virus ontstaan was”, zegt Bervoets. „ De achterdocht verspreidde zich ook buiten Flat Earth. Waardoor veel meer mensen aarzelen om zich te laten vaccineren, en het gevaar bestaat dat de coronapandemie niet voorbijgaat.”

Mensen die ontdekken dat ze niet meer hetzelfde wereldbeeld erop nahouden. Hoe verschillende denkwijzen mensen uiteen kunnen drijven – het zijn thema’s in de novelle Wat wij zagen, het geschenkboek voor de Boekenweek die na maanden corona-uitstel dit weekend begint. „Doordat het boek nu pas uitkomt lijkt het alsof ik reageer op de pandemie”, zegt Hanna Bervoets, met een lichte teleurstelling in haar stem. We wandelen met regenjassen aan door Amsterdam-Noord, waar ze woont. „Maar ik dacht niet: hé, complotten, laat ik daar een boek over schrijven. Zo ben ik niet, ik wil graag origineel zijn. Ik was dus in 2018 al bezig met Flat Earth!”

Haar Boekenweekgeschenk was vorig jaar maart dan ook al vrijwel af, toen de coronapandemie uitbrak en Bervoets zich afvroeg of de wereld in 2021 nog wel op een verhaal als het hare zat te wachten. Wat wij zagen speelt zich af in de wereld van contentmoderatoren van een social media-platform: de mensen die keuren of online geplaatste teksten en beelden wel binnen de richtlijnen passen, of verwijderd moeten worden. Zij worden overspoeld door grensgevallen en overtredingen: bedreigende, beledigende en opruiende teksten, en beelden van mishandeling, gewelddadige seks, automutilatie. Heel veel geweld.

Dat doet iets met de medewerkers – iets wat Bervoets aan de werkelijkheid ontleende, aan de informatie uit gelekte getuigenissen die media als The Guardian (‘Facebook Files’), de Volkskrant, Wired en Vice News publiceerden. Psychische begeleiding was er nauwelijks, moderatoren raakten getraumatiseerd van wat ze zagen. Bervoets plaatste haar fictieve hoofdpersonage, de twintiger Kayleigh, in dat decor en laat haar liefdesgeschiedenis eronder lijden.

Een tekenend voorval in Wat wij zagen is hoe de medewerkers reageren als een van hen op het dak van een tegenovergelegen gebouw een man ziet staan. De moderatoren drommen samen bij de ramen, met een mengeling van angst en opwinding over wat de man zichzelf gaat aandoen („we zouden sowieso bloed gaan zien en misschien zelfs stukjes binnenkant”). En dan verschijnt er nóg een man op het dak – het blijken maar bouwvakkers. De moderatoren vermoedden meteen het ergste.

Wat fascineerde je in die contentmoderatoren?

„Aanvankelijk waren het vooral die beelden die ze over zich heen krijgen – en de vraag wat dat met hen doet. In die scène zie je hoe hun oordeelsvermogen is aangetast, en hoe de groepsdynamiek meespeelt. Het gaat mij in mijn boeken altijd weer over sociale dynamiek en over de vraag wie of wat ons wereldbeeld bepaalt. Dat is geen bewust besluit als ik weer een boek ga schrijven, maar die twee dingen komen wel steeds bovendrijven. En ik herkende in de microkosmos van de contentmoderatoren iets waar we allemaal in zitten, maar op een minder snelkookpan-achtige manier.”

Dat ons gedrag bepaald wordt door ons referentiekader?

„Door… ja: wat wij zagen. Door wat je onder ogen krijgt, en dan niet alleen op social media, maar ook wat je omgeving je vertelt, hoe je bent opgevoed, of je kranten gelooft.”

Het verdwijnen van een gedeelde waarheid is een onderwerp dat sinds corona aan urgentie heeft gewonnen.

„Ja… En daar maak ik me zoveel zorgen over dat ik er bijna geen stukken meer over wil lezen. Niet dat ik een hekel heb aan mensen die corona ontkennen, of dat ik woedend op hen ben. Iedereen reageert op deze nieuwe situatie vanuit zijn eigen achtergrond.”

Hoe reageerde jij zelf?

