Foto Stichting Fotoarchief Pieter Vandermeer

50 jaar IFFR: geen grap of gril, maar een succesformule

Het eerste IFFR Van 2 tot 6 juni wordt 50 jaar IFFR gevierd. De voorverkoop van het eerste ‘Film International Rotterdam’ in 1972 liep beroerd, maar in de loop van de week kwam de sjeu erin.

Het eerste ‘Film International Rotterdam’ ging met zijn 36 speelfilms weinig voorspoedig van start op 28 juni 1972. ‘En foetsie was de wethouder’, kopte het Rotterdams Nieuwsblad: wethouder De Vos van Cultuur weigerde in theater Calypso het festival te openen toen hij zag dat bij de Iraanse openingsfilm De Postbode maar 17 van de 540 stoelen bezet waren.

Zo gebeurde wat al gevreesd werd, tekende NRC Handelsblad somber op. ‘Een handjevol mensen, zonder ceremonieel, zonder sfeer.’ AD vroeg zich af hoe bezoekende buitenlandse filmmakers er tegenaan keken: ‘Als een grap, een gril of een gruwel?’ ‘Lege stoelen’, kopte De Volkskrant: ‘Een levensgrote beeldmonitor roept zijn propaganda voor dit filmfestival de woestijn in.’

Lees ook 9 IFFR-tips van onze recensenten: van voetballers tot vampiers

Die woestijn was Rotterdam, waar het proletarische publiek alleen naar de bioscoop ging voor ‘sex en knokken’ (Volkskrant). Softpornokraker Blue Movie draaide er eind juni 1972 voor zijn 39ste week. Hogere filmcultuur viel hier in dorre aarde, voorspelde de filmpers. Maar Adriaan van der Staay van de Rotterdamse Kunststichting zag het anders. Hij had grote ambities en geld: kunst moest immers de verwoeste havenstad verheffen. Het idee was dat Rotterdam zich zou richten op de kunsten die rivaal Amsterdam links liet liggen: poezië, architectuur en film. Onder Van der Staay begon Poetry International én IFFR.

Voor een internationaal filmfestival polste Van der Staay de Utrechtse filmpromotor en supernetwerker Huub Bals. Die timmerde in Utrecht sinds 1966 aan de weg met ‘Cinemanifestaties’, gefinancierd door zijn werkgever, de filmketen Wolff. Bourgondiër Bals wist een feestje te bouwen, had een neus voor kwaliteit en lokte talloze beroemdheden naar Utrecht: Anna Karina, Pasolini, Dudley Moore, Jacques Rivette. Voor het Holland Festival organiseerde Bals nationale filmweken: Oggi Italia, USA Today. Dat budget – 35.000 gulden – zou in 1972 naar Rotterdam gaan, dat dan zelf 40.000 bijlegde. Film International Rotterdam (FIR) hoefde slechts 5.000 gulden aan kaartjes te verkopen.

IFFR-posters uit 2007, 1982, 1973, 1974, 1979, 2000, 1998, 1984 en 1995.
Beeld IFFR

Exotisch en revolutionair

Huub Bals, die een gat in de hand had – het Utrechtse filmhuis ’t Hoogt, dat hij begin 1973 opende, liet hij met bijna 7 ton schuld achter – kon aan de slag. Ook hij had zijn bedenkingen over Rotterdam; Bals benaderde Amsterdam om voor 100.000 gulden een soortgelijk festival te organiseren, maar wethouder Han Lammers wimpelde dat koeltjes af.

De voorverkoop in de havenstad liep beroerd, wat Bals ‘grijze haren’ bezorgde - hij stuurde hostesses naar de hoofdstad om daar te flyeren. Waren Rotterdammers wel te porren voor ‘super-experimentele’ films (Volkskrant) die ook volgens Bals ‘nog niet helemaal rijp waren voor de bioscoop’ en bovendien talenkennis vereisten? Engelse, Franse en Duitse films waren niet ondertiteld en exotische films vaak in het Frans of Engels.

Film International Rotterdam moest meer zijn dan een filmfestival; Bals beoogde een ‘beweging’, aldus biograaf Frans Westra. Nederlandse bioscopen meden indertijd elk risico: hun bezoekersaantal slonk tussen 1960 en 1970 van 55 naar 24 miljoen. Rotterdam wilde artistieke films niet alleen vertonen, maar ook aankopen, ondertitelen en dan laten rouleren door een circuit van ‘filmhuizen’ dat na 1972 inderdaad van de grond kwam. Rotterdam zou de spil worden van een alternatief filmcircuit, als etalage én distributeur.

Het eerste festival van 1972 was dus een soort try-out, en gelukkig kwam in de loop van de week de sjeu erin, ook omdat de kranten er dagelijks vrij enthousiast halve pagina’s aan besteedden. Het aanbod was exotisch, met zeven Japanse films, en revolutionair; dat was volgens Bals niet zijn keus, maar de tijdgeest. Een Frans filmcollectief liet Franse lopende- bandarbeiders van Peugeot aan het woord (Weekend à Sochaux), er was kritiek op Vietnam (Winter Soldiers), milieuvervuiling (Minamata) en ongevraagde sterilisatie van Boliviaanse indianen door het Amerikaanse Vredescorps (Blood of the Condor).

Foto Stichting Fotoarchief Pieter Vandermeer
Foto Stichting Fotoarchief Pieter Vandermeer
1: Festivaloprichter Huub Bals, met Jules Deelder onder de toehoorders, in 1972.

2: Drie bioscopen aan de Kruiskade: Corso, Thalia en Lumière.

3: Voormalig premier Ruud Lubbers met regisseur Zhang Yimou en actrice Gong Li in 1993.

4: Operateurs aan het werk op eerste Film Festival Rotterdam in 1972.


Foto’s Hajo Piebenga / Nederlands Fotomuseum en Stichting Fotoarchief Pieter Vandermeer

Biertje met Fassbinder

Rotterdam draaide niet louter meesterwerken. Julio Luduena (Alianza para el progreso) erkende zelf ronduit dat zijn film slecht was. Maar in wiens ogen? ‘Van een cultuur die zich manifesteert met een krankzinnige inquisitie, met kolonialisme, met atoomgeweld?’ Simon Vinkenoog zamelde onder het motto ‘Poen voor Pierre’ geld in voor de wegens drugsbezit gedetineerde acteur Pierre Clémenti: opbrengst vijf gulden. De filmkeuring zorgde voor reuring met een verbod op Andy Warhols travestietenparodie Women in Revolt. Dat werd omzeild door bezoekers lid te maken van de – besloten – Rotterdamse filmliga.

Kenmerkend voor Film International waren van meet af aan stembiljetten voor het publiek en een groot aantal bezoekende filmmakers, onder wie de 82-jarige legende Abel Gance die met zijn acteur Albert Dieudonné een 4,5 uur lange versie van epos Napoléon uit 1927 presenteerde. Het duo amuseerde gasten tijdens een diner op de Euromast met anekdotes over de Franse filmwereld anno 1908. Het werd nadien de legende van Rotterdam: daar kon je aan de bar gewoon een biertje drinken met Fassbinder, Werner Herzog, Wim Wenders of Kurosawa.

Uiteindelijk werd met 4.500 kaartjes het doel gehaald; in oktober was de Rotterdamse gemeenteraad enthousiast genoeg om er een jaarlijks evenement van te maken, te beginnen in januari 1973. De kaartverkoop ging van 26.500 in 1978 naar 340.000 in 2019. Een filmfestival in Rotterdam bleek geen grap, gril of gruwel maar een succesformule.