Interview

‘Het gedogen moet stoppen: tot hier en niet verder!’

Eddo Verdoner | coördinator antisemitismebestrijding „Er moet veel ruimte zijn voor politiek protest, ook tegen Israël. Maar dat stopt bij antisemitisme”, zegt de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding.

Jodenhaat op sociale media en grappen over de Holocaust en Hitler. Een Joodse winkel die dikwijls is vernield. Een medewerker van een postbedrijf die als adres van een pakket FUCKJEWS schreef zodat het nooit arriveerde. En de vele theorieën dat corona een Joods complot is.

Sinds de laatste uitbraak van het geweld in Israël is het aantal meldingen van antisemitisme „schrikbarend” gestegen, zijn Joodse organisaties „overstelpt” met haatmail, signaleert Eddo Verdoner, Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding, een door het Rijk ingestelde functie. Bij het Centrum Informatie en Documentatie Israël kwam in één week 15 procent van het aantal meldingen van een gemiddeld jaar binnen.

„Het voorbeeld van een Joods kind dat door zijn eigen vriendjes in een speeltuin ineens wordt uitgescholden, gepest en belaagd. Of als tijdens demonstraties tegen Israël wordt opgeroepen tot geweld tegen Joden. Het is logisch dat Joodse mensen in Nederland zich hierdoor bedreigd voelen.” Verdoner, sinds vorige maand aan het werk, spreekt zich voor het eerst uit met een waarschuwing en een oproep. „We moeten zeggen: tot hier en niet verder. Er moet veel ruimte zijn voor politiek protest, ook tegen Israël. Maar dat stopt bij antisemitisme.”

Zijn alle protesten kritiek op Israël of is het antisemitisme?

„Antisemitisme leeft onder de oppervlakte, komt af en toe naar boven. Mensen hier worden aangesproken op een conflict duizenden kilometers verderop. Dat gebeurt niet bij Nederlanders met Turkse of Jemenitische achtergrond, als daar iets speelt. Vervolgens wordt gezegd: wat daar gebeurt, is tekenend voor het karakter van een volk. De grens tussen kritiek op een staat en een vermeende volksaard vervaagt. De Turkse president Erdogan had het laatst over bloedzuigende Israëli’s. Hij haakt zo aan bij het aloude bloedsprookje. Als leiders dat zeggen, nemen anderen dat over.”

Er is dus altijd sluimerend antisemitisme dat een weg naar boven zoekt?

„Er is altijd antisemitisme geweest en deze haat komt altijd terug. Door alle eeuwen heen. In de Tweede Wereldoorlog, maar ook daarvóór, in de geschriften van Luther bijvoorbeeld. Later is het antisemitisme geïmporteerd uit landen waar staatsmedia antisemitische denkbeelden vrij verspreiden. Verder zijn er oude fabels over Joden die achter je geld aan zitten en het bloed van kinderen verwerken in matzes. Die fabels worden nu geprojecteerd op het conflict in Israël. Er wordt gezegd dat Israëli’s net zo erg zijn als nazi’s. Zo wordt eigenlijk gezegd dat de Joden, die in de oorlog zijn weggevoerd en vermoord, het misschien wel verdienden.”

De verontwaardiging is selectief?

„Je mag je uitspreken over dat conflict. Die vrijheid is zwaar bevochten, dat vieren we elk jaar op 5 mei. Maar diezelfde vrijheid is er ook voor Joodse burgers om zich vrij te voelen en zonder discriminatie door het leven te gaan. Waar het om gaat, is dat deze verontwaardiging vertaald wordt naar Joden. Dat ze belaagd worden. Ook privé. Men geeft mensen hier de schuld van het conflict daar. ”

Voetbalsupporters die zich Joden noemen zonder te beseffen wat ze zeggen, is dat niet onschuldig?

„Antisemitisme is geen vorm van politiek protest. Het is gewoon haat. ‘Joden aan het gas’ is een verschrikkelijke verwensing. Neem de antisemitische moorden in Frankrijk van de afgelopen jaren op bijvoorbeeld Sarah Halimi of Mireille Knoll. Die zijn een culminatie van het alledaagse antisemitisme, dat daar al langer rondwaart. We willen hier geen Franse toestanden. Dus moeten we nu ingrijpen.”

Lees ook: ‘Jongens, alsjeblieft, importeer dat conflict niet naar Nederland’

Wat moet er gebeuren?

