Reportage

Gaza raapt de scherven op van de oorlog

Staakt-het-vuren Nu het staakt-het-vuren stand lijkt te houden, nemen mensen selfies bij gebombardeerde torenflats. Het verdriet en de verwoesting zijn voelbaar.

Een Palestijns meisje keert vrijdag terug naar haar verwoeste huis in de stad Beit Hanoun. Veel inwoners van Gaza hebben geen huis meer om naar terug te keren, als gevolg van de bombardementen.
Een Palestijns meisje keert vrijdag terug naar haar verwoeste huis in de stad Beit Hanoun. Veel inwoners van Gaza hebben geen huis meer om naar terug te keren, als gevolg van de bombardementen. Foto Mohammed Sabre/EPA

Gaza komt tot leven. De sfeer in de binnenstad is op vrijdag haast uitgelaten nu mensen na elf dagen weer hun huizen uit durven te komen. Straten waar minder dan een dag geleden nog alleen het lawaai van bommen en raketten te horen was, vullen zich met vrolijke stemmen. Slenterende gezinnetjes, meisjes met nieuwe jurkjes, ijsjes etende vrouwen. Hamas-politieagenten hebben hun posten weer ingenomen die ze als geüniformeerd doelwit hadden verlaten; één van hen probeert het chaotische verkeer in de binnenstad te regelen.

Maar de opluchting over de weergekeerde rust is gemengd met het verdriet van verlies en verwoesting. De gevolgen van de oorlog sijpelen in de drukke straten door. Een man legt beschermend zijn arm om zijn zoontje heen – „pas op, glas” – als ze langs een flatgebouw wandelen waar de ramen zijn uitgesprongen. Jongeren maken selfies bij de tot brokstukken gereduceerde kantoortoren waar internationale media Associated Press en Al-Jazeera in waren gevestigd. Hoofdwegen zijn zandpaadjes vol kraters geworden.

Bovendien doen veel inwoners van Gaza niet mee aan deze verlate Suikerfeestvreugde. Ze hebben geen huis meer om naar terug te keren, geen kinderen meer om ijsjes mee te eten. Verderop in de binnenstad zijn jongens met stokken en doeken snel een rouwtent in elkaar aan het knutselen. Een halfuur later zitten de mannen al op een rijtje. Dit is de rouwtent van de familie Abou al-Aouf, waarvan zaterdagnacht veertien leden omkwamen. Om de hoek staat die van de buren, en daarnaast die van hun buren. Een jongetje loopt rond met een kartonnen doos vol dadels – ter ere van alle doden.

Woonblok in puin

Alaa Abou al-Aouf was om één uur ’s nachts nog in zijn winkeltje toen hij ontploffingen hoorde. Toen het stof was opgetrokken, zag hij dat zijn hele woonblok, vijftig meter verderop, in puin lag. „Ik dacht dat iedereen er geweest was”, zei hij. Toen hulpverleners zijn negenjarige dochtertje gewond maar levend van onder de massa steen en metaal uittrokken, kreeg hij weer een beetje hoop. Ook zijn oudste dochter kwam er met lichte verwondingen van af, net als zijn pleegzoontje van twee. Zijn vrouw bleek zwaargewond; ze ligt met een gebroken nek op de intensive care. Toen werd hij gebeld door iemand uit het ziekenhuis: twee van zijn dochters waren omgekomen. Rawan (19) studeerde computertechnologie, Shaima (21) tandheelkunde. Zijn dochtertje van negen is sindsdien onaanspreekbaar: zij heeft haar zus naast zich zien sterven. „De doden zijn weg, maar voor de levenden duurt de geestelijke genezing jaren”, zegt Abou al-Aouf.

Lees ook: Zij ging de cel in, maar haar lach ging viraal

Het zou een volle dag duren voordat de lichamen van zijn andere familieleden onder het puin vandaan werden gehaald. Onder hen was zijn neef Ayman Abou al-Aouf, internist in het Al-Shifaziekenhuis, het grootste ziekenhuis van Gaza, waar hij de bestrijding van Covid-19 leidde. De toch al wankele medische sector in Gaza is zwaar getroffen. Behalve Abou al-Aouf kwam ook een andere specialist om bij bombardementen. Daarnaast raakte het enige laboratorium dat coronatests kan verwerken beschadigd, evenals het ministerie van Gezondheid en de hoofdweg naar Al-Shifa. De ziekenhuizen lagen al vol met Covid-19-patiënten en hebben er nu nog honderden oorlogsslachtoffers bij gekregen.

Ook niet veilig in de luxe wijk

Abou al-Aouf had nooit verwacht dat zijn huis gebombardeerd zou worden. Dit is een luxe wijk. In eerdere oorlogen was het hier veilig. „Mensen uit het noorden vluchten juist hierheen als er bombardementen komen”, zegt Abou al-Aouf. Er woonden volgens hem ook geen verdachte personen. „We kennen iedereen, het is allemaal familie.” Volgens het Israëlische leger liep er „ondergrondse militaire infrastructuur” onder de huizen. Wat het doelwit ook was - één telefoontje, snikt Abou al-Aouf. „Met alle inlichtingen die Israël heeft, konden ze niet even bellen om het gebouw te ontruimen? Eén telefoontje, dan hadden mijn dochters nog geleefd.”