Reportage

Denemarken stuurt vluchtelingen terug: 'Als we in Syrië aankomen, wordt mijn man vermoord'

Deens immigratiebeleid Honderden Syriërs in Denemarken kregen de afgelopen tijd te horen dat ze het land uit moeten. De stap past in het steeds strengere Deense immigratiebeleid.

Zo’n 380 Syriërs in Denemarken zouden geen recht meer hebben op een verblijfsvergunning omdat de veiligheid in hun thuisstad Damascus zou zijn verbeterd.
Zo’n 380 Syriërs in Denemarken zouden geen recht meer hebben op een verblijfsvergunning omdat de veiligheid in hun thuisstad Damascus zou zijn verbeterd. Foto Tom Little/AFP

De Syrische broer en zus Mohammad (20) en Hebat (18) Al Sweidani hadden hun toekomst helemaal uitgestippeld. Ze zaten in het laatste jaar van de middelbare school in het Deense Oure, een dorpje op het eiland Funen waar je fiets niet op slot hoeft en waar aanplakborden reclame maken voor volksdansles. Binnenkort zouden ze gaan studeren. Mohammad droomde ervan als schipper containers over de hele wereld te vervoeren en Hebat wilde een beroemde make-upartist worden.

Maar eind maart wordt dat plan verwoest door een brief van de Deense immigratiedienst. Het gezin kreeg te horen dat Hebat en haar ouders geen recht meer hebben op een verblijfsvergunning omdat de veiligheidssituatie in hun thuisstad Damascus zou zijn verbeterd. De drie hebben beroep aangetekend tegen het besluit; als ze verliezen moeten ze Denemarken verlaten. Mohammad en een oudere broer en zus mogen voorlopig wel blijven. Waarom hun vergunning niet is ingetrokken weten ze niet, maar vermoedelijk heeft het te maken met het feit dat Mohammad en zijn broer dienstplichtig zijn en hun zus een kind heeft gekregen in Denemarken.

Het Scandinavische land is het eerste en enige Europese land dat de verblijfsvergunning van Syrische vluchtelingen intrekt – een besluit dat past bij het steeds strengere immigratiebeleid van de sociaal-democratische regering van Mette Frederiksen.

Ik wil niet voor de derde keer mijn familie en vrienden achterlaten

Hebat Al Sweidani gevlucht uit Syrië

Na ontvangst van de brief kwam het leven van Hebat grotendeels stil te liggen, vertelt ze gekleed in een blauwe pyjama op de bank in het appartement in Oure. Naast haar zitten haar moeder Mouna (50) en Mohammad elk op een eigen bank. Op de koffietafel voor hen ligt een pakje sigaretten dat niemand aanraakt. Omdat Hebat en Mouna slecht Engels spreken, vertaalt Mohammad.

Hebat stopte uit verslagenheid met school en brengt haar dagen nu thuis door met het opzoeken van make-uptips op Instagram en het kijken van films met de buren. Mohammad gaat nog wel naar school, maar met een onrustig gevoel. „Mijn familie wordt uit elkaar gehaald en ik weet niet of ik mijn driejarige studie kan afmaken. Misschien zeggen ze volgend jaar ook wel tegen mij dat ik terug moet naar Syrië.”

Het besluit van de immigratiedienst is extra pijnlijk voor het in totaal negenkoppige gezin, omdat het na de vlucht uit Syrië in 2013 en twee jaar in Egypte ook al opgesplitst werd: drie zussen bleven in Egypte wonen. Nadat de rest van de familie in 2015 in groepjes naar Denemarken kwam, duurde het nog twee jaar voor de rest van het gezin weer bij elkaar woonde.

Honderden dossiers

De familie Al Sweidani is niet de enige die een brief kreeg van de immigratiedienst. De afgelopen maanden hebben 380 Syriërs uit de omgeving van Damascus te horen gekregen dat ze Denemarken moeten verlaten. Soms gaat het om hele gezinnen, in andere gevallen – zoals bij de Al Sweidani’s – om een deel. Honderden andere dossiers zullen dit jaar nog worden onderzocht.

Het vooruitzicht dat de Al Sweidani’s opnieuw worden opgesplitst leidt niet alleen tot groot verdriet, maar ook tot ongeloof. Ze begrijpen niet hoe de Deense autoriteiten kunnen concluderen dat Damascus veilig gebied is: de oorlog is nog niet uitgevochten en dictator Bashar al-Assad is nog steeds aan de macht.

Voor de Al Sweidani’s zijn de gevaren naar eigen zeggen levensgroot: meerdere familieleden zouden zijn vermoord omdat zij waren aangesloten bij het Vrije Syrische Leger dat strijdt tegen Assad. „Als we in Syrië aankomen en de veiligheidsdiensten horen de naam Al Sweidani, wordt mijn man vermoord. En wat er met mij en mijn dochter gebeurt, weet niemand”, zegt moeder Mouna. De band met het Vrije Syrische Leger was de belangrijkste reden dat het gezin Syrië in 2013 ontvluchtte, vertelt ze. Mohammad lacht schamper terwijl hij de woorden van zijn moeder vertaalt.

