Opinie

Geschiedenis is geen traumatherapie

Verwerking Trauma’s kunnen niet collectief zijn. Publieke aandacht voor zwarte bladzijden uit de geschiedenis heeft met traumaverwerking dan ook niets te maken, betoogt
Holocaustmonument in Berlijn.
Holocaustmonument in Berlijn. Foto Tobias Glawe / Getty Images

In haar voordracht op 4 mei in de Nieuwe Kerk sprak schrijver Roxane van Iperen over „trauma’s van de Tweede Wereldoorlog, Nederlands-Indië, de koloniale tijd, Srebrenica, de Molukkers of de veteranen”. Vervolgens zei ze: „De last van het onbedwongen verleden wordt pas verlicht als de mythe plaatsmaakt voor weten. Dat vergt rouwarbeid. Afdalen, stil zijn en álle stemmen aanhoren, ook de diepste uithalen van smart en van angst.”

Wat Van Iperen zei, sluit aan bij de maatschappelijke consensus over de gevolgen van geweld en onderdrukking in het verleden, en over de manier waarop de samenleving daarmee moet omgaan. Die gevolgen worden steevast trauma’s genoemd. Maar dat is misleidend.

Herbelevingen

Trauma is een psychiatrische term en het ziektebeeld dat daarbij hoort, heet post-traumatische stress-stoornis (PTSS). Individuen die daaraan lijden hebben specifieke klachten, waaronder herbelevingen. Deze kunnen worden getriggerd door allerlei – soms ogenschijnlijk niet-gerelateerde – aanleidingen en roepen hoge spanning op. Daardoor staat PTSS een sociaal en beroepsmatig normaal functioneren in de weg.

Lees ook: Trauma als identiteit

Van de psychiatrie is het begrip trauma terechtgekomen in de geschiedschrijving, de literatuur en het algemeen spraakgebruik. Tegelijkertijd is het verruimd tot iets collectiefs. In die zin spreekt men bijvoorbeeld over ‘het trauma’ van de oorlog of het slavernijverleden.

Maar collectief trauma bestaat niet in de psychiatrie. Zelfs van groepen mensen die gezamenlijk een potentieel traumatiserende gebeurtenis meemaken, krijgt maar een gedeelte PTSS. Ook komen collectieve herbelevingen niet voor. Kortom: individuen kunnen een trauma hebben, maar samenlevingen en bevolkingsgroepen niet.

Misschien is collectief trauma slechts een metafoor, en is het een beetje flauw om die langs de psychiatrische meetlat te leggen. Het probleem is echter dat de term ook het denken over oplossingen in een bepaalde richting stuurt. Een trauma moet immers ‘verwerkt’ worden. Volgens de algemene opvatting vindt collectieve verwerking plaats door zo veel mogelijk publieke aandacht te geven aan de traumatiserende gebeurtenis. Door middel van romans, geschiedenisboeken, televisieprogramma’s, tentoonstellingen, lespakketten. De hele samenleving moet verantwoordelijkheid nemen voor de ‘verwerking’ van het verleden, zo luidt de boodschap. Niemand mag wegkijken.

Het ‘trauma’ dient om een groepsidentiteit te versterken met nadruk op slachtofferschap

Hier zijn flinke kanttekeningen bij te plaatsen. Om te beginnen waar het de werkelijk getraumatiseerde slachtoffers van het verleden betreft. Een van de kenmerken van PTSS is vermijding: de patiënt gaat alles wat herinneringen aan de traumatiserende gebeurtenis oproept uit de weg.

Je kunt documentaires maken over oorlogsgruwelen, maar wie erdoor getraumatiseerd is, kan daar niet naar kijken. Vrienden en familieleden misschien wel, en die zullen beter snappen waar de patiënt mee worstelt. Maar ook met hen kan hij niet praten over zijn traumatische ervaringen. Om trauma’s te behandelen zijn professionals nodig.

Lees ook: Vertel de traumatische verhalen van deze crisis

Het oude freudiaanse idee dat trauma’s zijn op te lossen, enkel door er veel over te praten, is binnen de psychiatrie allang achterhaald. Weliswaar begint elke behandeling met erkenning en confrontatie met de traumatische herinnering.

Maar pas daarna komt het echte werk. Het doel is de spanning die de herinnering oproept te verminderen. Tegenwoordig gebeurt dit vaak met de techniek EMDR. De patiënt vergeet niet wat er is gebeurd, maar hij denkt er minder vaak aan terug. En als hij dat doet, schiet hij niet meer in een blinde paniek. De herinnering behoort dan niet langer tot het hier en nu, maar tot het verleden. De patiënt kan door met zijn leven.

Schade vergoeden

Hoe zit het met mensen die volgens de psychiatrische criteria niet getraumatiseerd zijn, maar zich wel slachtoffer voelen van de geschiedenis? Er zijn er die aantoonbaar schade hebben geleden, zoals directe nabestaanden van in de oorlog vermoorde Joden of Indonesische burgers die door Nederlandse militairen zijn gedood. Zij hebben recht op schadevergoeding en, als zij daar prijs op stellen, excuses. Zulke gebaren kunnen helpen het leed te verzachten en de relaties te herstellen (hoewel dat allerminst zeker is), maar dat is iets anders dan verwerking van trauma.

Daarnaast zijn er groepen bij wie het slachtofferschap moeilijker is vast te stellen, omdat het verleden op andere manieren doorwerkt. Denk aan kolonialisme en slavernij, die nog altijd hun sporen nalaten in de vorm van ongelijkheid en racistische stereotypen. Hoe langer geleden de ‘traumatiserende’ gebeurtenis heeft plaatsgevonden, hoe lastiger het is om die sporen te onderscheiden van andere invloeden. Zou er zonder slavernij geen racisme zijn geweest in Nederland? Zou zonder koloniale overheersing heel Afrika nu een welvarend continent zijn? Deze vragen zijn amper te beantwoorden, maar desondanks wordt de geschiedenis gebruikt als verklaringsmodel. Het ‘trauma’ is een narratief dat dient om de wereld te duiden en een groepsidentiteit te versterken door nadruk te leggen op slachtofferschap.

Het mag duidelijk zijn dat ook dit geen verwerking van trauma is. Op individueel niveau is een slachtofferidentiteit zelfs niet helpend. Wie zichzelf alleen maar als machteloos lijdend voorwerp ziet, kan geen stappen zetten richting herstel. In de psychiatrie is erkenning geven dan ook iets heel anders dan mee-lijden.

Publieke aandacht voor zwarte bladzijden uit de geschiedenis heeft dus niets met traumaverwerking te maken. Geschiedenis is geen therapie. Maar sociale groepen gebruiken de historische herinnering om een bepaald narratief naar voren te brengen, en om sociale en politieke doelen te bereiken. Zij willen het verleden niet afsluiten, maar roepen het telkens opnieuw op. Het leidt in het gunstige geval tot meer begrip en gelijkheid tussen bevolkingsgroepen. Maar in het ongunstige geval tot bevestiging van een polariserend denken in slachtoffers versus daders.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.