Recensie

Recensie Boeken

Mensen kijken altijd en overal weg van ellende

Boekenweekessay In het essay dat ze schreef ter gelegenheid van de boekenweek, laat Roxane van Iperen zien dat mensen altijd en overal wegkijken van alle ellende. Ze doet dat aan de hand van de situatie in Rwanda.

Roméo Dallaire, de Canadese voormalige generaal die in de aanloop naar de genocide aan het hoofd stond van de VN-vredesmissie in Rwanda. Foto Sean Kilpatrick / Canadian Press
Roméo Dallaire, de Canadese voormalige generaal die in de aanloop naar de genocide aan het hoofd stond van de VN-vredesmissie in Rwanda.

Foto Sean Kilpatrick / Canadian Press

Wat hebben de kinderopvangtoeslagaffaire en het misbruikschandaal rond de Amerikaanse miljardair Jeffrey Epstein gemeen met de genocide in Rwanda in 1994? Vooral dit: ze zijn alle mogelijk gemaakt door het zwijgen van de omstanders. In haar boekenweekessay De genocidefax laat schrijver, columnist en jurist Roxane van Iperen zien dat de wegkijkende mens, ook het thema van haar confronterende 4-mei-voordracht, overal is.

‘Parades van goedbetaalde meelopers’ noemt Van Iperen de ambtenaren, assistenten en andere functionarissen die ‘trouw verkiezen boven verzet’ als zij misstanden zien ontstaan. Ze ontleedt dit mechanisme aan de hand van de vergeefse roep om hulp van Roméo Dallaire, de Canadese generaal die in de aanloop naar de genocide aan het hoofd stond van de VN-vredesmissie in Rwanda. In honderd dagen kwamen toen zo’n 800.000 mensen om, de meest extreme geweldsuitbarsting die de wereld in de afgelopen decennia heeft gezien.

Uitroeiingsplannen

Dallaire ziet hoe de Hutu’s hun haat voor de Tutsi-elite (gecultiveerd door de vroegere Belgische kolonisator) beginnen om te zetten in uitroeiingsplannen en trekt aan de bel bij zijn opdrachtgever, de Verenigde Naties. Zijn verzoeken om een uitgebreidere geweldsinstructie, bedoeld om te kunnen ingrijpen, worden echter steeds afgewezen. Dallaire leidt een vredesmacht, geen interventiemacht, blijft de boodschap uit het kantoor van Kofi Annan, dan hoofd Vredesmissies, later de secretaris-generaal van de VN.

Als weken later de vlam in de pan slaat en het slachten begint, zijn westerse militairen er als de kippen bij om hun eigen, witte burgers uit het land te evacueren. Het is een strak uitgevoerde operatie waarvoor zij lof ontvangen, terwijl Dallaire weet dat dezelfde militairen hadden kunnen worden ingezet om de genocide te voorkomen. Ook de VN-missie ruimt voor een groot deel het veld.

De vraag op het omslag – ‘Wat doe jij als het erop aankomt?’ – doet nogal thrillerachtig aan, maar is begrijpelijk vanuit het besef dat niet iedereen een universele boodschap zal vermoeden in een boekje over een landje dat de meeste Nederlanders niet zullen weten te vinden op de kaart. Aan de hand van Rwanda rekent de auteur af met de vrij algemene neiging van de mens om de eigen moed en moraal te overschatten, zolang men de gruwel zelf niet heeft meegemaakt.

Het is slechts een enkeling die het verzet weet op te brengen, en hij of zij betaalt daarvoor doorgaans een hoge prijs. Generaal Dallaire bijvoorbeeld is naderhand door zijn superieuren onder druk gezet om níet te getuigen voor het Rwanda-tribunaal, en werd ontslagen nadat hij dit toch had gedaan. Meebuigen is zoveel makkelijker en veiliger, vaak word je er zelfs voor beloond. En hoe meer een individu zijn identiteit heeft opgehangen aan de groep, hoe meer er van dit meebewegen afhangt.

Uit het boekje, dat rustig en trefzeker is geformuleerd, valt de hoop te putten dat wie eenmaal ziet hoe het meeloopmechanisme werkt, beter beslagen ten ijs komt áls het er ooit op aan komt. En dat leidt ook weer tot ongemakkelijke gedachten. Van Iperen noemt de Oeigoeren niet. Maar de vraag dringt zich op: doet de wereld genoeg haar best om te weten te komen wat hen nu, op dit moment, overkomt?

Lees ook de recensie van het boekenweekgeschenk 2021: Het boekenweekgeschenk van Bervoets moet het vooral van het onderwerp hebben