Recensie

Recensie Film

Vermakelijke, maar veel te lange zombiefilm

Zombiefilm In ‘Army of the Dead’ probeert een groepje vreemde snuiters in het door zombies bevolkte Las Vegas 50 miljoen dollar uit een kluis te halen.

Foto Netflix

In de geestige proloog van Army of the Dead ontsnapt een superzombie bij toeval uit een zwaarbeveiligd militair konvooi. Hij bijt een paar soldaten en begeeft zich vervolgens richting Las Vegas. Wat er daarna gebeurt, wordt door regisseur Zack Snyder in flarden getoond, waarbij we alvast kort kennismaken met de hoofdpersonen. Als de zombiefilm dan echt begint is van Las Vegas weinig meer over. De befaamde gokstad is middels een muur hermetisch afgesloten en in enkele nabijgelegen kampen zitten mensen in quarantaine. Vrijwilliger Kate staat hen bij, later blijkt zij de dochter te zijn van hoofdpersoon Scott. Scott wordt door een mysterieuze Japanner gevraagd om in het door ondoden bevolkte Las Vegas 200 miljoen dollar uit een zwaar beveiligde hotelkluis te halen. Daarvan mag Scott 50 miljoen verdelen onder hem en zijn team specialisten – allemaal vreemde snuiters, onder wie een Duitse kluiskraker, een Franse mensensmokkelaar en een sigaartjes rokende helikopterpilote. Zij heeft de leukste oneliner: „al in de jaren negentig hadden ze een atoombom op Las Vegas moeten gooien”.

Snyders zombiefilm is bij vlagen vermakelijk, al duurt hij met z’n tweeënhalf uur veel te lang. Heel erg vernieuwend is het bovendien allemaal niet, op een zombietijger na en een select groepje zombies dat is geëvolueerd tot alpha-zombies die zowaar iets als bewustzijn vertonen. Dat de vader-dochterrelatie verloopt van moeizaam naar acceptatie is ook niet heel verrassend. Ook doet Snyder weinig met Las Vegas. Bij hem geen aanval op doorgeslagen consumentisme à la George A. Romero’s zich grotendeels in een shopping mall afspelende zombieklassieker Dawn of the Dead (1978) – waarvan Snyder in 2004 een remake maakte, zijn debuut. Snyder gebruikt Vegas als decor dat eruitziet als de zoveelste postapocalyptische film. Wel heeft hij een Nederlands tintje: componist Tom Holkenborg (Junkie XL) verzorgde de score, al vallen de gebruikte liedjes (waaronder de Elvis Presley-hit ‘Viva Las Vegas’) meer op.