In de fotoserie American Boys portretteert Soraya Zaman personen uit de masculiene transgender gemeenschap in de VS. Dit is Yves (22) uit Minnesota, die testosteron krijgt.

Foto Soraya Zaman

Interview

Zijn de zorgen over transjongeren bij de genderpoli terecht?

Thomas Steensma | Gendercentrum Amsterdam UMC Opvallend veel jongeren met een meisjeslichaam melden zich nu voor transgenderzorg. Maar voor een hype is „geen enkel bewijs”, zegt onderzoeker Thomas Steensma.

Twee jaar is nu de wachtlijst in Nederland voor transgenderzorg – honderden mensen staan erop. Behalve een toename van aanmeldingen is er ook een opvallende verschuiving: voorheen waren het merendeels mensen die in een jongenslichaam waren geboren die zich meldden voor een geslachtsaanpassende behandeling, maar sinds 2012 is de groep met een meisjeslichaam juist drie keer zo groot als de groep met een jongenslichaam.

Als ze de wachttijd hebben uitgezeten komen ze in een uitvoerig behandeltraject met eerst gesprekken om te onderzoeken of ze écht hun lichaam willen veranderen. Blijkt inderdaad sprake van genderdysforie, een sterk gevoeld onbehagen met het toegewezen geslacht, dan komen ze vanaf hun elfde in aanmerking voor puberteitsremmers, deels bedoeld om de bedenktijd op te rekken, vanaf hun vijftiende voor een hormoonbehandeling en vanaf hun achttiende, voor wie dat wenst, een geslachtsoperatie.

Deze ‘Dutch approach’, sinds 2000 ontwikkeld aan het Amsterdam UMC, waar de hulp aan transgender personen teruggaat tot de jaren zeventig, geldt wereldwijd als dé standaard voor de behandeling van transgender jongeren – al is het traject lang niet overal zo uitvoerig als in Nederland.

Maar sluit het traject nog wel aan op de plots gestegen groep die in een meisjeslichaam geboren is, vroeg mediasocioloog Peter Vasterman zich dinsdag af in een opinieartikel in deze krant. Die groep, meende hij op basis van literatuurstudie, zou afwijken van het klassieke profiel van de transgender persoon: een deel zou geen historie van genderdysforie hebben. Er is een vermoeden, stelt hij, dat de plotselinge toename het gevolg is van „sociale besmetting”, via „peer groups” of via sociale media waar transgender influencers als rolmodel fungeren. „Het kantelpunt in de aanmeldingen (vanaf 2012) valt namelijk precies samen met de doorbraak van sociale media onder jongeren.”

In Nederland ontbreekt hierover het debat, schrijft Vasterman, maar in het buitenland wordt het wél gevoerd. Sterker, in het Verenigd Koninkrijk zijn verworven rechten van kinderen onder de zestien om puberteitsremmers te krijgen door de Britse rechter onlangs deels teruggedraaid na een zaak waarin de 23-jarige Keira Bell zei spijt te hebben van haar transitie – ouders moeten nu toestemming geven. In Zweden is een voorname kliniek gestopt met deze remmers voor kinderen onder de zestien omdat er te weinig onderzoek zou zijn naar mogelijke bijwerkingen. Is er in Nederland wel voldoende oog voor de dilemma’s bij de genderpoli’s?

Lees ook een lezersreactie op het opiniestuk: De belangrijkste stem is die van de kinderen zelf

Thomas Steensma, onderzoeker en psycholoog bij Kennis- en zorgcentrum genderdysforie aan het Amsterdam UMC, is sinds 2008 medevormgever van de behandeling. Hij ziet dagelijks jongeren die zo’n traject (willen) ondergaan. Het jaarlijks aantal aanmelders vóór 2012: 60, 70 kinderen, daarna: 250. Die nieuwe groep, daar zit hij tegenover aan tafel.

In de fotoserie American Boys portretteert Soraya Zaman personen uit de masculiene transgender gemeenschap in de VS. Dit is Yves (22) uit Minnesota, die hier al 9 maanden testosteron krijgt.
Amari (33) uit Florida krijgt al 3.5 jaar testosterone. Beeld uit de serie American Boys.
Foto Soraya Zaman
In de fotoserie American Boys portretteerde Soraya Zaman personen uit de masculiene transgender gemeenschap in de VS. Yves (22, links) uit Minnesota en Ameri (33) uit Florida krijgen testosteron.
Foto Soraya Zaman

En, ziet u verschil in hun achtergrond?

Steensma: „Nee. Er is inderdaad sinds 2012 een enorme toename van mensen die het geslacht ‘meisje’ toegewezen kregen, maar ze zijn niet meer of minder genderincongruent dan degenen die bij de geboorte als jongen werden geregistreerd, of eerdere aanmelders. Ook uit een cohortstudie met alle 1.072 adolescenten die naar ons zijn doorverwezen tussen 2000 en 2016 zien we geen verschil. Vrijwel alle jongeren die bij ons komen ervaren serieuze problemen met hun geboortegeslacht.”

Hoe verklaart u de toename?

„Een sluitende verklaring hebben we niet. Ik denk dat mensen met geboortegeslacht ‘meisje’ nu beter de weg weten te vinden naar de kliniek. De sociale acceptatie is toegenomen, de drempel is lager. Over de hele populatie hebben we altijd meer mensen met een mannelijk lichaam verwezen zien worden. Bij kinderen kwam dit bijvoorbeeld omdat ouders zich meer zorgen maakten over meisjesachtige jongens dan jongensachtige meisjes. Dat is veranderd, net als het concept gender: de nieuwe generatie laat zich niet vatten in de hokjes man, vrouw, homo, lesbisch. Dat is een ontwikkeling waar vooral de geboren meisjes nu misschien op meeliften.”

Voldoet de behandeling met puberteitsremmers ook voor hen?

„Ja. We zien dat de populatie flink verandert, maar de Nederlandse aanpak is altijd geweest: geleidelijk, rustig aan. Vroeger had je één aanpak: of man, of vrouw, inclusief alle operaties. Maar dat is al lang niet meer zo. We zien dat de groep diverser wordt, en niet iedereen wil een hele transitie. Sommigen zijn geholpen met alleen een borstverwijdering, of hormonen. We kijken naar het individu wat nodig is.”

Heeft u goed zicht op de populatie?

„In Nederland wel. Wij volgen onze groep nauwgezet. Maar wereldwijd? Nee. Het meeste wetenschappelijke onderzoek naar transgender jongeren is Nederlands. Andere landen doen weinig onderzoek, we weten ook niet in hoeverre de populaties van landen vergelijkbaar zijn.”

Lees ook: Wie bepaalt of je een lichaam ‘rechtzet’?

De wachtlijst hier is twee jaar. Zou het kunnen dat dit uw blik vertroebelt? U ziet alleen de volhouders.

„Goed punt. Er zijn jongeren die afvallen en naar een andere aanbieder gaan. Ze kunnen ook terecht in Nijmegen, Eindhoven, Groningen, Zaandam. Op die afvallers hebben we geen goed zicht.”

In hoeverre herkent u zich in de opinie van Vasterman?

„Kijk, het is goed dat hij aankaart dat er iets gaande is. De populatie transgenders en het concept gender veranderen. Maar wij zien geen enkel bewijs van gebrek aan genderdysforie bij de nieuwe groep, en ook niet voor een besmettingstheorie. Wel kunnen we de toename bij mensen met een meisjeslichaam niet goed verklaren, dus dan moet je alle hypotheses langslopen.”