Opinie

Praten met terroristen kan niet, maar het moet toch

Is er dan niets blijvends te doen aan het conflict tussen Israël en de Palestijnen? Praat met Hamas, hoorde van de man die onderhandelde met de IRA.

Michel Kerres

Bij elke nieuwe gevechtsronde tussen Israël en de Palestijnen dringt de vraag zich op of er echt geen andere weg is dan geweld. De wapenstilstand tussen Hamas en Israël is een zegen, maar nog geen duurzame oplossing.

Niet dat er niets is geprobeerd in het Midden-Oosten. De recente geschiedenis is bezaaid met gebroken akkoorden en gefnuikte onderhandelingen. De best and brightest beten er in het stof: recent nog de stille schoonzoon van het genie in het Witte Huis, Jared Kushner. Zijn Abraham-akkoorden leidden tot betere relaties tussen Israël en enkele landen in de regio, maar niet tot oplossing van het kernconflict, zijn oorspronkelijke ambitie.

Jonathan Powell is oprichter van de ngo Inter Mediate die oplossingen zoekt voor langdurige politieke conflicten en in twaalf landen bemiddelt. De ex-diplomaat was stafchef van Tony Blair (1997-2007) en diens onderhandelaar in Noord-Ierland. Powell leverde een bijdrage aan het goedevrijdagakkoord dat een einde maakte aan dertig jaar geweld tussen katholieke nationalisten, die uit waren op een verenigd Ierland, en protestantse unionisten, die bij het VK wilden blijven. In die tijd vloog hij vaak naar Belfast om met het verboden Ierse Republikeinse Leger te praten – terroristen die zijn broer op een dodenlijst hadden gezet.

„Het eerste wat je moet doen is het gesprek zoeken met Hamas”, zei hij deze week tijdens een ontbijt met Europese journalisten. „Hoe kun je een conflict oplossen als je niet bereid bent om met één partij in het conflict te praten?” De Verenigde Staten en de Europese Unie zien Hamas als terroristische organisaties en gaan daarom directe gesprekken uit de weg. „We hebben ons met Hamas in een moeilijke positie gemanoeuvreerd door steeds te zeggen dat we niet met ze willen praten. Nu moeten we met ze praten, nu kan het niet.”

Het is een recept dat hij al eerder heeft voorgeschreven en waarvoor hij ook eerder op de korrel is genomen. „In 2007 zei ik op basis van mijn ervaringen in Noord-Ierland dat we met Hamas moeten praten, met de Taliban en zelfs met Al-Qaida. Ik werd toen veroordeeld door mijn voormalige collega’s in de regering. Het was toen wel in orde om met de IRA te praten, maar niet met die groepen. Onlangs sloten de VS een akkoord met de Taliban.”

Dat er officieel geen gesprekken zijn met Hamas, betekent niet dat er niet gesproken wordt. De Britse inlichtingendienst MI6 had decennia contact met de IRA. Israël en Hamas spreken indirect met elkaar en de afgelopen dagen sprak Hamas met de VN en met Egypte. En Egypte spreekt dan op zijn beurt weer met Frankrijk. Maar, zegt Powell, Egypte heeft zijn eigen belangen en dat hoeven niet dezelfde belangen te zijn die het Westen heeft.

Een belangrijk argument om niet met terroristen te praten is dat het een vorm van appeasement zou zijn. Het probleem, schreef Powell eens, is niet om in gesprek te gaan met terroristen, het is pas een probleem als je toegeeft aan terroristen. Wel geef je met overleg de terreurorganisatie een schijn van legitimiteit. Dat, redeneert hij, is een prijs die je moet betalen en de winst vervliegt als het niet tot een akkoord komt.

De geschiedenis van gewapend conflict, stelt Powell, leert dat overheden altijd zeggen nooit met terroristen te zullen praten, maar het uiteindelijk bijna altijd doen. Als er vroeg of laat toch een fase van overleg komt, waarom probeer je dat moment niet naar voren te halen?

Redacteur geopolitiek Michel Kerres en Oost-Europa-deskundige Hubert Smeets schrijven hier afwisselend over de kantelende wereldorde.