Olieconcerns staan nu van alle kanten onder druk

Fossiele industrie De druk op de olie- en gasreuzen om sneller te verduurzamen neemt snel toe. Van beleggers, banken en zelfs vanuit hun eigen Energieagentschap.

Shell Moerdijk maakt chemische producten op basis van aardolie. Het is een van de grootste chemische complexen van Nederland en Europa.
Shell Moerdijk maakt chemische producten op basis van aardolie. Het is een van de grootste chemische complexen van Nederland en Europa. Foto Nico Garstman/ANP/Hollandse Hoogte

Ben van Beurden, bestuursvoorzitter van Shell, vertelde afgelopen zomer aan de website Bloomberg Green hoe hij met zijn tienjarige dochter praat over het klimaat. „Je kunt een tienjarige vragen: ‘Vertrouw je erop dat papa doet wat het beste is voor jou?’ En zij zal zeggen: ‘Ja, ik vertrouw je. Ik weet dat je van me houdt. Ik weet dat je doet wat goed voor mij is en dus geloof ik in je.’”

Maar, zo verzuchtte Van Beurden, zo eenvoudig als met een dochter van tien gaat het niet in de samenleving.

In die samenleving groeit momenteel het wantrouwen over de goede bedoelingen van de olie- en gasindustrie. Brengen ze de wereld niet in gevaar met hun bedrijfsstrategie, of kunnen ze juist een belangrijke bijdrage leveren aan het oplossen van de klimaatcrisis?

In het echte leven worden de ‘fossiele’ bedrijven steeds vaker verguisd en moeten ze de strijd aanbinden met bezorgde jongeren die massaal de straat op gaan, en met milieuorganisaties die naar de rechter stappen om ze aan de schandpaal te nagelen. En zelfs de oude bondgenoten, de beleggers, twijfelen in toenemende mate of hun geld ‘in de olie’ nog wel veilig is.

Deze week kwam daar een frontale aanval bij van het zeer invloedrijke Internationaal Energieagentschap (IEA). Deze organisatie, die de fossiele industrie altijd gunstig gezind is, werd nota bene een halve eeuw geleden opgericht om te voorkomen dat de olietoevoer ooit zou stokken. Maar in het rapport Net Zero in 2050 roept het IEA oliebedrijven op om niet langer op zoek te gaan naar nieuwe gas- en olievelden, omdat die toch niet meer gebruikt kunnen worden. Tenminste, als de mensheid een fiftyfifty kans wil houden om de opwarming aan het einde van de eeuw tot maximaal anderhalve graad te beperken.

Deze aanval van het IEA heeft de oliewereld geschokt. In het verleden eisten alleen milieugroepen in hun meest radicale voorstellen een direct einde aan de speurtocht naar nieuwe olie- en gasbronnen. Ineens kwam die eis uit eigen kring.

Geschrokken lieten vele deskundigen weten dat het voorstel van het IEA onhaalbaar was. Dat IEA-voorspellingen in het verleden verre van accuraat waren, zoals de rechtse analist Phil Flynn op de website investing.com schreef. Dat, volgens de vicevoorzitter van het American Petroleum Institute, elke routekaart naar netto-nul uitstoot „voortdurende innovatie en gebruik van aardgas en olie” zal omvatten.

Oliemaatschappijen hebben in het verleden veel te traag gereageerd op de noodzakelijke veranderingen, schrijft Greg Muttitt in reactie op vragen per e-mail. Hij is een Britse energietransitie-expert aan het gerenommeerde International Institute for Sustainable Development (IISD). „BP is de enige oliemaatschappij met een concreet reductiedoel op de korte termijn. Maar het heeft wel 23 jaar geduurd voor het bedrijf zo ver was. Want al in 1997 zei BP klimaatverandering serieus te nemen. Het gaat dus veel te langzaam. En nog steeds ontkennen oliemaatschappijen, bewust of onbewust, de ernst van de klimaatcrisis en de rol die hun producten daarin spelen.”

