Opinie

Serieuze fouten bij corona-aanpak vragen om meer openheid

Rekenkamer-rapport

Commentaar

Langzaam komt de coronacrisis in de fase dat de hoofdrolspelers van het eerste uur verantwoording moeten afleggen over hun keuzes. Als alles achter de rug is, zal er ongetwijfeld een parlementaire enquête komen, en dat is toe te juichen. Er is, zeker in de chaotische beginfase, met de botte bijl gehakt in bestuurlijk Nederland. Medische hulpmiddelen, zoals mondkapjes of beademingsapparatuur, waren onvoldoende beschikbaar. De economie stortte in een recessie. Er moest snel gehandeld worden door departementen, terwijl er al snel meer dan 150 doden per dag vielen. In die context moeten de keuzes van toen nuchter, maar met compassie gewogen worden. Al is het alleen al om te leren van gemaakte fouten. De Algemene Rekenkamer noemt de crisis „een test voor de Rijksoverheid” in het woensdag gepresenteerde rapport over de staatsfinanciën.

De pandemie heeft natuurlijk voor nieuwe problemen gezorgd, maar heeft vooral bestáánde problemen verergerd. Inzicht krijgen in het coronabeleid is dus inzicht krijgen in de structureel zwakke plekken van het openbaar bestuur. Het rapport laat juist daar serieuze tekortkomingen zien. Maar liefst 29 miljard euro werd er vorig jaar extra uitgetrokken om de pandemie te bestrijden. ‘Whatever it takes’ was het motto van het kabinet. Maar vooral bij het ministerie van Volksgezondheid schoot het financieel beheer „ernstig tekort”. Maar liefst 5,1 miljard euro is deels onrechtmatig uitgegeven, aan mondkapjes, beschermingsmiddelen of ander materiaal.

Zorgelijk is dat de Rekenkamer een zekere nonchalance constateert als het gaat om het financieel beheer bij VWS – al schieten ook veel andere departementen tekort. Het toezicht van het ministerie van Financiën schoot tekort. VWS zelf deed vaak rechtstreeks zaken met zorginstellingen en leverde spullen af zonder ontvangstbewijzen. Het gevolg is een administratieve chaos. Het roept vragen op die ook gesteld kunnen worden na lezing van een Volkskrant-reconstructie, afgelopen weekend, over de zaken die VWS deed met een bv van opiniemaker Sywert van Lienden. VWS kocht volgens de krant voor meer dan 100 miljoen euro 40 miljoen mondkapjes, die overigens ongebruikt bleven. Van Lienden en twee compagnons verdienden hier waarschijnlijk fors mee, terwijl Van Lienden naar buiten toe zei zonder winstoogmerk te handelen. Misschien is hier door het ministerie uit paniek gehandeld: er waren grote tekorten aan mondkapjes. Duidelijkheid in deze zaak is nodig, omdat de geloofwaardigheid van de corona-aanpak en de besteding van publiek geld in het geding zijn. Van Lienden heeft tot dusverre geen openheid gegeven, maar VWS is tot nu toe ook summier. De burger, die deze deal heeft betaald, mag het verder uitzoeken.

Gebrek aan openheid en lerend vermogen begint een zorgelijk patroon te worden in het openbaar bestuur en kabinet. De Algemene Rekenkamer en de Nationale Ombudsman, allebei Hoge Colleges van Staat, schreven vlak na elkaar dat er onvoldoende geluisterd wordt naar hun kritiek. De Ombudsman constateerde al in 2017 misstanden in het toeslagenstelsel, maar pas nu staat het onderwerp op de politieke agenda. De Rekenkamer „roept al twintig jaar” dat het financieel beheer bij VWS niet deugt. Alsnog ging het mis tijdens de crisis. Rekenkamer-president Arno Visser noemt het terecht „een democratisch probleem” dat het kabinet de Tweede Kamer niet goed heeft geïnformeerd over de corona-uitgaven. Meer openheid van ministeries en kabinet is nodig, nog voordat een enquête begint.