Reportage

Dit allegaartje moet ‘het nieuwe’ Rotterdam worden

Merwe-Vierhavens Al een paar jaar gonst het in drie tekens: ‘M4H’. De rauwe industrie van Merwe-Vierhavens wordt een nieuwe woon- en werkomgeving.

Merwe-Vierhavens (rechts van de trambaan) met verderop de Marconitorens, gezien vanuit Schiedam. Het gebied is even groot als de binnenstad en ligt aan de westkant van Rotterdam.
Merwe-Vierhavens (rechts van de trambaan) met verderop de Marconitorens, gezien vanuit Schiedam. Het gebied is even groot als de binnenstad en ligt aan de westkant van Rotterdam. Foto Walter Herfst

In de Merwe-Vierhavens groeien gras en distels nog tot je knieën. Op grond waar tot in de jaren tachtig een elektriciteitscentrale stond, liggen blikjes Hertog Jan. Alleen de betonnen kelder heeft de sloop van de fabriek overleefd. „Dit was lang de meest vervuilde grond in de regio”, zegt Sven Schouten, tijdens een rondleiding. Hij is ontwerper bij architectenbureau Group A in het Keilepand, een voormalig pakhuis.

Schouten maakte met het KeileCollectief, een groep ondernemers uit de Merwe-Vierhavens die zich inzet voor duurzame gebiedsontwikkeling, een tentoonstelling over de geschiedenis van deze havens. Sinds de jaren 70 werden ze vooral als op- en overslag voor fruit gebruikt, zegt Schouten, terwijl hij naar een loods wijst. Later kreeg het gebied bekendheid door de straatprostitutie aan de Keileweg. „Verder dan de Marconitorens kwam en dacht je niet”, zegt Folkert van Hagen, een collega van Schouten.

En toch: hier moet het gebeuren. Al een paar jaar gonst het in drie tekens: M4H – een afkorting bedacht door gemeente en Havenbedrijf Rotterdam voor de ontwikkeling van de stadshaven. Het gebied is even groot als de binnenstad en ligt aan de westkant van Rotterdam, tussen Schiemond en Schiedam, begrensd door water, een dijk en het Dakpark.

De rauwe, soms onooglijke industrie moet een woon- en werkomgeving worden, die op termijn ook de plek biedt voor maritieme ‘Willie Wortels’ en creatievelingen. Architecten, kunstenaars en ondernemers zien kansen.

Diep in M4H is het nog een doolhof van hekwerken om de blokkendozen van de industrie. Maar de afgelopen jaren kreeg het gebied langzaam kleur, dankzij pionierende kunstenaars als Joep van Lieshout en horeca als het Keilecafé. Ook trokken twee jaar geleden de eerste bewoners in de Marconitorens, nu gedoopt tot de Lee Towers. Langs sommige wegen ligt nieuw fietspad – al kunnen de paden ook zo oplossen in niets.

In komende 15 jaar moeten hier 3.000 tot 5.000 woningen komen

Isabelle Vries programmamanager

Hoe gaat dit allegaartje verder tot leven komen? Daarvoor begonnen de grootste grondeigenaren, gemeente en havenbedrijf een nieuw experiment: niet havens eruit en stad erin, zoals bij eerdere transformaties van stadshavens op de Kop van Zuid, Katendrecht en de Lloyd- en Müllerpier. „We vinden dat werken in de stad moet blijven en willen de belangen van de bestaande havenbedrijven respecteren”, stelt programmamanager Isabelle Vries. Stad en haven bestaan daarom straks naast en door elkaar.

Tegelijkertijd komt er ruimte vrij. Het gros van de ‘havenbedrijvigheid’ past hier door schaalvergroting steeds minder, vertelt Vries. „Daarvoor is het te klein. Dus willen we innoveren, vernieuwen.” Het creëert ook plek voor een stadswijk. „Met 3.000 tot 5.000 woningen de komende vijftien jaar.”

