Opinie

Ont-weten

Ellen Deckwitz

Dit weekend nam ik de moeder (69) mee naar een testevenement. Haar gezicht betrok toen ze hoorde dat ze daarvoor nog wel even gecontroleerd moest worden op Covid-19. „Het is mijn eerste keer”, piepte ze toen ze het hokje inging. Ze leefde het afgelopen jaar zo geïsoleerd dat er nooit reden was om een test te doen. Ik maakte haar wijs dat het reuze zou meevallen, maar helaas had ze niet zo’n tedere afnemer. Haar kreten klonken door de hele tent.

„Auw, auw, auw”, jammerde ze, „dat was een pijnlijke ontmaagding.”

„En dat op uw leeftijd”, zei de beveiligingsbeambte.

Tijdens het concert was ze dat gelukkig allemaal weer vergeten.

„Het is net als vroeger”, zei de moeder al headbangend, „voor er corona was!”

Ik zei niets. Het was verwarrend om opeens weer dichtbij haar te zitten, zo zonder mondkap. Het leek op vroeger, maar het was nu. De opluchting om even los te kunnen, compenseerde niet wat er het afgelopen jaar allemaal was gebeurd. De zorgen, de onzekerheid, de machteloosheid. Een kennis heeft door Covid-19 geen afscheid kunnen nemen van zijn geliefde. Alleenstaande vrienden werden depressief doordat ze maandenlang alleen thuiszaten. Er waren verhalen van kinderen die eetstoornissen ontwikkelden door de lockdown, en die dus de rest van hun leven een moeilijke verhouding tot voedsel zullen hebben.

Even moest ik denken aan de uitdrukking „dit pakken ze me niet meer af”, die wordt gebruikt na een fijne gebeurtenis: die geweldige vakantie, dat ene mooie gesprek met een vriend, een eerste kus, het behalen van een gedroomd doel. Tegenover wat ze je niet meer afpakken staan momenten waar je niet meer overheen komt, die je altijd zult meeslepen, de zaken die je niet meer kan ont-weten, hoeveel herdenkingen, therapieën of EMDR je er ook tegenaan gooit. Die persoon waar je geen laatste gesprek meer mee had. De wetenschap van wat er in de verpleeghuizen gebeurde. De willekeur van een kabinet dat op een zeker moment meer bezig leek met verkiezingen dan met volksgezondheid.

Terwijl mijn moeder inmiddels op haar stoel stond te stuiteren vroeg ik me af of we daar straks, als we deze pandemie achter de rug hebben, ooit samen bij stil zullen staan. Niet alleen bij wat we allemaal niet meer mogen vergeten, maar ook bij wat we allemaal niet kúnnen vergeten.

Er barstte een gouden confettiregen los. Mijn moeder juichte dat ze zich dit altijd zou herinneren. Glitters bedekten haar grijze haar, maakten dat haar schouders straalden en heel even was er alleen maar licht. Heel even was alles met een fonkelende laag bedekt. Heel even waren we alleen maar gezond.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.