‘Als ze dit halen, zijn het goede gesprekspartners’

Het eindexamen

NRC bespreekt deze weken de eindexamens na met deskundigen. Voormalig Denker des Vaderlands en universitair docent filosofie Daan Roovers over het havo-examen filosofie.

‘Ik had van tevoren de stof bekeken die voor dit examen geleerd moest worden. Dat was véél zeg. Indrukwekkend hoeveel ze moesten kennen, vooral omdat ook alles terugkwam in het examen. Die hebben behoorlijk wat moeten doen in die schooljaren. En het dan ook nog in drie uur bij elkaar moeten pennen. Er kwam veel theorie voorbij: Rousseau, Parfit, Sartre, Hume, Kant, Baker. Poh! Daar kan ik drie jaar lang college over geven.

„Zonder ervoor te leren weet ik niet of ik dit gehaald had. Niet alle kennis heb ik paraat, zoals over Allen Buchanan. Als ik er wel voor zou leren, zou het wel lukken. Maar op een nuchtere maag: hooguit een zesje.

„De vragen over het ‘uitstelaapje’ en het ‘paniekmonster’ [zie 'opvallendste vraag' hieronder] vond ik heel leuk, dat is waarschijnlijk heel herkenbaar voor scholieren rond die leeftijd. Het ging over uitstelgedrag. Het uitstelaapje kun je leren bedwingen op twee manieren: met medicatie als ritalin, of via langdurige training van jezelf. De scholieren moesten het verschil én hun voorkeur aangeven. Deze vraag kan ik thuis ook gebruiken om mijn twee pubers uit te leggen hoe het zit met uitstelgedrag en hoe je daar tegenaan kan kijken.

„Dit examen kan van pas komen in latere carrières of studies, al helemaal in de bètawetenschappen. Biologie, geneeskunde of psychologie bijvoorbeeld. Filosofie wordt vaak als ‘alfa’ gezien, maar dat is een misverstand. Er zit een groot gedeelte logica in. Dat is juist heel wiskundig. Ik heb zelf ook geneeskunde gedaan, al vond ik het behoorlijk saai. Toen ben ik daarnaast filosofie gaan doen.

„De vraag waarin Kant wordt gebruikt om breinreductionisten als Dick Swaab te bekritiseren, vond ik wat oppervlakkig. Of nou, de vraag is interessant, maar je kunt het niet beantwoorden in één alinea. Dan doe je niemand recht. En er staat ook geen tekst van een breinreductionist bij om die kritiek op te leveren. Daardoor wordt Swaab neergezet als muurtje om tegenaan te tennissen, zo neem je je tegenstander niet serieus. Ik leer mijn studenten juist altijd: maak geen karikatuur van je tegenstander, want dan wordt het makkelijker en dus oninteressanter.

„In het correctievoorschrift van het examen staat op pagina één: antwoorden zonder onderbouwing krijgen geen punten. Dat is filosofie. Dat maakt het ook zo waardevol. Er werd veel gevraagd naar de ideeën van leerlingen. Bij dit examen leer je dat er niet één juist antwoord is op maatschappelijke vragen, er zijn alleen posities die je al dan niet kunt onderbouwen.

„Vroeger was filosofie geen optie als keuzevak. Maar ik weet heel zeker dat ik het leuk gevonden had. Op school had ik een tien voor godsdienst, niet omdat ik zo heilig ben, maar omdat je daar kon discussiëren over tradities, verschillen en spanningen. Het kwam het dichtst bij filosofie. Ik ben blij dat het nu wel op school gegeven wordt. De leerlingen die dit examen hebben gemaakt, hebben echt iets op zak. Als ze deze vragen kunnen beantwoorden, zijn het goede gesprekspartners.”