„Ik was als een Cassandra al in de eerste maand aan het roepen dat er zoiets als ‘long Covid’ zou komen. Ik had dat bij Q-koorts gezien, waarnaar ik research heb gedaan voor mijn roman Welkom in het rijk der zieken: dat een flink percentage van de patiënten er een mysterieus vermoeidheidssyndroom aan overhield. En ik heb zelf een chronische aandoening waardoor ik met gewone Covid al een groot probleem zou hebben. Dus ik houd me aan de regels. Dat vind ik niet zwaar, ik heb een karakter dat goed gaat op duidelijkheid en afgebakende regels. En ik schrijf, dus weet hoe het is om alleen thuis te zijn. Als je een horecatent hebt en je levenswerk instort, snap ik dat je vanuit die belangen redeneert.”

Lees ook deze recensie van Welkom in het Rijk der zieken: Hanna Bervoets wordt met elk boek beter

En complotdenkers begrijp je ook?

„Ik kan niet voor allemaal spreken, het zijn individuen. Maar kijk naar waar iemand vandaan komt. Waarom is dit voor jou moeilijk? Wat staat er voor je op het spel? Waar lijd jij nu onder?”

Je zei dat je bang was dat je Boekenweekgeschenk niet meer relevant zou voelen. Waar was je bang voor?

„Ik dacht: is het niet raar als de pandemie helemaal niet genoemd wordt? Een vraag die me bezighield was: welke wereld gaat fictie representeren, nu onze huidige wereld zo anders is dan voorheen? Er is altijd een soort ongeschreven afspraak dat fictie de realiteit reflecteert. Op Valentijnsdag is het in Goede Tijden, Slechte Tijden ook Valentijnsdag. En nu moeten producenten en filmmakers, en schrijvers op den duur ook, kiezen: gaan we die afspraak verbreken? Of tonen we gewoon geen mondkapjes en wél volle kroegen?”

Vooralsnog dragen ze in fictie geen mondkapjes.

„Interessant, toch? Ik had aanvankelijk drie zinnetjes in het manuscript met verwijzingen naar de pandemie. Maar ik heb ze er uitgehaald. Een tv-producent vertelde me dat geen enkele zender geïnteresseerd is in een corona-dramaserie, niemand wil mondkapjes in beeld. De reden? Mensen willen daar niet naar kijken. Dus zien we een parallelle realiteit waarin we doen alsof de pandemie er nooit geweest is.”

Was jij daar zo mee bezig omdat jij als schrijver graag reflecteert op het heden? Omdat jij in de realiteit een microkosmos zoekt die de macrokosmos weerspiegelt?

„Nou, ik ben eigenlijk helemaal niet zo met het heden bezig. Ja, het heden zit in mijn werk, omdat ik nu leef. Maar niet in de zin van: ik wil iets hedendaags aan de kaak stellen, of waarschuwen of voorspellen. Ik word wel vaak getypeerd als sciencefictionschrijver, of iemand die over nieuwe technologie schrijft – maar ik begin echt niet met een idee over de moderne maatschappij of de hedendaagse mens, van: ach, ach, wat zijn we allemaal blind en onthecht en afgedwaald van ons gevoel… Ik plaats mijn personages in een nieuwe situatie die ik spannend vind, om te onderzoeken wat er dan gebeurt, met de personages. Literatuur leent zich er goed voor om scenario’s te onderzoeken. Dus ik denk: dit is een spannende arena, daarin speelt een dynamiek die me interesseert of die ik daarin kan overdenken.”

Naast het Boekenweekgeschenk publiceerde Bervoets afgelopen maand haar eerste verhalenbundel, Een modern verlangen. De verhalen gaan over de dynamiek op een internetforum voor cavialiefhebbers, over jongeren die hun berekende ‘ziekteprognose’ voor de rest van hun leven krijgen, over mensen die naar een andere planeet emigreren.

Die titel lijkt te verwijzen naar wat de mens van nu zich toch allemaal op de hals haalt.

„Ah, interessant, zo bedoelde ik dat niet. Ik vond het juist iets spannends oubolligs hebben: bij het woord ‘verlangen’ denk je toch vooral aan ‘ouderwets verlangen’, aan schaatsen en chocomel? ‘Moderniteit’ komt me ook gedateerd voor, de titel heeft iets retro-achtigs en voelt daardoor tijdloos.”

Ik las erin: dit is wat we tegenwóórdig verlangen. Ook omdat dat titelverhaal gaat over een stel dat hun foetus laat testen op afwijkende genmutaties. Als kritiek op het moderne idee van kennis en beheersbaarheid.

„Maar waar zit dan de kritiek? Jij hebt daar misschien een oordeel over, maar het verhaal toch niet?”

