Recensie

Recensie Theater

De scherpe teksten van Annie M.G. Schmidt bleven altijd huiselijk

Musicals Annie M.G. Schmidt Abortus, homoseksualiteit: de musicals van Annie Schmidt zaten vol engagement. Met het nieuwe boek Mjoeziekul dicht Sanne Thierens een hiaat in de theaterliteratuur. Ook biedt ze goede analyses van Schmidts musicalteksten.

‘De laatste dans’, apocalyptische finale uit de musical ‘Foxtrot’ van Annie MG Schmidt en Harry Bannink in Kon. Theater Carré (1977). Met o.a. Georgette Hagendoorn, Gerrie van der Kley, Willem Nijholt, Trudy Laby.
‘De laatste dans’, apocalyptische finale uit de musical ‘Foxtrot’ van Annie MG Schmidt en Harry Bannink in Kon. Theater Carré (1977). Met o.a. Georgette Hagendoorn, Gerrie van der Kley, Willem Nijholt, Trudy Laby. Foto TON SCHUTZ / ANP

Als Willem Nijholt in de musical Foxtrot (1977) zijn mannelijke tegenspeler kuste, klonk er vanuit de zaal afkeurend gesis of zelfs: ‘Hé, vuile poten!’. Nijholt werd akelig van de reacties uit de zaal en smeekte schrijver Annie M.G. Schmidt om de kus uit haar musical te halen. Schmidt reageerde: „Je moet niet zo zeuren, je doet hier pionierswerk.”

Nee, het sociaal engagement dat Schmidt in haar musicals stopte, en die deze zo typerend Nederlands maakte, was geenszins vrijblijvend – zo blijkt uit het boek Mjoeziekul van Sanne Thierens. In Foxtrot nam Schmidt het niet alleen op voor homo’s, ze brak ook een lans voor vrije abortus, terwijl 25 kilometer verderop de eerste abortuskliniek werd bedreigd door ontruiming. En toen ze in Madam(1980) feministen en lesbische vrouwen belachelijk maakte en prostitutie romantiseerde, stonden de echte feministen voor de theaterdeuren actie te voeren.

Mjoeziekul gaat over de zeven musicals waarmee Harry Bannink en Annie M.G. Schmidt tussen 1965 en 1984 het fundament legden voor de Nederlandse musicaltraditie. Het fonetische ‘mjoeziekul’ is de term die Schmidt zelf ironisch gebruikte om haar eerste musical te omschrijven. Ze deed alsof ze niet wist wat een musical was en alsof Heerlijk duurt het langst eigenlijk geen echte musical mocht heten. Vermoedelijk probeerde zij zichzelf alvast in te dekken, omdat het genre in een kwade reuk stond, en haar voorstelling de vergelijking met de Amerikaanse musical misschien niet aankon.

Typisch Schmidt om zo te relativeren, en zich zo alvast ongrijpbaar te maken. Maar gelukkig had ze een paar mensen naast zich die ervoor zorgden dat zij toch de peetmoeder werd van de Nederlandse musical. Ook zij krijgen in Mjoeziekul mooie biografische schetsen.

Choreograaf Paddy Stone, Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink ten tijde van ‘Wat een planeet’ (1971).

Foto Henk Pothoff

Allereerst werkte Schmidt met de grote componist Harry Bannink, wiens Twentse bescheiden ego schril afstak bij zijn genie. En dan was er John de Crane, de gedreven theaterproducent die groot durfde te denken, iedereen samenbracht, Schmidt achter de broek zat en er veel te veel geld tegenaan smeet. Langzaam zie je De Crane wegzinken in geldproblemen, eenzaamheid en drankzucht, zich vastklampend aan zijn musicals. Voor de noodzakelijke professionaliteitsslag haalde hij de Canadese choreograaf en regisseur Paddy ‘De Beul’ Stone binnen, die met de zweep de onervaren Nederlandse musicalacteurs boven zichzelf uit deed stijgen in ‘on-Nederlands’ grootse shows.

Powervrouw in mannenwereld

Sanne Thierens vult met haar boek een belangrijk hiaat in de literatuur over Annie Schmidt. In het oranje boek van Joke Linders uit 1999 komen de musicals er wat bekaaid vanaf. Het roze boek van Hans Vogel uit 2000 ging juist uitsluitend over haar dramatische werk, maar door het voortijdig overlijden van de auteur blijft het een fragmentarische verzameling documentatie. En de lichtblauwe biografie van Annejet van der Zijl uit 2012 laat het oeuvre helemaal links liggen. Het blijft jammer dat leven en werken van Annie M.G. Schmidt nog altijd niet in één boek zijn samengebracht, maar met Mjoeziekul erbij komen we een heel eind.

Aan de muziek, of aan de plaats van Schmidt en Bannink in de musicalgeschiedenis besteedt Thierens weinig aandacht. Maar ze levert sterke analyses van Schmidts teksten, met een nadruk op haar engagement, van milieuvervuiling en oorlog tot antikapitalisme (Schmidt was fellow traveler; Sovjet-sympathisant). Vooral Schmidt ambivalente houding jegens de vrouwenemancipatie diept Thierens goed uit.

In het huwelijksdrama Heerlijk duurt het langst (1965) onderzoekt Schmidt de knellende banden van het huwelijk, in het bijzonder de rol daarin van de huisvrouw. Maar aan het eind laat ze de echtelieden toch weer samen komen. In latere musicals verdedigt ze steeds onverbloemder en feller de vrouwenrechten, om zich in Madam (1980) ineens tegen de feministen te keren. Ze was het goeddeels eens met hun doelstellingen, maar haatte hun radicalisme en onverdraagzaamheid. Schmidt ging zelfs zo ver te stellen dat niet vrouwen, maar mannen worden onderdrukt. Doordat Schmidt zich decennialang had gehandhaafd in de mannenwereld als machtige vrouw, zo stelt Thierens, was zij het zicht op het lot van doorsnee vrouwen verloren. Gevoegd bij haar diepe afkeer van fanatisme, uiteraard.

Dienstbare echtgenote

Schmidt leverde geen eenzijdige traktaten. Ze wilde vooral de tijdsgeest tonen, en ze laat van alles altijd de andere kant zien. Ook die conservatieve uitspraken zijn de hare. Ambivalent was haar werk en haar leven. In haar eigen leven was ze geëmancipeerd: een mondige vrouw die haar werk altijd voor liet gaan. Maar daarnaast wilde ze toch ook graag de dienstbare echtgenote zijn. Na iedere glorieuze musicalpremière liet ze zich mak door haar man meenemen naar het buitenhuis in Zuid-Frankrijk, omdat hij een hekel had aan drukte, en aan Nederland, en aan het leven in het algemeen, terwijl zij veel liever van de Amsterdamse ophef en aandacht was blijven genieten.

Maar bovenal plaatste Schmidt haar scherpe kritiek altijd in een lichte, geestige, en vooral herkenbare huiselijke omgeving. Musical moest wel familievriendelijk amusement blijven. Zoals theaterkundige Henk van Gelder ooit zei: ze zette de ramen open, maar liet de geraniums staan.

Mjoeziekul door Sanne Thierens. Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar, 416 p., € 24,99.

●●●●●