Slechte controle op corona-uitgaven, schrijft Rekenkamer. Ook minister Hoekstra krijgt onvoldoende

Coronacrisis Het ministerie van Volksgezondheid schoot ernstig tekort in het beheer van de miljarden die het uitgaf in de coronacrisis. Ook minister Wopke Hoekstra (Financiën) krijgt een onvoldoende van de Rekenkamer. Hij had moeten ingrijpen.

Foto Bart Maat/ANP

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van Hugo de Jonge (CDA) heeft te weinig grip op de extra miljarden die het uitgeeft in de coronacrisis. Het financieel beheer van de uitgaven om de coronapandemie te bestrijden schoot in 2020 „ernstig tekort” en is ook nu, halverwege 2021, nog steeds niet op orde.

Dat concludeert de Algemene Rekenkamer in het jaarlijkse onderzoek naar de financiën van de rijksoverheid in het voorgaande jaar. Het gaat om 5,1 miljard euro aan publiek geld dat in 2020 door VWS deels onrechtmatig is uitgegeven aan onder meer de inkoop van mondkapjes, andere beschermingsmiddelen, beademingsapparatuur en testmaterialen, schrijft de Rekenkamer.

Door de coronacrisis komen al langer bestaande zwakheden bij het ministerie van Volksgezondheid aan het licht. „We waarschuwen al twintig jaar dat Volksgezondheid niet sterk is in financieel beheer”, zegt Arno Visser, president van de Rekenkamer, in een interview met NRC. „En tijdens de coronacrisis zie je dan: boem. Ze zijn getest en onderuitgegaan.”

Al in september vorig jaar was bij het ministerie zelf duidelijk dat het financieel beheer niet op orde was. Toch duurde het tot begin mei van dit jaar voor minister De Jonge met een ‘verbeterplan’ kwam. Dat was nadat de Rekenkamer in april formeel bezwaar had gemaakt. De Rekenkamer wilde voorkomen dat de problemen in 2021 zouden voortduren. Door het verbeterplan heeft de Rekenkamer het bezwaar ingetrokken.

Organisatie niet tijdig versterkt

De groep mensen binnen VWS die de geldstromen moet bewaken „is niet tijdig versterkt”, schrijft de Rekenkamer. Het gevolg is dat er bijvoorbeeld ontvangstbewijzen ontbreken voor leveringen van beademingsapparatuur aan zorginstellingen. „Ook is niet duidelijk of de aantallen afgenomen coronatesten op facturen die de minister van VWS betaalde klopten.”

Volgens Visser had VWS al in oktober van 2020 kunnen ingrijpen. Visser: „Dat gebeurde niet, en de problemen stapelden zich op.” Daarbovenop is het parlement te laat geïnformeerd. Daarmee is het budgetrecht van het parlement geschonden.

Minister Hugo de Jonge erkende woensdag in een reactie dat er zwakke plekken op zijn ministerie zichtbaar zijn geworden. De Jonge: „De financiële functie op het departement was wel heel erg dun belegd.” De Jonge zei daarom nu 25 extra mensen voor die afdeling te werven. Tegelijk relativeerde hij de constateringen van de Rekenkamer. Snelheid kreeg prioriteit tijdens de coronacrisis, boven de boekhouding. Er moesten snel beschermingsmiddelen, testcapaciteit en beademingsapparaten komen. „Het was kopen wat je kopen kon.” De Jonge zei er wel gerust op te zijn dat de uitgaven op een goede manier zijn gedaan. „Nee, er is geen pakbon afgetekend [voor beademingsapparatuur], maar de levering is natuurlijk wel gedaan, anders hadden we dat wel gehoord.”

Volgens de Rekenkamer schoot ook minister van Financiën Wopke Hoekstra (CDA) tijdens de coronacrisis tekort. Zo had hij als toezichthouder binnen het kabinet eerder moeten ingrijpen bij het falende financieel beheer van VWS. Visser: „Hij had moeten zeggen: trek een been bij, huur desnoods meer mensen in.”

Ook bij de noodsteun voor bedrijven, instellingen en werknemers heeft Hoekstra zijn rol niet vervuld. Als minister van Financiën had hij met die steun moeten instemmen vóórdat de ministerraad erover besloot. Dat is bij slechts 10 van de 27 steunregelingen daadwerkelijk gebeurd. In 2020 is 29 miljard euro aan de coronacrisis uitgegeven.

De Rekenkamer constateert bij meer ministeries onrechtmatigheden in de corona-uitgaven. Ook bij crisisuitgaven van de ministers van Economische Zaken, Landbouw en Binnenlandse Zaken is het parlement te laat of onvolledig geïnformeerd.

Volgens de Rekenkamer is ook de belofte van 30.000 euro die het kabinet de gedupeerden in de Toeslagenaffaire vlak voor Kerst deed niet rechtmatig tot stand gekomen. Het ministerie van Financiën informeerde het parlement, maar deed gelijktijdig mededelingen op sociale media waardoor het een besluit en geen voorstel leek. „Daarmee is het parlement voor een voldongen feit gesteld.”

Te grote foutmarges

De Rekenkamer is bijzonder kritisch over het gevoerde beleid in 2020.

Zowel bij de uitgaven als bij de verplichtingen die de ministers van het kabinet-Rutte III zijn aangegaan was er in 2020 zoveel niet op orde dat „de tolerantiegrens” die de Rekenkamer hanteert, is overschreden. Maximaal 1 procent van alle uitgaven en verplichtingen mag fouten en onzekerheden bevatten, maar in 2020 was dat bij 1,5 procent aan uitgaven en 2,5 procent van de verplichtingen het geval. Het gaat in totaal om 4,3 en 9,1 miljard euro. De laatste keer dat de tolerantiegrens zo werd overschreden, was twaalf jaar geleden. Dit vraagt extra aandacht van het parlement om herhaling te voorkomen, schrijft de Rekenkamer.

Een „ernstige onvolkomenheid” ziet de Rekenkamer ook bij het ministerie van Defensie. Sinds 2018 wijst de Rekenkamer erop dat de minister van Defensie Ank Bijleveld (CDA) onvoldoende zicht heeft op de achteruitgaande staat van de 11.000 gebouwen en 34.000 hectare aan terreinen die het ministerie bezit. Terwijl voor een goed functionerende krijgsmacht „een veilige werkomgeving essentieel is”. Het achterstallig onderhoud neemt toe, terwijl het budget „dat nu al ontoereikend is, volgens interne ramingen na 2022 bijna wordt gehalveerd”.