Reportage

Nu de Oranje-selectie voor het EK voetbal bekend is, begint de strijd om een basisplaats

Voorbereiding EK Steven Bergwijn viel af, Cody Gakpo en Jurriën Timber zijn erbij. Het Nederlands elftal heeft blok één van de EK-voorbereiding afgesloten. Mét vaccinaties.

Vijftien spelers trainden deze week met het Nederlands elftal in Zeist.
Vijftien spelers trainden deze week met het Nederlands elftal in Zeist. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Owen Wijndal was tien jaar toen het Nederlands elftal in Zuid-Afrika de WK-finale verloor van Spanje (0-1). Hij stond op de camping in Frankrijk en keek met zijn familie op een groot scherm. De hele camping was uitgelopen. Er zaten veel Nederlanders. Hij was een jongetje in een oranje shirt, met achterop ‘Owen’ en nummer 14. Als Wijndal aan het Nederlands elftal denkt, dan is het WK van 2010 hét toernooi voor hem. Nu, elf jaar later, gaat hij zelf naar een eindtoernooi – het EK, als linksback van Oranje.

Bondscoach Frank de Boer maakte woensdag zijn EK-selectie bekend. Acht spelers uit de voorselectie vielen af, van wie Tottenham Hotspur-aanvaller Steven Bergwijn de opvallendste is. Ook Marco Bizot, Anwar El Ghazi, Hans Hateboer, Rick Karsdorp, Jeremiah St. Juste, Kenny Tete en Tonny Vilhena gaan niet naar het EK. „Keuzes maken is niet leuk, het is ingewikkeld. Vooral Steven Bergwijn en Kenny Tete waren heel stil, bij hen viel het het zwaarste”, vertelde De Boer.

Er is wel plaats in de selectie voor debutanten Cody Gakpo van PSV en Jurriën Timber van Ajax. Ook Vfl Wolfsburg-spits Wout Weghorst is erbij. Hij presteerde sterk in de Duitse Bundesliga, werd lang genegeerd door de bondscoach, maar nu het erom gaat mag hij zich melden bij Oranje.

De vijftien spelers die al in het trainingskamp waren kregen overigens een coronavaccin aangeboden – die afspraak werd deze week met het kabinet gemaakt. Woensdag kregen spelers een prik. Van de aanwezige spelers weigerden er „vijf of zes”, vertelde De Boer. „Daar zaten ook spelers bij die al corona hebben gehad. Maar iedereen mag zelf kiezen wat hij in zijn lichaam laat spuiten. Ik heb tegen ze gezegd: ik zou het doen. Maar sommigen hebben een andere keuze gemaakt.”

Zo flakkerde het virus als onderwerp even op aan het einde van dit trainingsblok van de Oranje-voorbereiding. Die is in drieën geknipt: het eerste deel was in Zeist met een kleine groep spelers, volgende week komen de internationals die in het buitenland spelen en traint het team in Portugal, de week erop slaapt Oranje weer in Zeist in aanloop naar het eerste EK-duel met Oekraïne op 13 juni. Tussendoor zijn er oefenwedstrijden tegen Schotland (2 juni, Portugal) en Georgië (6 juni, Enschede).

EK-koorts

Quincy Promes, Cody Gapko en Jurriën Timber hebben een feloranje iPad in handen. Het is maandagavond. Ze staan aan de rand van het trainingsveld, nog doorweekt van de stortregen tijdens de oefensessie. Op de iPad moeten ze een digitale handtekening zetten. Die kan door fans worden opgevraagd nu ze niet live in contact kunnen komen. Tegelijkertijd staat een legertje persfotografen achter een hek om foto’s van het drietal te maken. Een fotograaf roept: „Ietsje dichterbij elkaar jongens”. Een persdame grijpt in: „Nee! Liever niet”. De fotografen: „Oh ja, natuurlijk”.

Lees ook: Zijn ‘vriendenteam’ moet de halve finale halen, vindt bondscoach Frank de Boer

Het EK-gevoel, het wil nog maar lastig loskomen. De KNVB doet er alles aan om fans een glimp te laten opvangen van hun voetbalhelden, maar het is ingewikkelder dan ooit. Supporters zijn niet welkom bij trainingen, de ‘fandag’ was 100 procent online – vandaar de digitale handtekeningen.

