Opinie

De Zwitsers zijn de nieuwe Britten

In Europa

Weet u nog: al die vis die na Brexit, in januari, soeverein op de kade lag weg te rotten? Weet u nog die vissers die zeiden dat ze nooit voor Brexit hadden gestemd als ze hadden geweten dat je als ‘derde land’ niet zomaar meer vis op het continent kunt verkopen, maar dat je eerst tientallen formulieren moet invullen en stempels en certificaten moet regelen?

En ten slotte was daar, onvergetelijk, de honourable member for the 18th century Jacob Rees-Mogg, die namens de regeringspartij in het parlement zei dat vissers niet moesten klagen want de vis was nu Brits – „en dus beter en gelukkiger”.

Je kunt het je bijna niet voorstellen, maar komende woensdag, 26 mei, gebeurt er waarschijnlijk iets dergelijks met Zwitserse medische apparatuur.

Zwitserland exporteert jaarlijks voor ruim 5,5 miljard euro aan beademingsapparaten, tandboren en scanners naar de Europese Unie. Die horen tot de beste en duurste ter wereld. Jarenlang was er geen grenscontrole: Bern en Brussel erkenden elkaars standaarden. Maar woensdag stopt dat. Finito. Daarna kunnen Zwitserse fabrikanten, net als Britse vissers, alleen nog de Europese interne markt op als ze allerlei certificaten en conformiteitsbewijzen hebben en andere hordes nemen die de EU opwerpt om te voorkomen dat er rommel binnenkomt. Ze moeten zelfs een speciale ‘vertegenwoordiger’ inhuren in de EU. Andersom moet dat allemaal ook – tit for tat. Maar de schade is veel groter aan Zwitserse kant, voor wie de EU de allergrootste afzetmarkt is.

Dit gebeurt niet om medische redenen. Nee, het gaat, net als bij Brexit, om iets groters: soevereiniteit.

Veel landen onder de rook van de EU die geen lid zijn, doen mee op de Europese interne markt. In ruil nemen ze EU-wetgeving over en betalen ze een symbolisch bedrag voor structuurfondsen voor arme regio’s. Bij Noorwegen, IJsland en anderen gaat dit automatisch. Bij Zwitserland niet. Dat heeft ruim 120 aparte akkoorden met Brussel waarin, per sector, markttoegang en overname van wetgeving geregeld worden. Die akkoorden hebben geregeld updates nodig, om innovatie en andere veranderingen bij te benen. Brussel en Bern onderhandelen daarom constant, over alles – een tijdrovende bezigheid die voor irritatie zorgt, aan weerskanten. Daarom hebben ze in 2018, na jaren onderhandelen, een ‘raamakkoord’ gesloten dat alle bilaterale akkoorden in één vorm giet en dat continu updaten overbodig maakt. Smooth sailing, dacht men – eindelijk.

Maar nee. Hoewel een peiling van GFS Bern laatst toonde dat 64 procent van de Zwitsers met dit raamakkoord kan leven, heeft de regering laatst na consultaties met vakbonden, partijen en boeren drie bijkomende eisen in Brussel neergelegd. Zwitserland wil alsnog uitzonderingen op interne-marktregels die EU-lidstaten zelf nooit zouden krijgen, zoals extra bescherming voor eigen bedrijven en het recht om EU-burgers in Zwitserland te korten op sociale uitkeringen (terwijl Zwitsers in de EU wel gelijke rechten krijgen). Brussel weigert. Britten krijgen geen shortcuts, dus Zwitsers evenmin.

Voorlopig blijven de bilaterale verdragen gewoon van kracht. Maar de EU wil niet meer in dit systeem investeren. De Zwitsers willen toegang tot de gezondheids- en elektriciteitsmarkt in de EU, maar Brussel wil geen nieuwe bilaterals meer sluiten zonder overkoepelend raamakkoord. Het weigert ook updates te doen van de bestaande akkoorden. Dat betekent langzame erosie van de verdragen, en uitvalsverschijnselen. De medische apparaten zijn (als er geen lastminute oplossing komt) het eerste voorbeeld. Binnenkort vallen de Zwitserse spoorwegen uit een EU-railproject. Zwitserse academici worden uitgesloten van het komende Horizon-onderzoeksprogramma van de Europese Commissie. Intussen houdt Zwitserland financiële contributies aan de EU in.

Zo loopt er, in slow motion, opnieuw een relatie met een bevriend buurland van de rails. Geen land profiteert meer van de interne markt dan Zwitserland. Maar de hele discussie daar gaat over soevereiniteit, niet over de prijs die je ervoor betaalt. Medische apparaten die straks onderstoffen in een opslag zullen daar weinig aan veranderen. Net zo min als die rottende Britse vis in januari.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.