Profiel

Hoe Pfizer de vaccinrace won

Vaccins De Amerikaanse farmaceut Pfizer en zijn kleinere Duitse partner BioNTech liggen in de coronavaccin-race ruimschoots op kop. Veel landen leunen zwaar op de ‘wonderprik’ van het duo. Worden zij zo niet te afhankelijk van één leverancier?

Topman Albert Bourla van Pfizer en voorzitter Ursula von der Leyen van de Europese Commissie in de Pfizerfabriek in Puurs, België, eind april 2021. Een paar weken eerder had Von der Leyen Pfizer/BioNtech geprezen als een „betrouwbare partner” met een technologie „die zijn waarde heeft bewezen”.
Topman Albert Bourla van Pfizer en voorzitter Ursula von der Leyen van de Europese Commissie in de Pfizerfabriek in Puurs, België, eind april 2021. Een paar weken eerder had Von der Leyen Pfizer/BioNtech geprezen als een „betrouwbare partner” met een technologie „die zijn waarde heeft bewezen”. Foto John Thys/EPA

In februari stond Ursula von der Leyen het water aan de lippen. De Europese vaccinatiecampagne leek uit te draaien op een fiasco. Beoogd ‘hofleverancier’ AstraZeneca kon zijn beloftes door productieproblemen bij lange na niet waarmaken, en er ontstond een dringend tekort aan vaccins. Daar waar het nieuwe jaar hoopvol was ingeluid als het begin van betere tijden, werden EU-landen geconfronteerd met langdurige lockdowns en stijgende dodentallen. En dus stond de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie onder grote druk.

Op dat moment had Von der Leyen een lucky break. Al ruim een maand had zij, via appjes en telefoongesprekken, nauw persoonlijk contact met Albert Bourla, de baas van de Amerikaanse farmagigant Pfizer en een van de belangrijke coronavaccin-producenten. Uit die contacten werd duidelijk dat Pfizer, en diens kleinere Duitse partner BioNTech, waarschijnlijk nog wel wat extra vaccins in de aanbieding had. Pfizer had zijn productieproces immers wél op orde.

De EU stond, niet verrassend, te springen om die vaccins en er volgde een reeks deals, bovenop het eerste contract van vorig jaar voor in totaal 300 miljoen doses. Op 17 februari bestelde de Commissie nog eens 200 miljoen doses. In april activeerde ze een optie voor 100 miljoen doses. En vorige maand sloot de Commissie een derde overeenkomst voor nog eens 1,8 miljard doses – zo’n indrukwekkende order dat je je kunt afvragen of er nog een ander vaccin nodig is.

Pfizer sprong in het gat dat AstraZeneca liet vallen en redde daarmee de Europese Unie uit een van haar meest angstige uren, reconstrueerde The New York Times. De warme relatie is niet meer verdwenen. Von der Leyen prijst Pfizer geregeld als „betrouwbare partner” en bedankt het bedrijf dan uitvoerig. Inmiddels is Pfizer de eerste levensader van de Europese vaccinatiecampagne: meer dan een op de twee geleverde prikken op het continent komt uit zijn fabrieken.

En als het aan Von der Leyen ligt gaat dat ook niet snel veranderen. Bij de aankondiging van de megadeal liet ze doorschemeren dat ze eigenlijk wel klaar is met AstraZeneca – en met een andere vaccinproducent die kampt met productieproblemen, Janssen. Die vaccins zijn ook nog eens beperkter inzetbaar door zeldzame maar ernstige bijwerkingen. Von der Leyen sprak de dodelijke woorden dat ze zich wilde richten op vaccins die „hun waarde bewezen” hadden.

Alleen concurrent Moderna lijkt Pfizer nu nog naar de kroon te kunnen steken. Maar ook die blijft qua leveranties voorlopig fors achter bij Pfizer door een kleinere productiecapaciteit. In Nederland levert Moderna komende weken bijna tien keer zo weinig doses als Pfizer. Een andere potentiële concurrent, Curevac, wacht nog op goedkeuring van het Europees Geneesmiddelenbureau. Von der Leyen, content na afloop van de deal met haar zakenpartner van voorkeur: „Ik ben ervan overtuigd dat we hier voor de langere termijn inzitten.”

‘Wonderprik’

Ruim een jaar na het uitbreken van de pandemie kun je zo rustig stellen dat Pfizer/BioNTech als absolute winnaar uit de vaccinrace komen. In ieder geval in Europa en het rijke Westen, want armere landen kunnen het Pfizervaccin vaak niet betalen; het is na Moderna het duurste vaccin.

