Foto Frank Ruiter

Interview

Kinderen van gescheiden ouders helpen elkaar

Lunchinterview Sophie Mulder (26) en Demi Keppel (24) van jongerenplatform Villa Pinedo schreven een zelfhulpboek voor kinderen van gescheiden ouders en putten daarbij uit eigen ervaring. „Ik check steeds in bij het meisje van negen in mezelf.”

Sophie Mulder (26), pedagoog, was drie toen haar ouders scheidden. Demi Keppel (24), psycholoog, was negen toen die van haar uit elkaar gingen. Allebei hebben ze hun werk gemaakt van wat ze meemaakten als kind. Met hun eigen ervaringen helpen ze kinderen die het moeilijk hebben door (of met) hun scheidende ouders. Dat deden ze eerst als stagiaire en buddy bij Villa Pinedo, een online platform waar kinderen van gescheiden ouders hun vragen en problemen kunnen bespreken met een van de 450 jongvolwassen vrijwilligers die in eenzelfde situatie opgroeiden. En nu zijn ze beiden fulltime in dienst van de stichting die Marsha Pinedo in 2011 oprichtte. Met z’n drieën schreven ze Je hoeft ’t niet alleen te doen, een zelfhulpboek voor kinderen tussen de tien en zestien jaar.

We zitten aan een grote tafel in het kantoor van Villa Pinedo in een benedenhuis in Amsterdam-Zuid. Demi deelt de borden uit, Sophie vult glazen water. Marsha Pinedo (50) zwaait om het hoekje van de deur, ze gaat hun boek aanbieden aan BN’ers die gescheiden zijn, kind zijn van gescheiden ouders, of allebei. Ze heeft ook net bekendgemaakt dat ze stopt als directeur van haar stichting, zij gaat zich na tien jaar met wat anders bezighouden dan scheidingen. De twaalf vaste krachten van Villa Pinedo – allemaal jonger dan 32 jaar – blijven klaarstaan voor de 86.000 kinderen die horen dat hun ouders gaan scheiden. Elk jaar anderhalf voetbalstadion aan kinderen die moeten wennen aan wonen in twee huizen, aan stiefouders, aan nieuwe broers en zussen, soms weer nieuwe scheidingen, nieuwe verhuizingen. En er gaat nogal eens wat mis.

Sophie Mulder is de relatiemanager bij Villa Pinedo, zij onderhoudt het contact met gemeenten en instanties. Demi Keppel is manager van het buddyprogramma. Dat zijn de functies die op hun visitekaartje staan. Maar als ze workshops – nu webinars – geven aan kinderen of hun (stief)ouders, praten ze niet alleen als psycholoog of pedagoog, maar vooral als kind van gescheiden ouders over hun ervaringen en gevoelens toen ze opgroeiden. Demi: „Als een vader vertelt dat hij wil gaan samenwonen met zijn nieuwe vriendin, en hij vraagt mij hoe hij dat moet aanpakken met de kinderen, dan kan ik als volwassen professional best adviezen geven.” Sophie: „Er zijn genoeg boeken en theorieën over hoe je dat het best kunt doen.” Demi: „Maar dat laat ik los. Ik check in bij het meisje van negen dat ik was en vertel hoe ik me toen voelde in een nieuw huis, met een andere vrouw en haar kinderen.” Sophie: „We vertellen óns verhaal.” En dan, zeggen ze, hóren ze de kwartjes bij de ouders in de zaal vallen.

Ik hoorde nergens tot de kern van het gezin

Sophies verhaal gaat zo: ze was drie toen haar vader apart ging wonen, verderop in dezelfde straat in Utrecht. Zij woonde om en om bij allebei. Haar moeder en haar nieuwe man kregen een baby, haar halfbroertje. Ze was negen. In datzelfde jaar ging haar vader samenwonen met zijn nieuwe vriendin. „Bij mijn vader vond ik het toen leuker. Mijn stiefmoeder was cool, we gingen samen shoppen, naar de film.” Tot daar ook een baby kwam, een halfbroertje, en daarna nog een. Ondertussen was haar moeder weer gescheiden, verliefd en opnieuw gaan samenwonen. Die periode, zo tussen haar negende en achttiende, was wel „allenig”, zegt Sophie. „Ik hoorde nergens tot de kern van het gezin. ” Dat meisje, zegt ze, zat in haar hoofd toen ze aan het boek werkte.

Ze zegt dat haar ouders de beste bedoelingen hadden, maar dat het zeker niet vlekkeloos ging. Bestaat er zoiets als een vlekkeloze scheiding? Ze denkt even na en zegt: „Nou, toen mijn vader voor de tweede keer scheidde, ik was 21, heeft hij besloten het dit keer radicaal anders te doen. De eerste jaren aten ze elke vrijdag nog samen als gezin, ze vieren nog steeds samen Kerst. Ze zorgen ervoor dat mijn broertjes er zo min mogelijk last van hebben.” Ze vindt dat goed van hem, én „confronterend”, zegt ze. „Ik had het ook wel fijn gevonden als mijn ouders destijds normaal met elkaar hadden gepraat, zonder ruzie in de deuropening, en als ze niet onaardig over elkaar hadden gesproken tegen mij.” Ze praatte bij haar vader thuis liever niet over haar moeder, en andersom.

