Reportage

In het Limburgse Vaals werkt relatief het kleinste aantal mensen van Nederland. Hoe kan dat?

Armoede Nergens in Nederland is de arbeidsparticipatie zo laag als in Vaals. Hoe pakt de Limburgse gemeente die problemen aan?

De ‘ruilwinkel’ in Vaals helpt de mensen met een kleinere beurs en biedt kansen aan mensen zonder werk. Je betaalt er niet met geld, maar met andere spullen.
De ‘ruilwinkel’ in Vaals helpt de mensen met een kleinere beurs en biedt kansen aan mensen zonder werk. Je betaalt er niet met geld, maar met andere spullen. Foto’s Chris keulen

De ruilwinkel in het Limburgse Vaals, pal naast de grote Sint Pauluskerk in het centrum, verschilt qua inrichting amper van een kringloopwinkel. Aan de ene kant hangt tweedehandskleding aan rekken. In het midden: boeken, puzzels, vazen en andere opsmuk voor het interieur. Aan de andere kant liggen borden en bestek. Ook is er een zithoek, een tafel met groen plastic kleed en rieten stoelen, waar je gratis koffie kunt drinken – buiten coronatijd het kloppend hart van de hele operatie.

Maar in tegenstelling tot bij een kringloopwinkel betaal je hier niet met geld. Hier lever je oude spijkerbroeken, dvd’s, of snuisterijen in en krijg je er punten voor terug. Met die punten ‘koop’ je dan weer spullen. En zo wordt het hele monetaire systeem omzeild. „Vooral lente- en zomerkleding kunnen we nu wel goed gebruiken”, zegt vrijwilliger Tiny (68) tegen een klant die komt informeren.

Dat zo’n ruilwinkel in Vaals bestaat, zegt veel over het dorp. Het bewijst dat veel mensen het hier met minder moeten doen. Vaals wijkt in veel opzichten af van een gemiddeld dorp in Nederland. Hier heeft ongeveer een derde van de tienduizend inwoners de Duitse nationaliteit, en loopt de hoofdstraat van het dorp, de Maastrichterlaan, door in de Vaalserstrasse.

In Vaals moeten ze het voor een groot deel ook hebben van grenstoeristen, die zelfs tijdens de coronacrisis onafgebroken bleven komen om te fietsen of wandelen – en nu ook weer neerstrijken op de terrasjes. En in Vaals werkt, relatief gezien, al jarenlang het kleinste aantal mensen van heel Nederland.

Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Vaals bungelt vaak onderaan als het gaat om arbeidsparticipatie, het aandeel mensen met een baan onder de 15- tot 75-jarigen. Dat percentage schommelt al jaren tussen 52 en 54 procent. Ook blijkt Vaals de enige gemeente in Nederland waar minder dan de helft van de vrouwen een baan heeft.

Lastig cijfers meten

„Die CBS-cijfers kunt u in de prullenbak gooien”, zegt Jean-Paul Kompier, wethouder bij de gemeente Vaals en verantwoordelijk voor werk en economie, aan de telefoon. Er werken gemiddeld genomen helemaal niet minder mensen in Vaals, meent hij.

Dat Vaals zo laag scoort als het gaat om arbeidsdeelname, zou puur te maken hebben met het idee dat het grote aantal Duitse inwoners in het CBS-onderzoek niet mee wordt genomen, aldus Kompier. En ook het deel van de bevolking dat niet in Nederland werkt, maar bijvoorbeeld in Vaals’ zusterstad Aken, wordt volgens hem niet meegeteld. Kompier: „Wij ademen de grens.”

Het CBS bevestigt desgevraagd dat arbeidsparticipatie in een grensgemeente lastig te meten is. En de Enquête Beroepsbevolking wordt misschien niet even enthousiast door het Duitse inwonersdeel van Vaals ingevuld.

Anderzijds zijn er meer verwante zaken, naast de arbeidsparticipatie, waarop de gemeente slecht scoort, ziet ook Kompier. Vaals heeft, op Rotterdam, Amsterdam en Den Haag na, in verhouding de meeste mensen die in armoede leven. Dat een groot deel van de Vaalsenaren het inkomen niet in Nederland verdient, wordt vaker aangehaald om die cijfers te bekritiseren, schrijft het CBS in een rapport uit 2017. Maar zelfs na correctie blijft het armoedecijfer in Vaals vergeleken met andere gemeentes hoog.