Het Pfizer-vaccin wordt zelfs de ‘wonderprik’ genoemd, omdat het ook nog eens uitzonderlijk effectief is (95 procent) – het Europees Geneesmiddelenbureau was aanvankelijk al blij geweest met een effectiviteit van 50 procent – én daarmee fors beter dan AstraZeneca (60 procent) en Janssen (67 procent). Moderna heeft een nagenoeg gelijke effectiviteit (94 procent). Zelfs bij ouderen, bij wie vaccins over het algemeen minder goed werken, is Pfizer buitengewoon effectief.

In huishoudens waar de uitnodiging voor een Pfizer-prik op de mat valt, stijgt soms dan ook een (stiekeme) juichkreet op. Tuurlijk, de meeste mensen zijn blij om überhaupt ingeënt te worden. Maar het A-merk krijgen is toch fijner dan de Euroshopper. Denemarken heeft reeds aangekondigd helemaal niet meer met AstraZeneca en Janssen te gaan prikken. De VS gaan vermoedelijk hun hele voorraad weggeven. Op sociale media melden sommige mensen dat ze ‘gepfizerd’ zijn.

Dat moet de makers bekoren. Zeker is in elk geval dat het vaccin ook een geldmachine voor Pfizer is. Het bedrijf verwacht er komend jaar 26 miljard dollar mee te verdienen – goed voor een derde van de totale verwachte omzet.

Maar die dominante positie brengt ook lastige vragen met zich mee. De facto zijn veel landen nu voor een levensreddend medicijn afhankelijk van een commercieel bedrijf, dat bovenal de belangen van zijn aandeelhouders dient. Farmaceutische bedrijven beslissen wel vaker over leven en dood, maar doorgaans niet voor hele continenten tegelijk.

Het is bovendien een machtspositie die voorlopig onaantastbaar lijkt, mocht straks blijken dat er inderdaad jaarlijks boosters nodig zijn voor afdoende bescherming tegen Covid (iets waar Pfizer al een beetje vanuit gaat) en dat patenten op de vaccins niet vrijgegeven hoeven te worden (iets waar ook Pfizer fel voor ageert).

In handen van wat voor bedrijf legt de EU zijn lot dan? Kan zo’n onderneming eigenlijk nog failliet gaan of is die too big to fail? En bovenal: moet je wel zo veel macht bij een private onderneming willen hebben?


Pfizer overal in Europa hofleverancier
 

 

 

Pfizer-baas Bourla toonde zich eerder welbewust van zijn uitzonderlijke positie. In een interview zei hij dat „meerdere wereldleiders, presidenten, premiers en koningen” de afgelopen maanden persoonlijk naar zijn hand hadden gedongen. (De EU had een gunfactor omdat hij zo’n goede band met Von der Leyen had, zei hij, die begreep als opgeleid medicus ten minste waar het over ging.) Veel van die leiders hebben de afgelopen maanden soms op pijnlijke wijze geleerd dat ze zijn overgeleverd aan de besluiten van ‘vaccinkoning’ Bourla.

Voor de Europese Commissie is het in het bijzonder een ongemakkelijke dans. Team-Von der Leyen had bij zijn aantreden kort voor de pandemie als een van zijn speerpunten het beter beschermen van de belangen van burgers tegen al te veel macht van het bedrijfsleven. Hoge prijzen van medicijnen waren de Commissie ook een doorn in het oog – maar als bedankje voor het in Pfizer gestelde vertrouwen kreeg Brussel bij het laatste contract naar verluidt een fikse prijsverhoging te slikken. En de Commissie wil ook meer doen tegen belastingontwijking door grote multinationals, maar vorige week nog kwamen de schijnwerpers weer eens te staan op de ingenieuze, deels via Nederland verlopende constructies van Pfizer om belastingdruk zo laag mogelijk te houden.

Gewiekste manoeuvres

Pfizer dankt zijn succes zeker niet alleen aan het falen van zijn concurrenten. Het was ook het gevolg van de vooruitziende blik en gedurfde én gewiekste manoeuvres van Bourla.

De Pfizer-topman zette vrijwel vanaf het begin ambitieus in op een enorme opschaling van de productiecapaciteit, en slaagde daar beduidend beter in dan anderen. Halverwege januari legde Pfizer zijn fabriek in België abrupt stil om de productiecapaciteit te kunnen verhogen. Dat was even pijnlijk voor de klanten, want tal van hen kregen ineens minder vaccins. Maar na die ingreep kon de fabriek wel miljoenen vaccins meer uitspuwen. In het Duitse Marburg werd tegelijkertijd een nieuwe fabriek uit de grond gestampt.

