Recensie

Recensie Muziek

Niet alle opera’s kan je coronabestendig uitbenen. Donizetti houdt (meestal) stand

Innemend kleinschalig is de nieuwe productie van Donizetti’s L’elisir d’amore. Dat de gestreamde voorstelling geen anderhalf uur boeit, is de cast en het puike arrangement niet aan te rekenen.

Foto Bjorn Frins

Terwijl in Frankrijk en Groot-Brittannië de theaters weer open zijn, blijft het hier voor onder meer de operahuizen nog voortdurend aanpassen en bijkoersen. Wel zeker is dat Opera Zuid, De Nationale Opera en Nederlandse Reisopera, sinds drie jaar samen optrekkend in De Nationale Opera Studio, net een nieuwe lange termijnsamenwerking voor talentontwikkeling hebben afgesproken.

De eerste vrucht daarvan is een nieuwe productie van Donizetti’s komische opera L’elisir d’amore, die zondag in Eindhoven (zonder publiek) in première ging en nog drie maanden online is te bekijken.

De voorstelling is een schoolvoorbeeld van innemende kleinschaligheid. Dat succes begint bij de keuze voor Donizetti. Lang niet alle opera’s lenen zich voor couperen en coronabestendig uitbenen, maar de charme van Donizetti houdt (meestal) stand in het knappe nieuwe kamer-arrangement van Pedro Berisi voor twaalf musici.

Lees ook: Onlinevoorproefje ‘Donizetti Queens in Concert’ is een boeiend schouwspel

Zanglijnen die worden gedubbeld door één viool krijgen een salonmuziek-dimensie, inventieve instrumentatiekeuzes (marimba) zorgen voor verrassinkjes. Waar het kamermuzikale arrangement toch doet verlangen naar het meeslepender gebaar van een bakvullend orkest, doet dirigent Enrico Delamboye er alles aan om met versnellingen toch een vlam-in-pan effect te sorteren.

Gossip Girl

Het regie-concept van Marcos Darbyshire is eenvoudig. De vijf solisten (tevens koor) zijn vaak aanwezig in een preppy studenten-entourage die associaties oproept met series als Friends en Gossip Girl. Hier hangen Adina (Julietta Aleksanyan) en haar nobody-aanbidder Nemorino rond op de divan, terwijl booswicht Belcore (bariton Martin Mkhize als hunk in varsityjas) wapperend met een vlindermes vergeefs probeert de voorbestemde liefde dwars te bomen.

Van de jonge cast wordt veel verlangd: acteren en interageren voor het nietsontziende oog van de camera, zingen boven een nergens de symfonische loper uitrollende begeleiding. Onder hen trekt de Argentijnse tenor José Romero de aandacht door zijn krachtige vocale aanwezigheid, met nergens iets van intonatieproblemen of vermoeidheidsverschijnselen.

Dat de regie in het eenheidsdecor niet de volle anderhalve uur opwindend blijft, is eigenlijk niemand aan te rekenen – al is de vondst om de groteske wonderdokter Dulcamara (Sam Carl) op te voeren als gladde dealer van shotjes, lijntjes en pillen hoe dan ook lach-verminderend: zo’n personage is onder studenten-met-geld eerder realistisch dan absurdistisch.