Altijd aan het logeren

Voor Demi Keppel veranderde er in één klap veel na de scheiding. Het ouderlijk huis in Veenendaal werd verkocht, en zij verhuisde met haar moeder en haar jongere zusje naar een flat. Haar vader ging samenwonen met zijn vriendin en haar kinderen, en daar kwamen Demi en haar zusje volgens schema om de paar dagen bij. Vooral het wonen in twee huizen brak haar op. „Ik was altijd aan het logeren.” Maar kiezen voor één huis, leek kiezen voor één ouder. Op haar vijftiende durfde ze haar vader te laten weten – per mail – dat ze liever bij haar moeder woonde. „Achteraf denk ik: wat maakte nou dat ik liever bij mijn moeder wilde wonen? De scheiding was mijn vaders keuze, hij vertelde het mijn zusje en mij, zonder mijn moeder erbij. In de ogen van een kind is altijd een van de twee zielig, toch? Als we bij hem waren, was mama alleen. Zat dat ook achter mijn keuze?” Ze lacht de gedachte weg: „Het enige wat echt telde, was één huis met al mijn spullen, mijn boeken, mijn kleren.” Ja, zegt Sophie. „Dat op-en-neergedoe. Alsof je als puber op maandag weet wat je zaterdag aan wil.”

Door die jeugd vol veranderingen en aanpassingen zijn ze wel „megaflexibel” geworden, zeggen ze. In elk gezelschap „blenden” ze probleemloos en ze zijn van jongs af aan een luisterend oor voor iedereen en volwassener dan leeftijdgenoten. „Karaktereigenschappen die er al waren, zijn versterkt door de scheiding”, denkt Demi. Sophie: „Het wordt je identiteit.” Je kunt ook zeggen: ze hebben van jongs af aan geleerd iedereen te vriend te houden, vooral zelf geen problemen veroorzaken om de lieve vrede te bewaren. Ja, knikken ze. „Je kracht is ook een valkuil.” Daarover hebben ze uitgebreid nagedacht en „in de spiegel gekeken”. Niet voor niets kozen ze allebei een studie waarbij ze precies dat leerden. Sophie: „Ik was negentien en zoekende. Wat betekende mijn jeugd voor wie ik was geworden? En wie wás ik dan? De antwoorden op die vragen vond ik letterlijk in de brochure van pedagogiek. De eerste twee studiejaren ben je veel bezig met reflecteren.” Demi had het ook zo rond haar negentiende moeilijk, ze staakte tijdelijk haar studie toegepaste psychologie. „Ik was er altijd voor anderen geweest, ik deed een studie waarbij ik leerde er voor anderen te zijn. Maar waar stond ik? Wat had ik nodig?” Demi ging naar een psycholoog, „het grootste cadeau dat ik mezelf kon geven”. Sophie had al vanaf haar elfde een therapeut. „Ik pluk daar nog dagelijks de vruchten van. Zij heeft me geholpen om woorden te geven aan wat ik voelde.”

Verwarrende gevoelens

Na een scheiding zit er voor kinderen weinig anders op dan zich te voegen naar de nieuwe omstandigheden. Maar wie geen zeggenschap heeft, kan nog wel wat te zeggen hebben. En precies dat willen Sophie en Demi kinderen leren. Gevoelens verwoorden, behoeften en wensen kenbaar maken, letterlijk jezelf in de spiegel toespreken. En voor wie het niet hardop durft te zeggen, zijn er via de site brieven te downloaden met een paar standaardverzoeken ‘aan alle gescheiden ouders’: Laat ons geen kant kiezen. Geef ons tijd en ruimte om te wennen. Maak geen ruzie waar we bij zijn. Demi: „Ouders belichten vaak alleen de praktische kant van een scheiding en brengen dat als iets leuks. Je krijgt een nieuwe kamer met een nieuw bed.” Sophie: „Maar ze vergeten de gevoelens.” En die kunnen verwarrend zijn. Boosheid en opluchting. Medelijden en verdriet. Schuldgevoel en wraakgevoelens. Demi: „En alle gevoelens mogen er zijn.”

Lees ook: Dit lunchinterview met Frènk van der Linden over ouderverstoting na een scheiding

Sophie: „We willen kinderen ook meegeven hoe bevrijdend het is om je oordelen en verwachtingen los te laten. Ik kan boos blijven op mijn ouders omdat ze allebei twee keer zijn gescheiden. Ik kan wel willen dat iemand sorry zegt, maar als het niet gebeurt, heb ik mezelf ermee. Wat levert het op?” Demi knikt. „Ik zei dat laatst in een training, en toen reageerde een jongere heel geëmotioneerd.” Wij zijn, zegt ze tegen Sophie, dagelijks bezig met scheiden en de verwerking ervan, en dus „veel verder in het proces van verwerken”. „Ik realiseerde me dat je eerst boos moet zijn en mág rouwen. Daarna kun je het pas achter je laten.”

In het nawoord van het scheidingsboek worden alle ouders bedankt voor de „inspiratie”. Nee, zeggen ze, verwijten maken ze hun niet. Grieven over het verleden zijn besproken, soms zijn er excuses gemaakt. Sophie: „Mijn vader heeft gezegd dat hij niet de vader is geweest die hij voor mij had kúnnen zijn. Hij was daar verdrietig over.” En zij? „Nou ja, het was me wel opgevallen dat hij voor mijn broertjes een andere vader was, leuker. Daar had ik last van. Een kind denkt: dat ligt dus aan mij.” Ze heeft begrip voor het onvermogen van haar ouders. „Ze waren nog niet volwassen toen ze aan kinderen begonnen.” Demi is mild over de puinhoop die het na de scheiding soms was: „Mijn ouders hadden ieder hun eigen pijn, patronen en verleden.” En bij allebei is er mededogen: „Er zijn dingen die voor ons belangrijk waren over het hoofd gezien.” Dat ouders scheiden is het probleem niet, zeggen ze. „Het gaat om het hóé. Besef dat je ex-partners bent, maar geen ex-ouders.”