Lemuël de Graav

Foto Frank Ruiter

Interview

Dichter Lemuël de Graav (22) doet spoken word zonder handgebaren of clichématige cadans. „Ik wil dat mensen gewoon luisteren.”

Lemuël de Graav Hij deed deze maand mee aan het Wereldkampioenschap Poetry Slam in Parijs. Lemuël de Graav doet spoken word op zijn eigen manier, zonder handgebaren, clichématige cadans of stereotiep activisme.

30 september 2020

Op een woensdagmiddag, naast station BijlmerArena, in Amsterdam, treden dichters op tijdens een open lucht-uitvoering, georganiseerd door het poëziecollectief We The People Amsterdam. Tussen de gedreven performers is er één die er uitspringt: een jongeman die niet van zijn telefoon leest, maar uit een opschrijfboekje, en ingetogen zijn pijnlijke ervaringen meedeelt. Hij zingt de tekst van het Surinaamse liedje Faya sitong no brong me so (‘Vuursteen, brand mij niet’) en verbindt er gedachten aan over zijn familiegeschiedenis.

Hij heet Lemuël de Graav en is 22, blijkt na afloop. De dichter met de geblondeerde snor maakt zijn gedichten op een telefoon, maar schrijft ze voor optredens over in een boekje, „omdat dat er beter uit ziet”, zegt hij. Hij lacht. Zijn aanpak heeft resultaat. De combinatie van kwetsbaarheid en trefzekere woordkeuze leverde hem een paar dagen eerder een tweede plaats op bij het Nationaal Kampioenschap Poetry Slam in Utrecht. Twee maanden daarna zal hij de eerste editie van de Internationale Verhalenwedstrijd winnen, met de korte film Ik Haat Poëzie. Even later wordt hij uitgenodigd om Nederland te vertegenwoordigen op de Wereldkampioenschap Poetry Slam in Parijs, te houden in mei 2021. Beoogd kandidaat Martje Wijers, winnares van de NK, was zwanger.

26 april 2021

Lemuël de Graav werd geboren in Paramaribo, verhuisde op zijn tweede met zijn ouders en vier broers en zussen naar Eindhoven en groeide op in Lelystad. Vandaag, een maandag, zit hij thuis, in zijn gedeelde etage in Amsterdam-Zuid. Hij doet filmacademie, in de richting scenario-schrijven. Hij dicht, treedt op, is model voor mode-merken en speelt graag Fifa.

Zijn gedichten gaan vaak over zijn jeugd. „Pas als je terugkijkt, kun je daar iets zinnigs over zeggen. Op het het moment zelf ben je te subjectief, en je hebt het te druk. Ik neem tijd voor het verleden, mijn gedichten zijn nostalgisch.”

Voor hem op tafel liggen uitgeprinte gedichten, zoals De wortelen, De afwas en Faya Sitong. De Graav schrijft beeldend („Storm is de enige manier hoe een sterke boom dansen kan”), en hij beschrijft emoties, op een schijnbaar afstandelijke manier. Over ervaringen van de basisschool, bijvoorbeeld, waar hij opviel door zijn uiterlijk. Zoals hij schreef: „Ik stak m’n zwarte vinger in de lucht/ zei wat ik wist/ maar zij wist het beter.”

En: „Want wij komen van de evenaar/ pigment zo sterk dat het onzeker maakt.”

Hoe ouder ik word, hoe meer ik ontdek dat volwassenen ook maar wat doen

In het gedicht Faya Sitong verbindt hij zijn eigen gevoelens, met de ervaring van zwarte vrouwen die in Suriname op suikerrietplantages werkten: „Hete stenen in de handen van witte meesters.” Hij zegt: „Het is bizar om te bedenken dat de gebeurtenissen van toen, nog steeds doorsijpelen in mijn bloed.” Hij schreef:

„In de haat voor mijn kleur zat de overeenkomst

tussen mijn klasgenoten en ik

nu zoek ik een psycholoog

die ik niet hoef uit te leggen wat racisme is.”

De Graav werd streng christelijk opgevoed en leefde goeddeels afgeschermd van de wereld. Hij mocht geen Pokémon kijken, niet naar bepaalde muziek luisteren. Op zijn zeventiende ging hij het huis uit. Hij kon niet meer geloven in het geloof van zijn vader. „Ik vroeg hem: stel dat er geen hel zou zijn, zouden we dan alsnog op zondag met zijn allen naar de kerk gaan om te bidden? Zouden we de bijbel ook naleven zonder die dreiging?”

Hij kreeg geen antwoord. „Mijn vader is een starre man. Maar ik wist: uit angst leven wil ik niet.” Hij brak met zijn vader en met de kerk.

Die achtergrond maakt hem gevoelig voor autoriteit, zegt hij. „Mensen doen alsof ze macht hebben, maar ze hebben geen antwoord op je vragen. Hoe ouder ik word, hoe meer ik ontdek dat volwassenen maar wat doen. Ze hebben de wijsheid niet in pacht. Dat moet je een paar keer voor jezelf herhalen, zodat je het gaat geloven.”

Hij voelde zich „in de maling genomen”, maar opgelucht. „Het gaf me zelfvertrouwen te weten dat er in mij wijsheid zit. Door vragen te stellen, vooral over onderwerpen als geloof en opvoeding. Als ik het antwoord gevoelsmatig niet kan accepteren, weet ik dat het niet mijn waarheid is.”