Klimaatvragen aandeelhouders

Toch is het de vraag of de sector dit defensieve standpunt lang kan blijven innemen. Dat bleek deze week al tijdens de online-aandeelhoudersvergadering van Shell. Tijdens de bijna drie uur durende bijeenkomst ging het nauwelijks over vertrouwde thema’s als dividend, beurskoers of olieprijs. De vragen van beleggers gingen veel meer over duurzame energie, de opwarming van de aarde en de CO2-uitstoot van het concern.

De vergadering was dinsdag nog zo mooi begonnen, met een toespraak van scheidend president-commissaris Charles Holliday. Hij vertelde hoe hij zes jaar geleden, toen hij was gevraagd voor die functie, drie maanden uittrok voor een rondreis langs het internationale concern. In Singapore raakte hij in gesprek met een werknemer. „Wat wil je dat ik ga doen als ik bestuurder word?”, vroeg de Amerikaan. De Shell-man hoefde niet lang na te denken. „Mijn 13-jarige dochter schaamt zich ervoor dat haar vader bij Shell werkt. Ik wil dat je dat verandert.”

Holliday vond dat zijn missie geslaagd was. Shell is echt veranderd, zei hij. Neem het transitieplan dat het olie- en gasconcern in dertig jaar uitstootvrij moet maken. „Als die inmiddels 19-jarige vrouw hier zou zijn, zou ik haar ons transitieplan geven en zeggen: lees dit. Wellicht wil je dan in de voetsporen van je vader treden.”

Maar een serieus deel van de aandeelhouders eiste dinsdag een snellere verduurzaming dan Shell in het transitieplan voorstelt. Het was een grote domper voor het bestuur dat de volgens Shell „overbodige” motie van het activistische Follow This, die oliebedrijven oproept te voldoen aan het Akkoord van Parijs, steun kreeg van maar liefst 30 procent van de aandeelhouders. Dat is tweemaal zoveel als in 2020.

Lees ook: Kan het vijf jaar oude akkoord van Parijs klimaatverandering stoppen?

Shell is geen uitzondering. Ook bij het Britse BP is het aantal beleggers dat om extra stappen richting duurzaamheid vraagt in korte tijd verdubbeld. Bij het Amerikaanse ConocoPhillips werd een motie van Follow This deze maand zelfs gesteund door een meerderheid van de aandeelhouders.

„Het zijn interessante tijden. Dat noemen wij transitie”, zegt de Rotterdamse hoogleraar Derk Loorbach. Volgens de specialist in sociaal-economische transities zijn de patronen lang van tevoren te voorspellen. „Je ziet dat het systeem vastloopt en meer onder druk komt te staan. Dat kan heel lang duren, maar op een gegeven moment ontstaat er interne spanning en dan valt de maatschappelijke legitimiteit weg.” Loorbach ziet dat in de olie-industrie gebeuren, maar ook in de landbouw en in de auto-industrie die verandering tegen probeerde te houden „met haar emissieschandalen”.

Transitie begint volgens Loorbach meestal marginaal. „Die beweging van Follow This begon heel klein bij aandeelhoudersvergaderingen bij oliebedrijven. Een paar ‘gekken’ met een goede analyse voor de lange termijn vormen de kiemen voor verandering. Dat is op zichzelf niet de transitie, zoals ook een paar zonnepanelen dat niet zijn. Maar die ontwikkelingen zijn onderdeel van een maatschappelijk zoekproces naar een andersoortig regime.”

En daar kunnen mooie, herboren bedrijven uit voortkomen. „Sommige bedrijven proberen die transitie zo lang mogelijk te vertragen, maar er zijn ook voorbeelden van bedrijven die hun eigen transitie inluiden. Zoals Orsted en DSM.” De Nederlandse Staatsmijnen, DSM, ontwikkelde zich tot een specialist in de fijnchemie, terwijl het Deense Orsted olie en gas inwisselde voor windmolens.

Volgens Shell-baas Van Beurden is er nog geen sprake van een echte transitie. In het genoemde interview met Bloomberg uit 2020 wordt hem gevraagd of hij de huidige ontwikkelingen op de energiemarkt inmiddels ziet als een ‘chaotische transitie’. Zo’n proces is zijn grote angst. „Wat er nu gebeurt is chaotisch, maar het is geen transitie”, zegt Van Beurden, verwijzend naar de coronacrisis.

