Politiegeweld bij demonstratie op Malieveld in twee gevallen ‘niet professioneel’

De politie had de demonstratie ontbonden, omdat het te druk was.
De politie had de demonstratie ontbonden, omdat het te druk was. Foto Nico Garstman/ANP

Het door de politie gebruikte geweld tijdens een coronademonstratie in maart in Den Haag was op zeker twee momenten „niet professioneel”. Dat is de voorlopige conclusie van een interne politiecommissie. Agenten die tijdens de coronademonstratie aan het werk waren, gaven zestien momenten door waarop de politie geweld gebruikte tegen demonstranten. De commissie onderzocht deze zestien gevallen.

De uitkomst van dat onderzoek is gedeeld met de politieleiding, die de betrokken medewerkers kunnen aanspreken. Het is niet bekend of dat al is gebeurd. Tijdens een demonstratie op 14 maart op het Malieveld waren meer mensen aanwezig dan de onder de coronamaatregelen toegestane tweehonderd. Nadat demonstranten weigerden het veld te verlaten is de ME ingezet en geweld gebruikt.

Ook het geweld van demonstranten richting de politiemensen toe was fors, blijkt uit het onderzoek van de commissie. De politie is onder andere met stenen, zwaar vuurwerk en andere voorwerpen bekogeld en belaagd. „Het feit dat deze voorwerpen waren meegenomen naar de demonstratie wijst erop dat een deel van de aanwezigen uit was op een confrontatie met de politie.” Zestien agenten hebben daar aangifte van gedaan. Dat onderzoek loopt nog.

Op sociale media circuleerden destijds beelden van het politiegeweld. Mensenrechtenorganisatie Amnesty International riep een dag later op tot onderzoek omdat er „disproportioneel politiegeweld” zou zijn gebruikt.

Dit artikel maakt ook deel uit van ons liveblog: Vaccinatiebereidheid onder migrantengroepen fors lager