Recensie

Recensie Boeken

Hoe ongezond onze relatie tot werk is

Jeff Bezos Deze Duitse auteur werkte een paar weken bij het megabedrijf Amazon en schreef daar prikkelende autofictie over. Daarin laat ze vooral zien hoe ongezond onze relatie tot werk is.
Het distributiecentrum van Amazon in Carteret, in de staat New Jersey.
Het distributiecentrum van Amazon in Carteret, in de staat New Jersey. Redux

Vorige maand stemden de werknemers van Amazon in de Amerikaanse staat Alabama met een overgrote meerderheid tegen de oprichting van een vakbond. Als de onderneming was geslaagd, zou het de eerste vakbond van Amazon ter wereld worden. Van buitenaf lijkt de uitslag verrassend. Al jaren komen er berichten naar buiten over de bizarre, schandalige uitbuiting van medewerkers van het online warenhuis. Zo zouden de werknemers zo weinig pauzetijd krijgen, dat ze in een flesje moeten plassen. En dat terwijl de baas, Jeff Bezos, een van de rijkste mannen ter wereld is, goed voor 196 miljard dollar. Waarom zou je niet beschermd willen worden voor je rechten?

Maar van buitenaf is het makkelijk oordelen. Uit geldnood werkte de Duitse schrijver Heike Geissler een paar weken rond de kerstdrukte bij het megabedrijf, op een locatie in Leipzig, en schreef over haar ervaringen de ingenieuze autofictie Seizoenarbeid. Ze beschrijft de geniepige, langzame ontmenselijking die je als werker ondergaat, de ondermijning van je zelfstandig denkvermogen. En de uitputting, o, de uitputting die haar elke dag doet hopen dat haar gezin al slaapt als ze thuiskomt. Hoe zou er dan nog energie overblijven voor vergaderingen en actievoeren? Ze citeert de Koreaans-Duitse filosoof Byung-Chul Han: ‘Uit uitgeputte, depressieve en geïsoleerde individuen kun je geen revolutionaire massa vormen.’

Niet alleen vanwege de vermoeidheid is de solidariteit tussen de werknemers ver te zoeken, toont de schrijver in kil, nuchter proza. Geissler wordt voortdurend op een andere plek te werk gesteld, zodat ze niemand echt kan leren kennen. Niemand neemt zelfs maar de moeite zich voor te stellen. Haar prestaties worden constant gemonitord en geëvalueerd, terwijl ze slechts een radertje is in een productieketen; wanneer anderen minder goed presteren, heeft dat effect op haar beoordeling, waardoor ze anderen als vijandig leert beschouwen.

Onverdraaglijk seksistische momenten

In het licht van die eenzaamheid doet Geissler in Seizoenarbeid een interessante literaire ingreep. ‘U gaat op weg, ik vergezel u en vertel hoe alles eraan toegaat en wat u overkomt. U bent vanaf nu onderweg als mij’, begint de vertelling. ‘U bent dus vrouwelijk, onthoud dat alstublieft, want het is op sommige plaatsen belangrijk. U bent eigenlijk schrijfster en vertaalster, hebt op dit moment twee zonen en een partner, die goed bij u past, wat u meestal wel weet.’

Heike Geissler stelt een persoonsverwisseling voor, de geadresseerde gaat voor Amazon werken, en de ik-persoon begeleidt ‘u’. Ze spreekt ons toe als een plaatsvervanger, vertelt ons wat we moeten doen. Waardoor de ‘ik’ niet meer alleen is, maar een beroep doet op de gemeenschap van lezers. Over de ik komen we verder dan weer heel weinig te weten, de schrijver onthult amper iets over haar eigen leven. In dat opzicht destabiliseert Geissler de verwachtingen van een gangbare autofictieve roman.

Die ‘u’-aanspreekvorm gaat voorts allerlei relaties aan met de vertelling. Het resoneert onder meer met de Amerikaanse werkethiek die in Leipzig is overgenomen, waar de werknemers consequent worden getutoyeerd, want het is een ‘vlakke hiërarchie’. Hier neemt Geissler een beetje aanstoot aan, maar zet dat recht in haar aanspreekvorm van de lezer.

Maar denk niet dat u veilig bent. Geissler speelt met ons, neemt zelf een keer een dagje vrij terwijl ze ons laat werken, soms doet ze bazig, haast sadistisch, soms idealiseert ze ons, soms smeekt ze ons om gerechtigheid. Soms laat ze ons de geschiedenis oppoetsen, zoals op de momenten waarin zij haar mond hield, wanneer een medewerker onverdraaglijk seksistische opmerkingen maakt. Tegen het einde trekt ze de teugels strak aan: ‘We gaan dit boek niet uit voordat u gehandeld hebt’, schrijft ze herhaaldelijk. Doe iets. Doe het voor mij. Want mij lukte het niet.

Ontsnappen naar de wc

Hoewel, dat het haar niet is gelukt is niet helemaal waar. Haar verzet schuilt in de kleine, haast onzichtbare handelingen van sabotage; het niet volgen van een veiligheidsvoorschrift, een fout niet corrigeren, ontsnappen naar de wc om even adem te halen. Geen groots verzet waar het bedrijf onder zal lijden, maar het opeisen van vrijheid en zelfbeschikking; kortstondige momenten waarvan misschien wel haar overleven afhankelijk is.

Seizoenarbeid is dus meer dan een shock report over het werken bij een hedendaagse megacorporatie. Met het choquerende gehalte valt het zelfs wel mee, want we zijn in Duitsland, waar nog altijd enige sociale zekerheid bestaat; wanneer de verteller ziek wordt van het werken op de tocht – de deur kan niet goed dicht, en ondanks dat dit wordt gemeld, wil de werkgever dit niet repareren – krijgt ze netjes doorbetaald.

Het is Geissler veeleer te doen om een brede analyse van onze ongezonde relatie tot werk, hoe de arbeidsverhoudingen de mens van zichzelf en vooral van elkaar vervreemdt. Hoe werk het centrale element in het leven van de burger is geworden, terwijl het lichamen en relaties verwoest. Tussen de beschrijvingen van het dagelijkse werk door noteert ze deze meer analytische gedachten, aan de hand van citaten van onder andere Hannah Arendt en de al geciteerde Han. In die zin is het een shock report over arbeid in het algemeen: ‘Gaat het hier eigenlijk om leven en dood? Ik zeg voorlopig nee en kom later nog op deze vraag terug. Dan zal ik zeggen: Niet meteen, maar op de een of andere manier toch wel, het gaat erom hoezeer we de dood in ons leven toelaten. Of het dodelijke. Dus datgene wat ons kapotmaakt.’

Wanneer ze Amazon rond kersttijd ten slotte vroegtijdig verlaat, richt ze haar analyse op haar ‘andere’ werk. Ze denkt na over wat het betekent om schrijven al dan niet als werk te beschouwen, over de schaamte die ze voelt dat ze daar niet altijd van kan leven. Amazon is slechts een metonymie voor een heel systeem; ze analyseert dat zij als creatieve arbeider dan wel zelf kan bepalen waar en wanneer ze werkt, maar dat ze een werk-ethiek heeft geïncorporeerd waarin ze zichzelf uitbuit, als meester en slaaf tegelijk. Een stil maar daverend slot, waarin de grens tussen haar ‘uitstapje’ als handarbeider en haar bestaan als lid van de intellectuele klasse vervaagt.