Om het gebruik van fossiele brandstoffen met een kwart te reduceren zijn, zegt hij, „draconische maatregelen nodig. Je moet mensen opsluiten. Je moet de economie stilleggen. Het laat de omvang van de uitdaging zien, hoe ingewikkeld het is en wat de gevolgen zouden zijn als je echt op een simplistische manier van olie en gas af wilt komen.”

Zorgen over stranded assets

Simplistisch of niet, olie en gas raken hun machtspositie in de energiewereld langzaam kwijt. Dat wordt ook zichtbaar bij beleggers. Ruim tien jaar geleden begon Carbon Tracker, een onafhankelijke financiële denktank, te waarschuwen voor stranded assets, het risico dat investeringen in fossiele brandstoffen nooit meer zouden worden terugverdiend. Er werd wat lacherig over gedaan, totdat Mark Carney, gouverneur van de Bank of England, de Britse centrale bank, in oktober 2015 waarschuwde voor financiële crises als gevolg van klimaatverandering.

In navolging van Carney wijst ook de Nederlandsche Bank geregeld op de risico’s van klimaatverandering. In een interview met NRC waarschuwde DNB-directielid Olaf Sleijpen vorige week voor schoksgewijze veranderingen als Nederland niet meer vaart zet achter zijn klimaatbeleid. „Als hoeder van de financiële stabiliteit in Nederland maken we ons daar zorgen over.”

Er is dit jaar bijna net zoveel in duurzame als in fossiele energie geïnvesteerd: een keerpunt

Afgelopen woensdag publiceerde Bloomberg een onderzoek naar energie-investeringen van banken. ‘Banken steunden altijd fossiele brandstoffen ten koste van groene projecten – tot dit jaar’, luidt de kop. Sinds in 2015 het Klimaatakkoord van Parijs werd gesloten ging maar liefst 3.000 miljard euro naar fossiele brandstoffen, en dat is drie keer zoveel als naar duurzame initiatieven. Maar de 140 grote financiële instellingen die door Bloomberg zijn onderzocht hebben dit jaar al 203 miljard dollar (166 miljard euro) in duurzame energie geïnvesteerd – tegen 189 miljard dollar voor fossiele projecten. Het zou weleens een keerpunt kunnen betekenen, zeggen analisten.

„Het probleem in rijke landen en opkomende economieën is niet een tekort aan investeringen in energie, maar investeringen in de verkeerde soorten energie”, stelt IISD-expert Muttitt. „Hoe duidelijker de signalen zijn van regeringen en instituties als het IEA, hoe meer investeerders hun blik zullen richten op duurzame energie. Volgens recent wetenschappelijk onderzoek komen de kosten die nodig zijn voor het anderhalvegradendoel ongeveer overeen met het bedrag dat we niet meer zouden moeten investeren in fossiele brandstoffen.”

Ook Nederlandse institutionele beleggers, zoals pensioenfondsen, moeten zich meer en meer verantwoorden voor hun beleggingen in de oliewereld. Vertrekken of kritisch meekijken is nu het beleid van het fonds voor de zorg, PFZW, het een na grootste pensioenfonds. Alleen al in 2019 deed het fonds aandelen in ruim vijftig olie- en gasbedrijven van de hand, waaronder ExxonMobil, Gazprom en Petrobras. „We zien in dat Shell een voorloper is in deze wereld”, aldus voorzitter Joanne Kellermann van het pensioenfonds. Maar, „we vinden de strategie van Shell niet ver genoeg gaan”.

PFZW stemde daarom (voor het eerst) voor Follow This en tegen het transitieplan dat Shell als primeur ter advies aan zijn aandeelhouders voorlegde. Dat plan kreeg de steun van bijna 90 procent van de aandeelhouders. Volgens voorzitter Holliday „een overweldigend bewijs van steun” voor het Shell-management.