Vaals hoort bovendien tot de top-drie van Limburgse gemeentes met het hoogste percentage mensen in de bijstand. En de gemeente heeft het hoogste percentage ‘inactieven’ van heel Limburg: mensen die geen uitkering krijgen, niet op zoek zijn naar werk én niet naar school gaan. Het gaat om zo’n 13 procent.

„Ik ben niet op deze winkel aangewezen”, zegt een Duitse vrouw die in de ruilwinkel door het rek met bloezen gaat, terwijl haar dochtertje om haar heen springt. Haar man werkt. Maar op de school van haar dochtertje valt de armoede op. Krijgt haar dochter relatief dure Bifi-worstjes mee naar school, dan proberen andere kinderen die nog weleens af te pakken, vertelt ze.

Zo’n vierhonderd meter verderop, bij het gemeentehuis, is weinig te merken van het feit dat één op de zes kinderen in Vaals in armoede opgroeit. Het gebouw wordt omringd door nieuwe luxeappartementen. „Ja, daarvoor betaal je wel de hoofdprijs”, zegt Jolanda Mikic, medewerker bij de gemeente, terwijl ze naar buiten kijkt.

Hoewel het aan de oppervlakte niet overal te zien is, kampt men in Vaals, een dorp, met de problemen van een grote stad, legt Mikic uit. „Telkens als er op het gemeentehuis iemand van buiten het dorp komt werken, zegt deze: mijn god, wat speelt hier?”

De kassa in de ruilwinkel. Foto Chris Keulen

Stadse oplossingen

En stadse problemen – Vaals doet daarin qua ernst niet onder voor bijvoorbeeld Rotterdam – vragen om stadse oplossingen. Daarom is Mikic in 2012 aangesteld. Als ‘beweegmakelaar’ probeert ze kwetsbare inwoners – in een uitkering, vaak laaggeschoold – in beweging te krijgen.

Soms gaat het vrij letterlijk om een blokje omlopen: een wandeling met iemand uit de buurt. En vaak helpt Mikic ook met de zoektocht naar vrijwilligerswerk, of een betaalde baan.

Een deel van de problemen in Vaals moet je in historisch perspectief zien, legt Mikic uit. Vaals leefde lang van mijnbouw – zoals een groot deel van Limburg. Ook de textielindustrie was belangrijk. De sluiting van die mijnen en fabrieken in de jaren zestig en zeventig had werkloosheid tot gevolg.

„Dat werkt generaties later nog steeds door”, zegt Mikic. „Die beleving van ‘ik kan en wil niks’, wordt doorgegeven van grootouders op kinderen. Ze kijken niet meer naar talenten, het is alleen maar overleven. Die zoon krijgt ook weer kinderen en geeft dat door. Zelfs op basisscholen zie ik die mentaliteit nog steeds terug.”

Daar komt bij dat de Vaals één van de meest vergrijsde gemeenten van Limburg is. Uit onderzoek van de Universiteit Maastricht blijkt dat de meeste inactieven tussen de 54 en 67 jaar zijn, vooral vrouwen. „En die werken in lijn met de oude katholieke traditie vaak niet”, aldus Mikic.

Goedkoop wonen

Wie in de ruilwinkel of in het gemeentehuis rondvraagt naar de oorzaak van de bijstands- en armoedeproblematiek, hoort veelal hetzelfde. „Mensen in de bijstand krijgen hier gemakkelijk woonruimte”, zegt vrijwilliger Tiny. Oude panden in Vaals zijn vaak opgedeeld in kleine kamers of studio’s, die voor een paar honderd euro aan hele families worden verhuurd.

Goedkoop wonen was voor Monique (50), een vrijwilligster in de ruilwinkel die om privacyredenen niet met haar hele naam in de publiciteit wil, een goede reden om na haar scheiding in Vaals te gaan wonen.