Bourla blonk uit in het vinden van creatieve oplossingen voor problemen. Nadat Pfizer eind vorig jaar zelf productieproblemen had gekregen en boze klanten tegenover zich trof, verzocht het de toezichthouders om nieuwe voorschriften voor zijn vaccin: in plaats van vijf doses konden er ook zes uit een flesje worden gehaald – artsen genoeg die dit tijdens de vaccinatiecampagne hadden ontdekt.

De toezichthouders gingen hierin uiteindelijk mee en dat leverde Pfizer in één klap 20 procent meer voorraad op, waarmee gaten konden worden gevuld – evenals 20 procent meer omzet per flacon: in de contracten stond immers dat er per dosis werd afgerekend, niet per flesje.

Voorzitter Ursula von der Leyen (links) van de Europese Commissie in de Pfizerfabriek in Puurs, België. Foto John Thys/EPA

Maar Bourla’s grote gok was uiteindelijk de ware game changer. De Pfizer-prik is gebaseerd op een tot voor kort onbewezen vaccintechniek: mRNA. Een techniek die Pfizer in 2018 had ingekocht via een samenwerking met het tot dan toe relatief onbekende Duitse BioNTech. Toen Pfizer en BioNTech met hun coronavaccin begonnen, was er wereldwijd nog geen enkel goedgekeurd medicijn op basis van mRNA gemaakt (de techniek is multi-inzetbaar). Maar toen het vaccin eenmaal bleek te werken, bleek opschalen relatief makkelijk, omdat het gaat om een chemisch proces. Simpel gezegd is het een kwestie van machines bijbouwen en het recept herhalen. De productie van de vaccins van AstraZeneca en Janssen bleek juist veel lastiger op te schalen, omdat er ook een biologisch proces bij nodig is, waarbij levende cellen moeten worden gekweekt. Dat zorgt nu mede voor de verschillen tussen de mRNA-producenten en de andere.

Als om zijn superioriteit nog eens in te wrijven, verhoogde Pfizer in mei zijn productiedoel weer, naar 3 miljard doses dit jaar (eerder 2,5 miljard en nog eerder 2 miljard). Voor komend jaar is het doel zelfs 4 miljard doses.

Vetbolletjes

Pfizer is volop bezig met het bestendigen van zijn positie. In het Belgische Puurs wil het zelf zogeheten ‘vetbolletjes’ (lipide nanodeeltjes) gaan produceren, een cruciale maar schaarse bouwsteen van de mRNA-vaccins. Als die vaccins inderdaad de gulden standaard blijven in de rijke landen, waar het op dit moment naar uitziet, is het in eigen hand hebben van dit soort productieprocessen niet alleen strategisch slim maar ook goud waard: de prijs van schaarse grondstoffen is uiterst onvoorspelbaar.

Tegelijk roert Pfizer zich fel in de mondiale discussie over het openbreken van het patentrecht. Een grote groep voornamelijk arme landen, sinds kort gesteund door de VS, wil dat de internationale afspraken over intellectueel eigendom worden opgeschort, zodat armere landen straffeloos vaccins kunnen namaken.

Volgens Bourla „ontmoedigt” dat plan elke ondernemer die bereid is een „groot risico” te nemen, waar uiteindelijk de wereld baat bij heeft, schrijft hij in een open brief op LinkedIn. Zoals het steken van miljarden in een vaccin waarvan niemand wist of het zou werken. Pfizer was een van de weinige fabrikanten die Amerikaans overheidsgeld weigerde om alvast productiecapaciteit op te bouwen. Het investeerde liever zelf. Zo was het daarna vrij om winst te maken.

Tijdens een call met beleggers en aandelenanalisten in januari, naar aanleiding van de financiële resultaten, blikte de Pfizer-top vooruit op het post-pandemietijdperk. Bourla zei „er volledig op te vertrouwen” dat zijn bedrijf in dat tijdperk het „leeuwendeel” van de markt zou pakken. En dat (fors) hogere vaccinprijzen in dat tijdperk voor de hand liggen. De wereld zat nu nog middenin een crisis, en dus golden andere prijzen. Maar vaccins kostten normaal zo’n 150 tot 175 dollar, aldus financieel directeur Frank D’Amelio. „Natuurlijk gaan we straks een hogere prijs krijgen.”

De afgelopen jaren stond Pfizer al consequent bovenin de toptien van de grootste, winstgevende farmaceuten. Zoals het er uitziet, zit het bedrijf door de coronacrisis ook de komende jaren gebeiteld. Ergens in de komende tijd zal de pandemie misschien wel gaan luwen. Maar de Europese Commissie en Von der Leyen zelf zullen dan opnieuw een verhouding moeten zien te vinden tot deze farmareus, die tal van regeringen en miljoenen mensen uit de crisis hielp.