‘Met mijn steenkolenbiologie kom ik nog aardig mee’

Het eindexamen NRC bespreekt deze weken de eindexamens na met deskundigen. Bioloog Midas Dekkers over het vmbo-examen biologie. „Ik was wel verbaasd over de ouderwetsheid van het examen. Ik herkende een heleboel vragen.”

Foto Remco Koers

‘Ik was trots op de examencommissie, vanwege de vraag of het sociaal gedrag is als chimpansees contact hebben met menselijke onderzoekers. Ik was daarover in verwarring, wist niet of het ja of nee was. Toen bleek dat het allebei kon, zolang je het maar goed beredeneert.

„Dus: nee, want sociaal gedrag bestaat alleen tussen soortgenoten. Of: ja, want de apen zijn de mensen als soortgenoten gaan beschouwen. Je moet dan niet alleen de onderzoeker zijn die naar de chimpansee kijkt, maar ook de chimpansee die naar de onderzoeker kijkt. Je moet inzien dat wij in een poes een klein mensje zien, en een poes in ons een grote poes. Dat is van groot belang. Daar word je groter van.

„Ik was wel verbaasd over de ouderwetsheid van het examen. Ik deed mijn examen héél lang geleden, maar herkende een boel vragen. Over bloedgroepen of chromosomen, dat soort onnozelheid. Dat kun je alleen maar dom uit je hoofd leren. Vroeger ging het over chromosomen omdat we nog geen genen door de microscoop konden zien. Inmiddels gaat de biologische discussie over genen en DNA, ik miste vragen daarover. Met mijn steenkolenbiologie kom ik nog aardig mee.

„Belangrijk in biologie is gezondheidsbesef. Je blijft beter gezond door goed op te letten in het biologielokaal dan door goed je best te doen in de sportschool. Leren hoe je lichaam werkt, is veel belangrijker dan dat gejengel aan die ringen. Op het examen moest je uitrekenen hoeveel energie de koolhydraten in een zakkie chips opleveren. Zo leer je kritisch kijken naar loze beweringen over gezondheid op het internet.

„Wel miste ik natuurbesef. Kinderen hebben veel liefde voor natuur, kijk maar naar hun omgang met poesjes, hondjes, plantjes en kikkervisjes. Het vervelende is dat dit bij volwassenen weer weg is. Scholieren zitten daartussen. Ze hebben de leeftijd waarop dat mooie natuurbesef verandert in een labbekakkerige houding. Een vraag als ‘waarom is het erg als de panda uitsterft’ was fijn geweest.

„Er zat één stamboompje in het examen, niet echt doordesemd van de evolutiegedachte dus. Kennelijk is men nog steeds bang daar de vingers aan te branden. Zonder evolutie is de biologie een verzameling losse verhaaltjes, over kraaien die dit doen, walvissen die dat doen en bloemetjes die zo doen. Evolutie is het grote bindmiddel.

„Ik had een tien voor biologie. Dat was ik vergeten, uit omgekeerde schaamte denk ik. Ik heb al mijn boeken en schriften achteraf verbrand, uit blijdschap dat ik van school af was. Doe dat niet, ik heb daar mijn leven lang spijt van gehad. Daarmee heb je de basis van je kennis vergaard, dat moet je koesteren.

„Vroeger wilde ik geen bioloog worden. Er was een hiërarchie van wetenschap, daarin keken natuurkundigen misprijzend neer op biologen. Dat waren bebaarde Prikkebenen. Dus wilde ik natuurkundige worden, maar ik was er te dom voor. Bij nader inzien is biologie natuurlijk de basiswetenschap van alle wetenschappen. Het is toevallig de wetenschap over jezelf.”