Nou, het verhaal heeft een ontknoping…

„Het stel gaat uit elkaar, ja. Maar mijn vraag is niet of dat onderzoek goed of fout is, maar wat het doet met het stel. Wat doet de technologische ontwikkeling met de samenleving?”

En dat loopt op het persoonlijke vlak dus slecht af.

„Ja, in dit verhaal. Maar ik wil niet zeggen dat iederéén uit elkaar gaat. Het is niet bedoeld als metafoor.”

En ‘De doos’ dan: een man gaat naar een soort schoonheidssalon, voor een behandeling met tijdelijk heel veel pijn, zodat hij zijn chronische depressie even kan vergeten. Ik las een plaagstootje naar dure schoonheidsbehandelingen met vrieskou en zelfhulp.

„Grappig, maar nee, ook daar had ik geen oordeel over. Veel verhalen zijn ook gewoon persoonlijk, zo ook ‘De doos’, dat over lijden gaat: als het slechter met me gaat, zoek ik manieren om daarmee om te gaan. Door een bindweefselaandoening, het syndroom van Ehlers Danlos, heb ik periodes last van blessures en pijn. Toen het heel slecht ging en ik toch wilde schrijven, kwam dit eruit.”

Wilde je iets delen over je eigen lijden?

„Nee hoor, ik wilde schrijven, even weg zijn uit mijn eigen lichaam, wat schrijven sowieso vaak is. Het was niet mijn doel om anderen mij beter te laten begrijpen. Ik laat mezelf liever gelden op andere manieren; stijl, inhoud.”

Lees ook: de recensie van het Boekenweekgeschenk

Maar je wilt wel goed begrepen worden, is mijn indruk.

„Ik zou het vooral naar vinden als mijn werk als cynisch of ironisch gezien wordt, want dat ben ik helemaal niet. Ik hou veel van mijn personages, en er zit wel soms een knipoog in mijn verhalen, maar altijd een liefdevolle, tragikomische knipoog. Geen ironische, want dat maakt het in mijn ogen afstandelijk en dat zoek ik echt niet in mijn werk.”

Uit empathie en menslievendheid?

„Ja, ik denk nooit over mijn personages: wat een sukkels. Ik denk: dit had ik kunnen zijn, of misschien ben ik het zelfs. Een modern verlangen gaat over mensen die dicht bij elkaar willen komen en dat lukt niet altijd, maar dat is dan ook ontroerend en troostrijk, hoop ik dan. Iedereen blijft het maar proberen, dat vind ik heel mooi en belangrijk.”

Maar dat mensen daarin falen – zoals de geliefden Kayleigh en Sigrid in Wat wij zagen – is toch ook heel érg. En dat ze verschillend met complottheorieën omgaan is ook nog een actueel, toenemend probleem.

„Voor mij is dat dubbel: het is een toenemend probleem, maar ook een vraag van alle tijden. In de Middeleeuwen waren er mensen ook heel erg van overtuigd dat de buurvrouw een heks was.”

Waarom trek je het nu naar de Middeleeuwen?

„Omdat ik nog meer iets over de mens wil zeggen dan over het heden. Ik leef in het heden en verhoud me ertoe, maar dat betekent niet dat mijn werk er iets over wil zeggen. Het gaat me steeds om de vraag: waarom handelen we zoals we handelen? Dat interesseert me mateloos, al kun je het nooit ontrafelen. Net als de vraag: nature of nurture? Daar kun je honderd boeken over schrijven, maar er is geen antwoord.”

Je zei: ik kan goed met regels en duidelijkheid omgaan. Hoe komt dat, denk je?

„Oh, dat weet ik niet zo goed. Ik kan goed anticiperen op korte-termijnsituaties, daar verzin ik dan drie scenario’s voor: als dit gebeurt, dan doe ik dit. Dat komt ook terug in mijn werk. Misschien is dat een kwestie van controle.”

Komt dat voort uit angst?

„In mijn werk komt het uit interesse. Ik vind mezelf niet angstig, maar ik zit ook niet zo in elkaar dat ik verwacht dat het vanzelfsprekend is dat ik het goed ga hebben. Ik heb het gevoel dat ik het allemaal zelf moet doen, zelf zorgen dat ik op mijn zeventigste nog geld heb, dat mijn gezondheid stabiel is. Je kunt zeggen dat ik dan handel uit angst voor controleverlies. Maar ik heb nu alle ballen in de lucht, dus ik ervaar de angst niet, ik heb de controle.”