Critici vinden stikstofplan van landbouworganisaties een ‘slap compromis’

Stikstofplan Ondernemers- en landbouworganisaties presenteerden een weg uit de stikstofcrisis. Maar hun voorstellen ontmoeten kritiek. Vier kanttekeningen.

Het allerkleinste Natura 2000-gebied van Nederland, de abdij Lilbosch in het Limburgse Echt. De ‘extensieve’ manier van varkenshouden op deze plek zorgt voor een lage stikstofuitstoot.
Het allerkleinste Natura 2000-gebied van Nederland, de abdij Lilbosch in het Limburgse Echt. De ‘extensieve’ manier van varkenshouden op deze plek zorgt voor een lage stikstofuitstoot. Foto Chris Keulen

De lancering van het plan was tot in de puntjes voorbereid. Op dinsdag een ingezonden brief in het Financieele Dagblad over het stikstofplan die ondertekend was door alle initiatiefnemers. Diezelfde ochtend werden de speerpunten van het plan, krap twee A4’tjes, op de websites van de betrokken organisaties gepubliceerd. En een dezer dagen verschijnt het plan zelf online – zo hopen de initiatiefnemers mogelijke kritiek even uit te stellen.

Helaas voor de bedenkers: het plan dat landbouworganisatie LTO Nederland, werkgeversorganisatie VNO-NCW, Natuurmonumenten, Natuur & Milieu, MKB-Nederland en Bouwend Nederland dinsdag publiceerden – het pleit voor 40 procent stikstofreductie in 2030 en vraagt het nieuwe kabinet daarvoor ruim 15 miljard euro vrij te maken – stuitte toch direct op veel weerstand. Milieuorganisaties vinden het een „slap compromis”. Ook wetenschappers zijn kritisch.

Lees ook: Boeren- en milieuclubs komen met eigen stikstofplan

Vier kanttekeningen op een rij.

1) 40 procent minder stikstofuitstoot in 2030

De 40 procent afname in 2030 is meer dan de 26 procent waar het huidige kabinetsbeleid op koerst, maar minder dan de halvering die de commissie-Remkes vorig jaar adviseerde. Johan Remkes en zijn commissie adviseerden dit aan het kabinet nadat Nederland in mei 2019 in een stikstofcrisis was beland door een uitspraak van de Raad van State die vond dat te weinig was gedaan om de stikstofneerslag terug te dringen. Volgens de pas aangenomen stikstofwet moet in 2035 de uitstoot naar 50 procent. En daarna nog verder naar beneden. De commissie-Remkes adviseerde een daling naar 70 procent in 2035.

Die 40 procent stikstofafname in negen jaar is geen probleem, zegt Jan Willem Erisman, hoogleraar milieu en duurzaamheid aan de Universiteit Leiden. Het probleem, zegt hij, is hoe daarna verder. Het plan is heel erg op de korte termijn gericht, zegt Erisman. Hij mist het „langetermijnperspectief.” Het maatregelenpakket dat Nederland, volgens het plan, uit de stikstofcrisis moet halen (innovatieve technieken in de stallen, opkoping en verplaatsing van bedrijven die veel stikstof uitstoten, minder belastende vormen van landbouw en natuurherstel) – zal na 2030 onvoldoende zijn om de uitstoot nog verder omlaag te brengen.

Bovendien, zegt Erisman, moet in gebieden waar grote agrarische ondernemingen heel dicht bij kwetsbare natuurgebieden gevestigd zijn, de stikstofuitstoot zo snel mogelijk met meer dan 40 procent gereduceerd worden. Neem de Gelderse vallei, Erisman deed er onderzoek: daar liggen duizenden veehouderijen pal naast natuurgebieden. „Daar is de druk op de natuur zó groot, daar moet je nu direct ingrijpen.”

2) Focus op technologie

Een ander kritiekpunt is dat de nadruk te veel ligt op het terugbrengen van de uitstoot met behulp van nieuwe technologieën. Dat vindt Frank Berendse, emeritus hoogleraar natuurbeheer aan Wageningen University. Het plan reserveert voor onder meer „innovatieve stalsystemen” zo’n 6 miljard euro. Maar volgens Berendse blijkt uit verscheidene onderzoeken dat nieuwe aanpassingen aan bijvoorbeeld stallen veel minder opleveren dan gedacht. Ook onderzoek van Wageningen Univerisity wijst dat uit, zegt hij. Zo toont wetenschappelijk onderzoek aan dat het rendement van luchtwassers, die de geur en ammoniakuitstoot uit stallen omlaag moeten brengen, lager is dan verwacht. Voor aangepaste stalvloeren, die mest en urine scheiden waardoor minder stikstof wordt uitgestoten, geldt hetzelfde, volgens Berendse. „Nieuwe technieken zijn een gepasseerd station”, zegt Berendse.

3) Vrijwillig stoppen

De olifant in de kamer: wat doe je als de zogeheten piekbelasters, de grootste stikstofuitstoters, zich niet laten uitkopen of hun bedrijf niet willen verplaatsen? Om die vraag wordt in het plan omzichtig heen geschreven. De bedenkers van het plan laten aan bedrijven de keus of ze stoppen of niet. Circa tien keer staat het woord „vrijwillig” in het plan. Voor uitkopen of verplaatsen wordt in het plan circa vijf miljard euro begroot. Bedrijven die binnen twee jaar stoppen, krijgen een beloning: een „ruimhartige” vergoeding, 110 tot 120 procent van de bedrijfswaarde in plaats van 100 procent. Heikel punt: de kans is aanwezig dat veel piekbelasters helemaal niet willen stoppen, zegt Berendse. Wat doe je dan? „Linksom of rechtsom moet je de veestapel inkrimpen en de piekbelasters die niet willen stoppen, onteigenen. De enige weg is dan gedwongen sluiting of verplaatsing. Anders kom je nergens.”

4) De stikstofbank

De initiatiefnemers pleiten voor een „nationaal, publiek en onafhankelijk” stikstofregistratiesysteem waarin de stikstofuitstoot per bedrijf en sector wordt bijgehouden. De stikstofruimte die door de aanpak vrijkomt, bijvoorbeeld doordat veehouderijen uitgekocht worden, komt bij de ‘stikstofbank’ terecht en mag – tegen betaling – gebruikt worden door veehouderijen die wel doorgaan. Ook dat moet allemaal netjes worden geregistreerd. Maar wat ontbreekt, zegt hoogleraar Erisman, zijn de consequenties als de regels worden overtreden of de doelen niet gehaald worden.

In het plan staat dat er „aanvullende of aangescherpte maatregelen” zullen worden getroffen als na evaluatie blijkt dat de doelen niet gehaald worden. Welke maatregelen dat zijn, wordt niet beschreven. Typisch Nederlands, vindt Erisman: „Er worden altijd extra regeltjes en maatregelen bedacht.” Maar als er regels overtreden worden, moet je optreden, vindt hij: „een vergunning intrekken of een boete opleggen”.