Als ik anderen een stem kan geven, dan is dat mooi

Op zichzelf wonend, eerst in Zwolle, later in Amsterdam, was hij „nieuwsgierig naar de wereld”. Hij ontdekte nieuwe mogelijkheden, het uitgaansleven, mensen die ook creatief zijn, de grens opzoeken van wat je aandurft, in het diepe springen, schrijven.

Als dichter vindt hij maar weinig gedichten aantrekkelijk, blijkt uit de korte film Ik Haat Poëzie. Hij kreeg onlangs een stel bundels van een uitgever, maar vond de gedichten „stoffig of onbegrijpelijk”. „Ik haal meer inspiratie uit films en teksten van liedjes.”

Sinds hij schrijft, treedt hij ook op. Hij reisde het land voor ‘open podium’-avonden, om zich in spoken word te bekwamen. Hij merkte al snel dat het genre allerlei ongeschreven regels kent. „Daar houd ik me niet aan, ik vind ze clichématig: vaak hoor je zo’n cadans, waarbij de woorden een beetje aan elkaar vast worden geplakt, en veelbetekenende stiltes.”

Het afgelopen jaar kreeg spoken word, mede door het optreden van dichteres Amanda Gorman bij de inauguratie van president Joe Biden, veel aandacht. Als kenmerkend voor spoken word wordt vaak een activistische boodschap genoemd. Voelt Lemuël de Graav zich geroepen om activistisch te zijn? „Ik ben in de eerste plaats bezig met mijn eigen leven en identiteit, omdat ik daar vrede in moet vinden. Ik vertel mijn eigen verhaal. Als mensen zich daarin herkennen, of als ik anderen een stem kan geven, dan is dat mooi.”

Dat is het bijzondere van een poëzieavond, zegt hij: de wederkerigheid tussen dichter en publiek. „Iemand deelt iets persoonlijks, waar andere mensen zich door aangesproken voelen. Bij beide partijen ontstaat een fragiliteit die kan inspireren. Voor mij was dat ooit de reden om dit te doen.”

De maatschappij besluit of jij activistisch bent of zou moeten zijn

De verwachting dat een spoken word-dichter activistisch zou zijn, brengt De Graav in verband met stereotypering over huidskleur. „Het is de maatschappij die besluit of jij activistisch bent of zou moeten zijn. Je maakt zelf die keuze niet, net zoals je niet kiest of je een zwart lichaam hebt. Je wordt zo geboren en de buitenwereld bekijkt elke daad vanuit de verwachting omtrent je huidskleur. Zo denkt men dat een zwarte dichter per definitie activistisch is.” Zijn historie zou, volgens anderen, onderdeel van zijn werk moeten zijn. „Ook als een gedicht er niets mee te maken heeft, vragen mensen: Waarom doe je er niet wat over je geschiedenis in.”

Lemuël de Graav Foto Frank Ruiter

10 mei 2021

Morgen, dinsdag 11 mei, doet Lemuël de Graav via Zoom mee aan het wereldkampioenschap Poetry Slam in Parijs. Hij zit in een poule met dichters uit Madagaskar, Spanje, Mauritius en Noorwegen, allen kampioen van hun land. Hij zal zijn pet dragen, hij zal uit zijn hoofd voordragen, en rustig praten. „De emotie moet ontstaan vanuit de inhoud van de woorden, door de eerlijkheid. Niet door mijn stembuigingen, of andere toevoegingen.”

Andere poetry slammers onderstrepen vaak hun teksten met handgebaren en bewegingen. „Ik wil dat mensen gewoon luisteren, en niet door handen worden afgeleid.”

Tijdens het optreden houdt hij zijn handen op zijn rug. Als een priester, zegt hij, lachend.

13 mei 2021

Hij heeft de wereldtitel niet gewonnen. Die ging naar de Italiaanse Giuliano Logos en zijn dystopische gedichten. De Graav vond de situatie, voordragend vanuit zijn slaapkamer thuis, niet makkelijk. Hij miste de reactie van het publiek.

De gedichten die hij voordroeg, waren ingehouden maar doorvoeld. Zo kalm pratend, viel op hoe gedragen zijn taal is. „Hoe ik schrijf, heeft te maken met de zondagen dat ik in de kerk zat, met de manier van praten die ik daar hoorde. Ik gebruik soms woorden en gezegdes die niemand snapt. Ook doordat mijn moeder heel oud Nederlands spreekt, met oude uitdrukkingen. Vroeger schaamde ik me voor die opvoeding, nu kan ik er trots op zijn. Mijn identiteitscrisis is niet meer zo hevig. Ik weet nog niet wie ik ben, maar het is geen crisis meer.”

Lemuël de Graav verfilmde een gedicht van Astrid Roemer voor het tv-programma Brommer op zee (16 mei), bekijk het op NPOstart. Op Vimeo is o.a. zijn korte film Ik Haat Poëzie te zien. Zijn nummer ‘Kinderen van de Evenaar’ is te horen op Spotify en in juni volgt het nummer ‘Niets aan doen’. Op 20 augustus doet hij twee optredens op Lowlands. Meer van Lemuël de Graav op Instagram: ldegraav