„Burgemeesters moeten bij demonstraties opletten wat er gebeurt. Laat de driehoek, burgemeester, politie en justitie, samen met een tolk kijken en ter plekke ingrijpen, door een persoon die antisemitische leuzen roept aan te spreken en te beboeten, en eventueel de demonstratie te ontbinden. In afspraken met de organisatie moet worden vastgelegd dat als een demonstratie ontaardt in antisemitisme of oproepen tot geweld, deze altijd wordt ontbonden. Zo bescherm je de vrijheid van demonstratie en de veiligheid van Joodse burgers in Nederland.”

Hoe zou dat dan aangepakt moeten worden?

„Ik spreek burgemeesters er op aan. Vaak worden spreekkoren nu te laat opgemerkt. Als je lang wacht, wordt het erger. In het voetbal is veel te lang gezegd: het is maar een spel, het is niet echt, ze bedoelen het niet zo. Inmiddels is het erg lastig haatdragende teksten en spreekkoren tegen Joden in stadions te stoppen. We moeten gelijk ingrijpen, zodat er geen brede cultuur ontstaat die lastig is aan te pakken. Je pakt iemand aan die over de schreef gaat. Als dat consequent gebeurt, hoeft dat niet te escaleren en tot rellen te leiden, want het is vooraf afgesproken. Ook de organisatie kan tegen zo iemand zeggen: jij belemmert ons, jij kaapt onze demonstratie, stop ermee.”

Wat is nog meer belangrijk?

„Je moet kijken naar onderwijs en voorlichting. Registeren. Aangifte doen. Opsporen en mensen veroordelen en straffen. Het is nu lastig aan te geven bij de politie dat bij een delict antisemitisme een rol heeft gespeeld. Het valt niet gemakkelijk aan te vinken. Daarnaast moet het Openbaar Ministerie bereid zijn antisemitische motieven te onderzoeken. Daarbij zou het goed zijn de aanwijzing aan het OM te geven om een strafverzwaring te eisen als sprake is van antisemitisme, en dat in wetgeving te verankeren.”

Worden er mensen veroordeeld voor antisemitische delicten?

„Soms wel. Maar het gevoel bestaat dat als je aangifte doet, de kans dat iemand wordt veroordeeld heel klein is. Het OM moet doorpakken. De overheid moet zich uitspreken over incidenten. Als je als norm stelt ‘je mag hier niet verder’, gaat dat in de hoofden van mensen zitten. Daar gaat een preventieve werking van uit.”

Lees ook dit interview: ‘Het antisemitisme in Frankrijk is niet terug, het was nooit weg’

Doet de overheid nu onvoldoende?

„De aanpak van antisemitisme is versnipperd over verschillende ministeries. Ook is er gebrek aan coördinatie tussen Rijk en lokale overheden. En bij de maatschappelijke organisaties – scholen, redacties, kerken en sportclubs –moet duidelijk zijn dat er geen tolerantie is voor antisemitisme. De overheid heeft de definitie van antisemitisme overgenomen van de International Holocaust Remembrance Alliance (IHRA). Dan moet die aangenomen definitie wel worden gebruikt in het onderwijs en bij het opleiden van politiemensen bijvoorbeeld, zodat die antisemitisme herkennen.

„Je moet niet alleen de haat bestrijden. Je moet het Joodse leven op straat weer tonen. Laten zien dat het echte mensen zijn, die met mooie feesten en cultuur deel uitmaken van Nederland. Daarbij is het ook belangrijk het verhaal van de Holocaust te blijven vertellen. Mensen opleiden, zodat we niet meer hoeven zien dat bij demonstraties tegen coronamaatregelen een Jodenster wordt gedragen. Wat die mensen doen, is in wezen het relativeren van de Holocaust. Eigenlijk zeggen ze: de pijn die de mensen toen hebben gevoeld, is even erg als het feit dat ik nu geen biertje kan drinken. Zo trap je op het hart van mensen. En je ontkent de zwaarte van de Jodenvervolging.”

Doet Nederland het slechter dan de rest van Europa?

„Op bepaalde gebieden moeten we stappen maken. Buitenlanders schrikken zich een ongeluk over wat er hier in stadions geroepen wordt. Misschien heeft het te maken met de Nederlandse mentaliteit; dat we ons niet zo snel van ons stuk laten brengen. Verschrikkingen beginnen met woorden. Daarna volgen provocaties. Op scholen, sportclubs. Antisemitische uitingen zijn niet onschuldig. Het loopt uit de hand. Het gedogen moet stoppen. Er moet een antwoord komen.”