Opinie

Transjongeren lopen gevaar als debat ongefundeerd gevoerd wordt

Gender In Angelsaksische landen heeft transfobie in de media geleid tot nieuwe wetgeving die jongeren het leven zuur maakt. Volg dat voorbeeld hier niet, betogen en .

Een transgender pride-vlag bij een demonstratie bij de Stonewall Inn in New York
Een transgender pride-vlag bij een demonstratie bij de Stonewall Inn in New York Foto Angela Weiss/AFP

Als mediasocioloog Peter Vasterman zijn zin krijgt, dan worden Nederlandse media veel kritischer op de „problematische kanten van gendertransities”. Dat betoogde hij in een opiniestuk dat online gepubliceerd werd op de internationale dag tegen homo-, bi-, intersekse- en transfobie, wat bij transgender personen tot verbijstering en woede leidde. Zij hadden een hele kluif aan het aanwijzen van alle onjuistheden en verdraaiingen in het stuk, zoals de bewering dat transgender jongeren elkaar mogelijk zouden ‘besmetten’ (behalve een akelige ook een lang en breed verworpen claim) en de insinuatie dat veel jongeren in werkelijkheid niet transgender, maar autistisch zouden zijn (de comorbiditeit van autismespectrumstoornis en transgendergevoelens is al lang bekend).

De doorsnee lezer zal in Vastermans pleidooi een uitnodiging hebben gezien tot een kritische kijk op de transgenderzorg. Op zich is dat goed: er ís namelijk veel mis in de transgenderzorg, en in de kapotbezuinigde geestelijke gezondheidszorg in het algemeen. Zo uiten belangenorganisaties al jaren hun zorgen over de groeiende wachtlijsten bij de genderpoli’s. Twee jaar wachten op een eerste gesprek is inmiddels niet meer uitzonderlijk.

Vasterman schijnt te denken dat we die zorg kunnen verbeteren door de overbelaste, ondergefinancierde genderpoli’s met nog meer argwaan te benaderen. Ook de jongeren met een zorgvraag hoeven niet op zijn sympathie te rekenen: in zijn stuk en tijdens een radio-optreden noemde hij jongeren die bij hun geboorte voor meisje werden aangezien, maar daar zelf anders over denken, steevast en moedwillig ‘meisjes’. Het verkeerd aanspreken van transgender personen wordt als bijzonder vernederend ervaren. Dat Vasterman dit niet zou hebben geweten is ondenkbaar.

Hij heeft namelijk uitvoerig voorwerk gedaan. Zo is hij te weten gekomen dat er mensen bestaan die in transitie gaan en daar spijt van krijgen. Dat klopt en daar hoeven we niet geheimzinnig over te doen. Meer dan veertig jaar aan data laten zien dat een half procent van alle mensen die een medische transitie ondergingen dat inderdaad achteraf betreurt. Het merendeel van de mensen die een transitie afbreken geeft aan dat de transitiewens er op zich nog wel is, maar dat die niet opweegt tegen de vernedering, discriminatie en (fysieke) mishandeling waar zij mee te maken kregen.

Groeiende publieke haat

Iedereen die om wat voor reden dan ook spijt krijgt van een transitie verdient onverdeelde compassie en goede zorg, maar het bemoeilijken van een medisch proces dat het leven van honderden anderen aanzienlijk beter maakt en soms zelfs redt, is geen menselijke manier om dergelijk leed te voorkomen. Toch is dat precies wat in het Verenigd Koninkrijk en Zweden gebeurt: daar stopten twee grote genderpoli’s recent met het bieden van medische hulp aan jongeren onder de zestien. Een NRC-lezer merkte in een brief (19/5) terecht op dat het stopzetten van die zorg net zozeer schade berokkent als de enkele interventie die achteraf ongewenst blijkt – hoe vervelend die laatste ook is.

Vasterman constateert dat de Nederlandse berichtgeving over transgender personen overwegend positief en invoelend is. Liever zou hij zien dat Nederlandse journalisten een voorbeeld nemen aan hun Britse collega’s en niet „met een grote boog om controverse heen lopen”. Wat hij niet vermeldt is de groeiende publieke haat jegens transgender personen die zich in het Verenigd Koninkrijk en andere Angelsaksische landen via de media een weg baant naar wetgeving. In de Verenigde Staten is dit jaar al een recordaantal van 111 anti-transgenderwetten aangekondigd die vooral jongeren het leven zuur of zelfs onmogelijk maken.

Dergelijke aanvallen op het bestaansrecht van transgender personen worden in grote mate gevoed door opiniestukken waarin ‘bezorgde’ schrijvers insinuaties op tafel leggen die de autonomie van een uiterst kwetsbare groep in twijfel trekken. Deze ontwikkeling voltrekt zich al jaren in de Angelsaksische landen en begint ook in Nederland haar eerste stapjes te zetten. Vorig jaar verdedigde de hoofdredacteur van Trouw het plaatsen van een omstreden opiniestuk door te stellen dat de krant inhaakte op een „transgenderhype”.

Debat over basisrechten?

Wij zien een zorgwekkend patroon: een ‘bezorgd’ en slecht onderbouwd opiniestuk wekt een storm aan kritiek op, die alleen maar voor meer aandacht zorgt. De schrijver wordt dezelfde dag nog uitgenodigd om op de radio zijn of haar verhaal te doen. In allerijl wordt er een ervaringsdeskundige opgetrommeld om met de schrijver in ‘discussie’ te gaan. In de daaropvolgende dagen publiceren opiniepagina’s ‘tegengeluiden’ (zoals dit artikel) en wordt experts om een reactie gevraagd. Zo werkt debat, toch?

Maar de crux is, en dat weet een mediasocioloog als Vasterman: als het eerste stuk eenmaal is geplaatst, valt de legitimiteit ervan enkel nog maar te bevestigen. Er is immers ‘discussie’, dan zullen beide kanten toch wel een punt hebben? Om die reden hebben wij lang getwijfeld over het wel of niet schrijven van deze reactie (zwijgen was het ergere kwaad). Zelfs het zin voor zin ontkrachten van de beweringen van Vasterman zou namelijk enkel bijdragen aan het salonfähig maken van ‘discussies’ over het basisrecht dat transgender personen hebben op autonomie en goede zorg. En daar lenen wij ons niet voor.