Ioana Tudor (m) in de voorstelling ‘Take my hand, because life can’t be an endurance art performance’

Foto Ostade

Profiel

‘Kunst heeft de macht een revolutie te ontketenen’

Activistisch theater De laatste jaren is in het theater weer meer ruimte voor voorstellingen die stelling nemen. Hoe kijken geëngageerde theatermakers zelf naar hun activisme?

Het Nederlandse theater heeft in de afgelopen decennia een vrij veranderlijke relatie gehad met het idee van direct politiek engagement. Na een naoorlogse periode waarin het vooral werd gekenmerkt door klassiek repertoire, vierde in de jaren zeventig het vormingstheater hoogtij, een vorm van didactisch en geëngageerd toneel dat het publiek sociaal en politiek bewust moest maken. Gedurende de jaren tachtig viel pamflettistisch theater echter weer uit de gratie: de meeste theatermakers en collectieven omarmden het postmodernisme en huldigden een kunstopvatting die een deugd maakte van abstractie en de eigen interpretatie van het publiek.

Pas aan het eind van de jaren nul van de eenentwintigste eeuw begon het tij te keren. Een golf van autobiografische solo’s van vooral makers met een biculturele achtergrond maakte ruimte voor theater dat weer direct met de samenleving in contact stond. En de afgelopen jaren lijkt er steeds meer nadruk op maatschappelijk engagement en zelfs politiek activisme in het theater te komen liggen: zowel jonge theatermakers als gevestigde gezelschappen laten zich weer voorstaan op een verbintenis met de samenleving en op het leveren van een bijdrage aan het maatschappelijk debat.

Het heeft het debat over de positie van de kunstenaar nieuw leven ingeblazen. Hoe sturend mag deze zijn in de boodschap die hij in zijn werk legt? En komt de verbeeldingskracht van kunst nog wel voldoende tot zijn recht als die ondergeschikt wordt gemaakt aan een moraal?

Volgens Ioana Tudor, artistiek directeur van Theater De Generator in Leiden, is die vraag ‘typisch Nederlands’. „Al op de theaterschool wordt erop gehamerd dat het allerbelangrijkste is dat de toeschouwer interpretatievrijheid heeft. Maar daarmee bevestig je de toeschouwers alleen maar in hun eigen kaders. Er zou niets tegen moeten zijn om een helder gekozen waarheid te vertegenwoordigen. Maar de Nederlandse poldercultuur, waarin er altijd maar naar het ‘redelijke midden’ moet worden gezocht, heeft ervoor gezorgd dat kunst niet te activistisch mag zijn.”

Answers van Productiehuis De Generator en Dance Company The Kitchen. Foto Melanie Lemahieu

Tudor werd geboren in het communistische Roemenië, maar vluchtte op jonge leeftijd met haar ouders naar Nederland. „Opkomen voor rechtvaardigheid is me met de paplepel ingegoten. Mijn vader hield vijf dagen lang een stiltestaking met eisen aan de regering op een plein in Boekarest en werd daarvoor gevangen gezet. In 2017 heb ik zijn actie in een performance gegoten op hetzelfde plein. Het activisme is voor mij de basis, het is een deel van wie ik ben, ik word door onrecht geprikkeld.”

In Nederland bekwaamde Tudor zich als acteur en theatermaker, maar in de praktijk merkte ze al snel dat „activisme geen gewenste insteek was, dat het snel als ‘vingerwijzen’ werd gezien.” Theater De Generator ontstond vanuit de gedachte dat er in Nederland een plek zou moeten zijn waar geëngageerd theater centraal staat. „Mede dankzij hulp van de kraakbeweging bouwden we eigenhandig een theater in een oud fabriekspand in eigen beheer. Als vrouw met een migratie-achtergrond die ook nog activist is moet je buitengewoon hard werken om een plek te vergaren – dat is empowering maar ook slopend.”

De Generator functioneert als theater en productiehuis. Onder begeleiding van Tudor kunnen jonge makers werk maken waarin de maatschappelijke relevantie centraal staat. „Aan de basis van mijn ideeën voor De Generator staat een citaat van Bertolt Brecht: ‘Kunst is geen spiegel om de realiteit te reflecteren, maar een hamer om haar te vormen’. De geschiedenis bewijst dat kunst de macht heeft om de revolutie te ontketenen.”