De tweede stemmingsuitslag die werd getoond liet de Amerikaan ongenoemd, namelijk de 30 procent steun voor de motie van Follow This. Die eist in de praktijk een snelle beperking van de uitstoot, wat de strategie van Shell substantieel zou veranderen. Het bedrijf zelf zegt in 2050 klimaatneutraal te zijn, maar legt zich niet vast op eerdere emissiereducties. In een geschreven verklaring meldde Shell na de vergadering „kennis genomen te hebben” van de uitslag van beide stemmingen. Binnen zes maanden wil het concern „volledig inzicht krijgen” in de redenen waarom Follow This zoveel steun kreeg. Een „formeel verslag aan de beleggers volgt”.

Nog schroom bij overheden

Ondanks het urgente klimaatprobleem schrikken overheden, die uiteindelijk verantwoordelijk zijn voor het terugdringen van broeikasgassen, terug voor harde maatregelen. Volgens de Utrechtse hoogleraar Detlev van Vuuren, ook verbonden aan het Planbureau voor de Leefomgeving, moet snel gehandeld worden om binnen de 1,5 graden opwarming blijven. „Met een jaarlijkse uitstoot van 43 gigaton aan CO2 [in 2019] hebben we nog ongeveer tien jaar”, zei hij tijdens een recent seminar van Follow This.

De vraag is niet of dat technisch haalbaar is, zegt IISD-expert Muttitt. Uit de IPCC-scenario’s en ook uit het recente IEA-rapport blijkt volgens hem dat het kan. „De vraag is of het politiek haalbaar is. Landen als Denemarken, Costa Rica en Ierland laten zien dat het kan.”

Maar bij veel overheden bestaat nog steeds schroom om de fossiele industrie aan te pakken. Dat verklaart ook de vele rechtszaken tegen oliebedrijven: als de overheid het niet doet, gaat de burger het via de rechter eisen. In de Urgenda-zaak concludeerde de rechter dat de Nederlandse staat onvoldoende heeft gedaan om zijn burgers te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. In Duitsland oordeelde het Constitutioneel Hof dat de regering meer moet doen om het land voor toekomstige generaties leefbaar te houden. Duitsland stoot tot 2030 zo veel broeikasgassen uit, dat in de tijd daarna „vrijwel elk type door grondrechten beschermde vrijheid in gevaar wordt gebracht”, aldus het Hof. Ook in Noorwegen, België en de VS staan of stonden oliemaatschappijen voor de rechter. En komende woensdag is de uitspraak in de rechtszaak die Milieudefensie heeft aangespannen tegen Shell. Eis van de milieubeweging is dat het concern zijn bedrijfsvoering in lijn brengt met de afspraken van Parijs.

Loorbach vindt het opvallend dat de milieubeweging al lang niet meer alleen staat. Wie de grote trekkers van een energietransitie worden? „Je ziet het nu van alle kanten komen. De energiesector was twintig jaar geleden iets wat door een paar honderd ingenieurs, mannen, werd geregeld.” Nu speelt de financiële wereld een rol, de rechterlijke macht maar ook de vakbond. „De FNV werkt nu aan een groen toekomstplan voor Tata Steel. En de samenleving zelf wordt steeds belangrijker, met haar stem in het klimaatdebat.”

Het veelgehoorde argument dat we nog decennia olie en gas nodig hebben om de wereld draaiende te houden maakt op Loorbach geen indruk. „Dat is het narratief van de energiebedrijven om hun positie te ondersteunen. Ontwikkelingen kunnen snel gaan als de maatschappelijke steun daarvoor toeneemt. Het politieke commitment groeit, de technologie wordt volop ontwikkeld en je hebt gewoon een economische case. Dat is precies wat het Energieagentschap deze week liet zien.”

Greg Muttitt is het daarmee eens. „Net als natuurlijke systemen hebben ook menselijke systemen een omslagpunt”, schrijft hij. „Ik denk dat het nieuwe IEA-scenario de wereld een stap dichter bij het maatschappelijke omslagpunt zal brengen, waarin niemand nog op het idee komt om te investeren in fossiele energie.”