Exotisch fruit

Vernieuwen is voor deze haven niets nieuws, zegt ontwerper Schouten. De Vierhavens zijn begin twintigste eeuw gegraven, daarvoor was het polder dat af en toe onder liep bij hoog water. „Het gebied vond zich daarna grofweg iedere twintig jaar opnieuw uit.” In de jaren 80 kwam de nadruk op fruitoverslag te liggen, met gekoelde loodsen. Die raakten achterhaald, omdat fruit in gekoelde containers vervoerd kon worden, waarvoor in M4H weinig ruimte is.

De vernieuwing wordt doorgetrokken met de plannen voor havenbedrijvigheid. Een oude opslagloods voor exotisch fruit is omgebouwd tot bedrijfsverzamelgebouw ‘De Werkplaats’. Onder meer Royal Roos zit hier en heeft een kade. Het bedrijf installeert constructies op offshore schepen opdat bemanning vanaf het schip op een boorplatform of bij windmolens kan komen.

Dit soort ondernemingen wil het Havenbedrijf trekken; kleiner dan de gangbare op- en overslag. Innovatief, bouwend en makend. Het gebied moet ruimte bieden aan bedrijven die binding willen met de haven, ruimte nodig hebben én dicht bij de stad willen zitten. Die combinatie kan hoger opgeleiden aantrekken wat het „interessant” maakt voor grotere maritieme bedrijven, zegt Vries. „Ook zij moeten vernieuwen, maar zijn minder flexibel. Het levert bovendien werkgelegenheid op voor de stad.”

Het fundament van een oude elektriciteitscentrale.
Foto Walter Herfst
Een van de kades in het gebied.
Foto Walter Herfst
Foto’s Walter Herfst

Daarnaast worden de Merwe-Vierhavens stadswijk. De ‘linkerkade’ van het havengebied is ingetekend voor wonen. Veronica Breed van Royal Roos, dat zelf op een kade ertegenover zit, vraagt zich af hoe het uitpakt als de woningbouw begint. De stroomgenerator van een groot rood-wit schip aan de kade produceert nu een zoemend geluid. Uit een vertrekkende sleepboot ontsnapt een flinke fluim zwarte rook. En bij de buren, in een andere fruitloods, staan sinds kort de grote koperen brouwketels van De Bierfabriek. „Wat als hun terras opent? Ik vraag me af of hun gasten de walmen en het geluid wel waarderen.”

Problemen op dit vlak moeten deels voorkomen worden doordat de stadshaven in vijf zones wordt ingedeeld, met elk zijn eigen accenten. Rond het Marconiplein moeten vooral woningen en kantoren komen, evenals in de Merwehaven. In het middengedeelte, tussen de Merwehaven en de Vierhavens, is plek voor de grotere bedrijven en komen geen woningen. Op de ‘Gustowerf’ ( tegen Schiedam aan) en het Keilekwartier (tegen Schiemond) is ruimte voor wonen én kleinere bedrijven.

Industrielawaai

Maar de zorgen bij Breed zijn niet voor niets. Begin 2020 deed de Raad van State een uitspraak over een scheepswerf in Schiedam die ook voor vertraging zorgt in de Merwe-Vierhavens. Door de uitspraak telt geluid van schepen mee bij het berekenen van ‘industrielawaai’, waardoor geluidsbelasting sneller hoog uitvalt. Hierdoor moest het programmabureau opnieuw gaan rekenen om het bestemmingsplan vast te stellen – dat had eind 2020 klaar moeten zijn. Uiterlijk eind 2021 hopen ze het te presenteren.

Waar de woningen precies komen en hoe die eruit gaan zien, is om die reden nog onduidelijk. Vries verwacht dat de herberekening geen gevolgen heeft voor het aantal woningen, wel voor de locatie en de manier van bouwen. „We kijken bijvoorbeeld of woningen met de rug naar de bedrijvigheid kunnen staan.” Ze rekent ook op innovatie bij de schepen, waardoor het geproduceerde geluid minder wordt.

