Analyse

Scholen mogen open, leraren zijn boos

Onderwijs Het voortgezet onderwijs mag vanaf volgende week weer helemaal open, maar niet iedereen staat te juichen. Hebben de boze leraren een punt?

Leerlingen in de klas op het Teylingen College Leeuwenhorst in Noordwijkerhout. Foto JEROEN JUMELET/ANP

Voor docenten, leerlingen en schoolleiders moet het besluit van het kabinet de scholen vanaf volgende week weer helemaal te openen voelen als Groundhog Day: daar gáán we weer. Met de zomervakantie in zicht – vanaf 10 juli heeft de eerste regio zomervakantie vrij – moeten de roostermakers voor de zoveelste keer aan de bak.

Het kabinetsbesluit leidde tot woede onder een deel van de leraren. Onderwijsvakbond CNV liet vrijdag al weten dat driekwart van hun achterban volledige heropening niet ziet zitten. Ook andere docenten roerden zich de afgelopen dagen. Op Twitter werd de hashtag #IkWeiger gelanceerd, en een petitie waarin wordt opgeroepen om volledige opening van de scholen uit te stellen tot na de zomervakantie. Die petitie was maandagmiddag ruim vierduizend keer ondertekend.

Sinds de eerste lockdown in het voorjaar van 2020 hebben middelbare scholen zich meerdere keren in bochten moeten wringen om les te blijven geven. Ze gingen dicht, mochten deels open, gingen weer dicht en een paar maanden later weer deels open. Tussendoor zaten hele klassen dagenlang thuis in quarantaine of in afwachting van een coronatest.

Tweeënhalve dag fysiek les

Gemiddeld krijgen leerlingen in het voortgezet onderwijs nu tweeënhalve dag fysiek les, maar de verschillen zijn groot: op sommige scholen kunnen leerlingen alle dagen naar school, op andere scholen blijft het door gebrek aan ruimte bij slechts één dag.

De prijs van het gebrek aan structuur en fysieke les is hoog. Nog los van de cijfers – de meeste scholen rapporteren een daling, maar een landelijk beeld ontbreekt – groeien de zorgen over het welzijn van leerlingen. Ze zijn somberder en hebben meer last van stress en eenzaamheid nu ze al langer dan een jaar vooral thuis op hun kamer zitten. Kinderartsen en jeugdpsychiaters trekken al maanden aan de bel. Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer deed onlangs in NRC een dringende oproep aan het kabinet middelbare scholen zo snel mogelijk helemaal te openen. Er voltrekt zich een „stille ramp”, zei zij. „De schade die we aanrichten door jongeren zo te laten bungelen is enorm.”

Lees het interview met de Kinderombudsvrouw: ‘Laten we de jongeren nog een paar maanden een béétje structuur bieden’

Het kabinet moest afgelopen zaterdag kiezen uit twee kwaden. Ja, het is van belang dat scholen zo snel mogelijk helemaal opengaan zodat jongeren weer een ‘normaal’ leven kunnen leiden. Tegelijkertijd zal door deze versoepeling het aantal coronabesmettingen weer oplopen. Om álle leerlingen weer naar school te laten gaan, moet de anderhalvemeterregel worden losgelaten en kunnen zij elkaar gemakkelijk besmetten in het klaslokaal.

In het advies aan het ministerie van VWS van 22 mei schrijft het Outbreak Management Team (OMT) dat dit tot een stijging van „enkele tienduizenden infecties” zal leiden. Maar, schrijft het OMT, deze infecties hebben „een beperkte impact op het aantal opnames en de bezetting van ziekenhuizen en de IC”, omdat het voornamelijk gaat om pubers en hun ouders, die meestal niet heel ziek worden.

Twee keer per week een test

Volgens het OMT kan een „actief testbeleid” het aantal voorspelde besmettingen bovendien binnen de perken houden. Daarvoor moeten leerlingen zichzelf twee keer per week, onder toezicht van een ouder, testen op corona. De miljoenen tests die daarvoor nodig zijn, zijn besteld en onderweg naar scholen. Die moeten ze vanaf volgende week uitdelen aan leerlingen. Of leerlingen daadwerkelijk zullen testen, is de vraag: het is niet verplicht. Scholen mogen er naar vragen, maar toezicht op naleving is er niet.

De animo voor zelftesten is tot nu toe niet heel groot, bleek uit verschillende proeven. Bovendien zijn deze testen minder betrouwbaar bij mensen zonder klachten.

Het verklaart een deel van de boosheid onder met name oudere docenten. Zij zijn bang om in het zicht van de haven alsnog ziek te worden en voelen zich, voor de zoveelste keer in de coronacrisis, in de steek gelaten door het kabinet. In het najaar moesten docenten vaak eindeloos wachten op een coronatest, de ventilatie is op een deel van de scholen nog steeds niet op orde en ondanks verschillende oproepen kregen docenten geen voorrang in het vaccinatieprogramma. Inmiddels heeft versneld vaccineren van docenten geen zin meer, schrijft het OMT, „omdat het organiseren en uitvoeren van een vaccinatiecampagne inclusief de opbouw van immuniteit na de vaccinatie niet meer in de resterende schoolperiode gerealiseerd kan worden”.

Het is nog maar de vraag of de groep boze en bezorgde leraren die zich nu verenigen onder de hashtag #IkWeiger daadwerkelijk weigeren les te geven. Bij eerdere heropeningen in het afgelopen jaar speelden dezelfde sentimenten een rol, maar ging de opening vervolgens gewoon door. De meeste docenten zullen vanaf volgende week dan ook vast weer voor hun klas staan. Alles om hun leerlingen dit hobbelige schooljaar normaal te laten afmaken.