Journalisten zitten in een andere ‘bubbel’ dan de spelers. Binnen moeten spelers en verslaggevers drie meter afstand houden, buiten twee. Veel interviews worden digitaal gehouden – ‘remote’ noemt de Europese voetbalbond UEFA dat. Dinsdagmiddag schuiven Steven Berghuis en Owen Wijndal een kwartiertje achter een laptop voor een interview via Teams met groepjes journalisten. Alleen een camera- en socialmediateam van de KNVB kunnen dicht bij de selectie komen. Voor mooie of grappige televisie-items die het Oranjegevoel opwekken – iets als het NOS Jeugdjournaal dat spelletjes doet met internationals – is geen ruimte.

Team Oranje worstelt ermee. Waar de spelers en staf zich concentreren op het inslijpen van spelsystemen en zich voorbereiden op groepstegenstanders Oekraïne, Oostenrijk en Noord-Macedonië, wil de KNVB de EK-koorts aanwakkeren. Sterker nog: dat eist de UEFA min of meer van de voetbalbond.

Tijdens het EK is ieder deelnemend land verplicht om elke dag een speler, staflid of bestuurder beschikbaar te maken voor de media. Zonder aandacht geen beleving. Zonder beleving geen supporters. Zonder supporters geen EK. Zonder EK geen inkomsten.

De persvoorlichter vindt het ingewikkeld. Bij doodnormale persconferenties moet hij straks waarschijnlijk journalisten en cameraploegen weigeren, omdat er maar dertig man in een binnenruimte mogen zijn. Ook als ze het Nederlands elftal al jaren volgen – „dat wordt niet altijd leuk, jongens”.

Ook Frank de Boer denkt dat het Oranje-gevoel op zich laat wachten door de omstandigheden. „Je ziet wat reclame-uitingen nu, het begint een beetje te komen. Ik hoop dat er zoveel mogelijk fans in het stadion mogen zijn om ons ook een beetje in de Oranjekoorts te krijgen.”

Jongens blijven jongens

Ruud van Nistelrooij, oud-topspits, leidt een rondo tijdens de training. Twee man in het midden, de groep eromheen moet de bal zo lang mogelijk in bezit houden. Er wordt hardop geteld. „Elf, twaalf! Kom op jongens, serie maken”, roept Van Nistelrooij. De bal dreigt buiten de cirkel te raken, de spelers roepen naar elkaar: „Hou hem in, hou hem in”.

Het baltempo is heel hoog, fouten worden nauwelijks gemaakt. Vooral daaraan is af te zien dat hier de beste voetballers van Nederland bij elkaar zijn. Maar wie de ogen sluit en de achternamen wegdenkt zou aan de rand van elk willekeurig voetbalveld in Nederland kunnen staan. Jongens die, met zichtbaar plezier, samen voetballen.

Dezelfde uitroepen, lachsalvo’s, juichkreten. „Ikke”, roept Steven (Berghuis) hard als hij de bal wil. „Brrrroér!” klinkt het na een mislukt hakballetje. „Lekker hoor” na een goal en – klassiek – „Cody, winnen!” in een duel. Na afloop van de training fietsen Teun (Koopmeiners) en Marco (Bizot) op hun mountainbike naar het naastgelegen veld. Daar traint Jong Oranje, hun vrienden spelen er. Ze gaan over het hek hangen, roepen wat over het veld. Duimen gaan omhoog, ze lachen. Een flesje AA Drink zou het helemaal afmaken.

De concurrentiestrijd

‘Blok 1’ was het meest ontspannen deel van de voorbereiding. In Portugal vliegen de grote namen in: Georginio Wijnaldum komt over uit Liverpool, Matthijs de Ligt uit Turijn, Memphis Depay uit Lyon. Bijna alle spelers die in het buitenland actief zijn moeten nog komen. Tijdens het trainingskamp zal het serieuzer zijn, harder ook.

Het Nederlands elftal zal zich daar voorbereiden op de tegenstanders. De spelers krijgen (zeer) specifieke informatie over hun directe tegenstanders en de speelwijze van Oekraïne, Oostenrijk en Noord-Macedonië. Owen Wijndal: „Dat hebben we nog niet gedaan. Komt vanzelf. Nu weet ik niet veel van die landen. Een paar bekende namen, maar dat was het wel.”

Frank de Boer wil dat zijn team twee spelsystemen gaat beheersen: 4-3-3 en 5-3-2, dat aanvallend meer lijkt op 3-5-2. Dat is een uitdaging voor een team dat zo kort bij elkaar is, zei de bondscoach eerder. Er moet veel gebeuren in Portugal. Het echte werk komt nog.

Nu de selectie bekend is, wacht een nieuw begin: de concurrentiestrijd om een basisplaats.