Voor de pioniers, zoals de kunstenaars en sociale ondernemers, blijft ook plek, benadrukt Vries. Het programmabureau hoopt met hen culturele ontmoetingsplekken in de wijk te creëren. Zo werd vorige week bekend dat Merwe-Vierhavens een club krijgt met een 24-uursvergunning: BIT. De club komt in een voormalig bordeel aan de Keileweg.

‘Verliefd’ op een pand

Ook kunstenaar en ontwerper Daan Roosegaarde is door de gemeente verleid naar Rotterdam te komen. Sinds 2007 werkt hij in een voormalige glasfabriek, tegenover het Dakpark. Het gebouw heeft een glazen achterkant en dak in vier punten, waarmee het de sfeer krijgt van een kas. Aan de muur bij de ingang hangt een fotocollage van zijn oeuvre.

Roosegaarde werd ‘verliefd’ op het pand. Hij zwaait met zijn armen. „Ik kan springen zonder het dak te raken, in onze achtertuin hebben we alle ruimte om plannen te testen.” Dat wil hij graag zo houden. „Het mag niet zo zijn dat ik klachten krijg van omwonenden als de decoupeerzaag aan gaat.”

Als creativiteit centraal blijft staan, is dit een gebied om trots op te zijn

Daan Roosegaarde kunstenaar

Roosegaarde klinkt behoedzaam. Kunst en cultuur worden met hun aanwezigheid weleens gebruikt om een aftandse buurt hip en aantrekkelijk te maken. Alleen lijden kunstenaars vervolgens zelf onder die populariteit: het trekt investeerders aan, drijft vastgoedprijzen op, verandert de samenstelling van de wijk. En weg is je plek of vrijheid.

Ook Atelier Van Lieshout wil dat voorkomen. Het presenteerde half maart een bouwplan voor meerdere gebouwen op zijn terrein, met expositieruimte en woningen voor kunstenaars. Dit deden ze opvallend genoeg nog vóórdat het bestemmingsplan klaar was.

„Wij kunstenaars voeren onze eigen agenda, in goed contact met het programmabureau”, zegt zakelijk leider Harm Verhagen. Het atelier wil met zijn plan ruimte voor kunstenaars veilig stellen en loopt daarom „voor de troepen uit”.

Een kunstwerk dat op het oude hoogspanningsstation van de centrale stond.
Foto Walter Herfst
Een oude spoorlijn.
Foto Walter Herfst
Foto’s Walter Herfst

Het risico dat de hoogste bieder de grond krijgt, herkent David ter Avest, sociaal geograaf van de Hogeschool Rotterdam. Hij wil dat er afspraken komen hoe M4H een sociale bijdrage levert aan de stad. Ter Avest: „Voor wie is het eigenlijk? We moeten harde kaders stellen over de ruimte voor kunst, cultuur, het soort woningen dat er komt. En hoe de nieuwe wijk zich verhoudt tot omliggende, armere wijken. Anders wordt het een rijke enclave in een armere buurt, net als Kop van Zuid.”

Programmamanager Vries ziet „absoluut” de waarde in van goedkope bedrijfsruimtes. „Natuurlijk is het een gevaar dat bij succes van een gebied de vastgoedmarkt het overneemt.” Maar er zijn mogelijkheden – ze noemt als voorbeeld voormalig pakhuis Keilepand: gebruikers kochten dit gebouw zelf van de gemeente. Vries: „Eigenaarschap is een manier om te voorkomen dat investeerders de boel overnemen. En we onderzoeken of we kunnen sturen op de bestemming bij de verkoop van kavels.”

Zolang makers kunnen blijven maken en experimenteren, staat de stadshaven iets moois te wachten, denkt kunstenaar en ontwerper Roosegaarde. „Als creativiteit centraal blijft staan, is Merwe-Vierhavens een gebied om trots op te zijn. Het nieuwe Rotterdam.”