Keerzijde

Voor regisseur Ira Kip is activisme „niet iets bewusts – ik doe gewoon mijn werk. Maar ik vind het wel belangrijk. Ik kijk naar de wereld, en laat het publiek nadenken over dezelfde vragen die ik ook heb. Het begint bij mij bij een thema of verhaal, dan kijk ik welke vorm daar het beste bij past: een voorstelling, muziek, een boek of eten, dat kan allemaal.”

Na een studie aan de theaterschool in Amsterdam verhuisde Kip naar New York, waar ze de regiemaster aan de New School voltooide; nog altijd verdeelt ze haar tijd tussen NYC en Amsterdam. Haar focus lag meteen op maatschappelijk engagement: She Baltimore, het eerste stuk dat ze schreef, ging over huiselijk geweld in de LGBQTI+-community. Ze oogstte veel lof met haar regie van ex-gedetineerden in De Vaginamonologen, die langs vrouwengevangenissen toerde.

Repetitie van Shrew Her. Foto Cye Wong Loi Sing

Kips aanpak is collaboratief, in samenspel met de gemeenschap over wie het werk gaat. „Het begint met een vraag waarmee misschien niet iedereen rondloopt, maar die belangrijk is voor een bepaalde groep. Mijn voorstelling Shrew her ging over het belang van huwelijksgelijkheid en over systemen die niet voor iedereen gemaakt zijn. Ik heb er alleen mensen uit de queer community voor gecast. Of dat dan professionele acteurs zijn of niet, is van ondergeschikt belang. Het werkt het beste als je met, door en voor mensen zelf iets maakt – ik wil altijd werken vanuit het dienen van de ander en van daaruit een methode ontwikkelen.”

Kip vindt wel dat de huidige aandacht voor maatschappelijke thema’s in de theatersector ook een schaduwzijde heeft: „Het lijkt soms belangrijker om bij het thema van het moment aan te sluiten dan dat je op je makerschap wordt beoordeeld. Een focus op inclusiviteit moet niet betekenen dat je als maker van kleur met de verantwoordelijkheid wordt opgezadeld om het ‘diversiteitsprobleem’ met je werk op te lossen, maar dat je net als andere makers de ruimte krijgt om je eigen interesses te volgen.”

Bewapenen

Ook theatermaker Anoek Nuyens worstelt met de term ‘activist’, en wil er liever niet mee geassocieerd worden. Dat is opmerkelijk, omdat Nuyens samen met Rebekka de Wit een van de invloedrijkste Nederlandse theatervoorstellingen over klimaatverandering maakte: De zaak Shell, een serie pleidooien die de rechtszaak tegen de oliegigant vanuit verschillende perspectieven benadert. De theatermakers deden jarenlang onderzoek en kochten ook een aandeel in Shell om de aandeelhoudersvergaderingen bij te kunnen wonen.

Vaak begint een nieuw project met woede

Anoek Nuyens, theatermaker

„Vaak begint een nieuw project wel met woede – in dit geval begon die toen ik erachter kwam dat Shell een scenario-afdeling heeft die de klimaatcrisis al in de jaren tachtig voorspelde, en het bedrijf toch willens en wetens milieu-afspraken bleef saboteren. Maar uiteindelijk gaat die eerste boosheid liggen en vraag ik me af: hoe kan dit? Hoe is dit mogelijk? Ik wil dan ook liever dat mensen de zaal uit gaan met een inzicht in de complexiteit van het systeem dan met de conclusie ‘Shell moet kapot’.”

Toch heeft Nuyens iets gemeen met de makers van het vormingstheater: ze wil haar publiek sociaal en politiek bewust maken. „Je hoort weleens dat theater ontwapenend kan zijn, maar ik beoog precies het tegenovergestelde: ik wil mijn publiek bewapenen. In De zaak Shell deden we dat door het publiek te laten zien dat de klimaatcrisis eigenlijk een verantwoordelijkheidscrisis is waarin alle hoofdrolspelers naar elkaar wijzen. En dat degene die dat het beste doen, in dit geval Shell en de overheid, de toekomst in handen hebben.”

De zaak Shell van theatermaker Anoek Nuyens. Foto Karin Jonkers

De reden dat Nuyens zich niet als activist ziet heeft met haar benadering te maken. „Mijn kracht ligt in het informatie bieden en het verbinden van mensen. Ik wil ze actief maken om vervolgens zelf hun verantwoordelijkheid te nemen, maar wat ze met die verantwoordelijkheid ,doen is aan hen. Aan de andere kant ligt het ook aan deze tijd: als je je uitspreekt of ergens voor inzet word je al gauw aan de kant gezet als ‘activist’, terwijl dat nog niet zo lang geleden nog gewoon ‘burgerschap’ heette.”