‘Gewetenloos’

De Europese Commissie deelt de zorgen over de veiligheid van terugkerende Syriërs. Commissaris voor Migratie Ylva Johansson zei eind april dat „niemand naar Syrië uitgezet mag worden” en dat ze de Deense regering heeft aangesproken op het beleid. Ook stuurden 33 Europarlementariërs de Deense premier een brief waarin zij stelden dat „uitzettingen naar een land in oorlog nooit normaal mogen zijn”. Vluchtelingen- en mensenrechtenorganisaties buitelden ook over elkaar heen om het Deense beleid te veroordelen. Amnesty International noemde het „gewetenloos” om vluchtelingen terug te sturen naar Syrië omdat zij bij aankomst worden gescreend door de veiligheidsdiensten. Dezelfde diensten die verantwoordelijk worden gehouden voor martelingen, buitengerechtelijke executies en verdwijningen.

Human Rights Watch voegde eraan toe dat „iedereen die het land is ontvlucht, zich ooit tegen het regime heeft uitgesproken of betrokken was bij acties die gezien worden als ontrouw, loopt het risico op verdachtmakingen, straf of opsluiting”. De socio-economische en humanitaire situatie in Syrië na tien jaar oorlog zou bovendien zo slecht zijn dat van een veilige omgeving geen sprake kan zijn.

Wat het Deense beleid penibeler maakt, is dat het land geen diplomatieke betrekkingen heeft met het regime van Assad. Het terugsturen van Syriërs is daardoor onmogelijk. Gevreesd wordt dat vluchtelingen van wie de vergunning is ingetrokken voor onbepaalde tijd terechtkomen in deportatiecentra. De andere opties zijn ‘vrijwillige’ terugkeer of asiel aanvragen in een ander land.

Voor de familie Al Sweidani is terugkeer naar het Syrië van Assad geen optie, dus bereiden Hebat en haar ouders zich voor op een verhuizing naar een ander land. Makkelijk zal dit niet zijn, zegt Hebat. „Ik wil niet voor de derde keer mijn familie en vrienden achterlaten. Ik wil niet nog een keer in een nieuw land komen en wéér een nieuwe taal moeten leren.”

Lees ook de column: Denemarken vindt dat Syriërs wel terug kunnen; wie volgt?

Nul migranten

Ondanks de noodkreten en kritiek, blijven de Deense autoriteiten het uitzetbeleid verdedigen. Zo wijst de Vluchtelingenraad erop dat de Syriërs in kwestie een speciale verblijfsvergunning hadden die alleen afgegeven wordt in „extreme gevallen van algemeen geweld”. Zodra de situatie verbetert moet de vergunning volgens de Deense regels worden ingetrokken.

De analyse van de veiligheidssituatie in Syrië is volgens de autoriteiten bovendien uitgebreid onderbouwd: honderden rapporten over de situatie in Syrië zouden zijn geraadpleegd. Maar kritiek van onderzoekers op de manier waarop deze rapporten zijn geïnterpreteerd schoof de Deense regering terzijde.

Minister van Integratie Mattias Tesfaye zegt dat de Syriërs wisten dat hun verblijfsvergunning tijdelijk was. Ook worden niet alle Syriërs teruggestuurd, zei hij, maar wordt ieder dossier opnieuw beoordeeld. Deze week benadrukte Tesfaye nogmaals dat alleen Syriërs hun verblijfsvergunning verliezen die volgens de Deense analyse geen risico lopen vervolgd te worden of gedood. Tot dusver raakten vooral veel vrouwen hun verblijfsvergunning kwijt omdat zij in Syrië minder gevaar zouden lopen.

Het besluit om Syriërs uit te wijzen past in het zeer strenge immigratiebeleid van de regering van Mette Frederiksen. Zij stelde zich eerder ten doel om uiteindelijk nul migranten per jaar toe te laten in Denemarken. Ook moedigen de autoriteiten vluchtelingen actief aan het land te verlaten. Zo kunnen Syriërs een bijdrage van duizenden euro’s krijgen als zij teruggaan naar hun land van herkomst.

Met de strenge maatregelen reageert de regering op de verrechtsing in de Deense samenleving. Extreem-rechtse partijen winnen terrein en de roep om een hard immigratiebeleid klinkt zo luid dat ook centrum-rechtse en zelfs de sociaal-democratische partij van Frederiksen een harde lijn kiezen. Overigens neemt het aantal vluchtelingen dat jaarlijks asiel aanvraagt in Denemarken al jaren af.

Hebats beeld van Denemarken is nu „alleen maar negatief”. Ze voelt zich in de steek gelaten door de regering en heeft het gevoel dat haar het recht op onderwijs is ontnomen. Mohammad heeft het gevoel dat hij en zijn familieleden vaker racistisch worden bejegend. Toch hopen de broer en zus dat ze het beroep winnen en bij elkaar kunnen blijven in Oure, om in het Deense dorpje te werken aan hun toekomst als schipper en make-upartist.