Vanwege haar nierziekte moet ze rondkomen van een WIA-uitkering – op bijstandsniveau. „Ik heb niet het idee dat er in Vaals minder wordt gewerkt dan in andere dorpen”, zegt Monique. „Maar die armoede, die zie ik wel. Zelf maak ik ook gebruik van de voedselbank.”

Ruim 55 procent van de woningen in Vaals bestaat uit huur, het overgrote deel is van de Woningstichting die bijna alleen woonruimte aanbiedt beneden de huursubsidiegrens (752 euro per maand).

„Dat trekt mensen aan die minder te besteden hebben, die met psychische problemen kampen, of met schuldproblematiek”, ziet Mikic. „En er zijn veel migranten die bij aankomst niet mogen werken. Er wonen hier nu zo’n 68 nationaliteiten.”

Annemarie Künn, van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt van Universiteit Maastricht, deed onderzoek naar mensen met een uitkering in gemeenten in Zuid-Limburg. Wat opvalt, zegt Künn: „Meer dan 70 procent van de Vaalsenaren in de bijstand heeft financiële problemen.” Maar wat eerst kwam – de problemen of de bijstand – is uit haar onderzoek niet op te maken.

In snel Limburgs overlegt Mikic op het gemeentehuis met de zojuist binnengelopen directeur van Hallo Collega, een tweemansbedrijfje in arbeidsbemiddeling. Ze is betrokken bij een nieuwe pilot van de gemeente: wie op dit moment in Vaals een bijstandsuitkering aanvraagt, moet éérst langs hen voor een gesprek. „Want heb je twee handen en twee benen, dan kun je werken”, zegt Mikic. „Dan kijken we welke mogelijkheden er nog zijn.” Werk, bijvoorbeeld in de horeca, is er in de regio in overvloed.

De gemeente wil ook iets anders: meer inzetten op het aantrekken van mensen met midden- en hogere inkomens. „Wij gaan oude panden opknappen en verkopen, en alleen nog maar bouwen in het hogere segment”, zegt wethouder Kompier aan de telefoon. De dure panden rond het gemeentehuis zijn daar het bewijs van.

Dat plan ontmoedigt mensen in de bijstand misschien naar Vaals te trekken, maar lost de problemen van de huidige inwoners niet op. Daar houdt Mikic zich voorlopig mee bezig. Voor corona lukte het hun daadwerkelijk om het aantal bijstandsuitkeringen terug te dringen, zeggen ze. In 2019 kregen zes mensen, sommigen met psychische problemen of de taal niet machtig, vanuit hun uitkering een betaalde baan.

Huisraad in de ruilwinkel. Foto Chris Keulen

Vlaai in de achtertuin

Terug in de ruilwinkel. Die werd in eerste instantie opgericht door onder meer de gemeente Vaals, Universiteit Maastricht en de GGD voor mensen met „een kleinere beurs”, zegt coördinator Hennie Gouders. „Maar inmiddels vinden een hoop klanten het duurzaamheidsaspect ook belangrijk.”

Ze trakteert op vlaai in de achtertuin en vertelt over de 23 vrijwilligers die ze onder haar hoede heeft. Ze krijgen hier de kans zich te ontwikkelen in de breedste zin van het woord, vertelt Gouders. Niet zelden komen nieuwe vrijwilligers via de beweegmakelaar, of door het UWV of de GGD.

Zo heeft vrijwilliger Monique veel aan gesprekken met beweegmakelaar Mikic gehad, vertelt ze in de tuin. Zij bracht haar in contact met de ruilwinkel. „Na mijn scheiding en verhuizing kende ik hier niemand. Ik ben helemaal afgekeurd, maar alleen maar thuis zitten is ook niks, de muren kwamen op me af. En ik ben niet het type dat zomaar ergens binnenstapt en zegt: ‘Hé hoi, hier ben ik.’”

Gouders ziet een omslag bij de gemeente: de laatste jaren wordt steeds meer over bijstandsproblematiek of schulden gepraat. Iets wat ze de Limburgers daarvoor minder openlijk zag doen. Soms helpt ze haar vrijwilligers door te stromen naar een betaalde baan. Maar dat moet iemand wel echt wíllen. „We kunnen hier niemand dwingen om aan het werk te gaan.”