Billy Bragg

Foto Jacob Blickenstaff

Profiel

Billy Bragg: ‘De beste protestsongs van vandaag gaan vermomd als entertainment’

Billy Bragg Ooit noemde de Britse popmuzikant Billy Bragg zichzelf een socialist en bestreed hij Thatcher. Maar hoewel hij het marxisme nu achter zich heeft gelaten, activistisch is hij nog altijd. „Deze tijd vraagt meer dan ooit om kunstenaars die hun protest laten horen.”

Punkrocker, folkmuzikant, protestzanger. Billy Bragg was het allemaal en geen van drieën dekken ze de lading. Toen hij veertig jaar geleden stopte met zijn punkband Riff Raff en als soloartiest verder ging, voelde hij zich nog geen activist, nu draagt hij zijn activisme als een embleem op zijn borst. Soms in de vorm van een button, bijvoorbeeld die waarmee hij vorig jaar de stakende University & College Union (UCU) steunde. Dan weer met een oude badge van The Clash, de band die hem in 1978 op het idee bracht om zijn politieke denkbeelden in popteksten te verwerken.

Zijn mix van pop en politiek werd niet door iedereen gewaardeerd, zong hij in ‘Waiting for the Great Leap Forwards’ (1988). Het staat nog steeds op zijn repertoire en blijft een onverwoestbare protestsong, te meer omdat de 63-jarige zanger de tekst telkens aanpast aan actuele situaties. Bragg zingt nog altijd even graag in concertzalen als bij manifestaties met een politiek of maatschappelijk thema. De Amerikaanse folkzanger Woody Guthrie (1912-1967) ging hem daarin voor. „Woody kwam met zijn muziek naar de mensen toe”, zegt Billy Bragg via Zoom vanuit zijn huis in Zuid-Engeland. „Zingen bij een protestbijeenkomst was niet zomaar een hobby. ‘This is my job’, zei hij als hij stakende mijnwerkers een hart onder de riem kwam steken.”

Billy Bragg begon in 1983 letterlijk als solist. Met een elektrische gitaar om zijn schouder en een draagbare geluidsinstallatie op zijn rug, zong hij voor iedereen die hem wilde horen. Op plaat debuteerde hij met de EP Life’s a Riot With Spy Vs. Spy, inmiddels een folkpunk-klassieker. Stem, gitaar en een forse dosis galm waren Braggs gereedschap om romantische en maatschappelijke thema’s in compacte songs te vangen. ‘A New England’ werd zijn bekendste nummer, niet in het minst door de hitversie van Kirsty MacColl. ‘I don’t want to change the world’, zo begint het refrein, ‘I’m not looking for a new England’.

Hoe zag dat nieuwe Engeland er in zijn optiek uit? „De mijnwerkersstaking in 1984 opende mijn ogen”, zegt hij. „Voordien was ik wel redelijk politiek bewust, maar dit was het moment waarop ik een duidelijke ideologie begon te formuleren. Het Thatcher-regime had het land in een verstikkende greep en ik had het naïeve idee dat ik de wereld kon veranderen met muziek. Ik was fan van The Clash en door hen was ik opmerkzaam gemaakt op de Rock Against Racism-beweging. Achteraf moet ik vaststellen dat de politiek van The Clash vooral een pose was. Ze riepen de juiste slogans, maar er was geen sprake van oprecht activisme. Punk werd vrij naadloos opgevolgd door de oppervlakkige New Romantics-beweging. Bands als Spandau Ballet en Duran Duran wierpen een barrière op tussen popsterren en fans. Ik was niet blij met de richting die de popmuziek was ingeslagen. Mijn eenmansmissie bestond eruit dat ik met mijn gitaar op de barricaden sprong.”

‘Waiting for the Great Leap Forwards’ en het bijbehorende album Workers Playtime waren zijn reactie op de herverkiezing van Margaret Thatcher. Met de Red Wedge-tournee hadden Bragg, Paul Weller, Jimmy Sommerville en andere links georiënteerde artiesten zich achter de Labourpartij geschaard om stemmen te winnen. Het mocht niet baten. „Onze teleurstelling was groot. Ik was vastbesloten om niet bij de pakken neer te gaan zitten. Mijn activisme richtte zich in eerste instantie op de platenindustrie. De punkbeweging had ons geleerd dat je niet op een platencontract hoefde te wachten, maar dat je alles zelf kon doen via onafhankelijke labels. Do it yourself werd het motto. Ik liet me door niemand vertellen of ik wel of niet muziek met een politieke lading mocht maken.”

Red Wedge was Billy Braggs manier om zijn muziek te verbinden met de alledaagse politiek. „Activisme in welke kunstvorm dan ook heeft alleen zin als je de link kunt leggen met de mainstream. The Clash weigerde in Top Of The Pops op te treden. In mijn optiek was dat een onvergeeflijke fout, want juist met zo’n goed bekeken televisieprogramma kun je een groot publiek bereiken. Het heeft geen zin om je denkbeelden hoog vanuit een ivoren toren te roepen. Kom liever naar de mensen toe, dan komt de boodschap beter aan.”

Eilandgevoel

In de jaren tachtig van de vorige eeuw schaarde hij zich met andere muzikanten achter Rock Against Racism en Artists United Against Apartheid. Hoe heeft Billy Bragg de onderwerpen van muzikaal activisme in de loop der jaren zien veranderen? „Natuurlijk heb je er belangrijke zaken als Occupy en Black Lives Matter bij gekregen. Maar als ik de Brexit beschouw, zie ik geen grote verschillen met de tijd van Thatcher en de Falklandoorlog. Brexit komt even goed voort uit het ouderwetse eilandgevoel dat in Groot-Brittannië heerst. Wij tegen de rest van de wereld. Een soort misplaatste trots op iets wat er niet meer is. Politici worden niet meer ter verantwoording geroepen voor hun daden. Dat is een internationaal probleem. Trump, Bolsonaro en Boris Johnson zijn eersteklas voorbeelden van politici die zich aan hun verantwoordelijkheden onttrekken en alleen hun eigen agenda najagen. Deze tijd vraagt meer dan ooit om kunstenaars die hun protest laten horen.”

Pessimisme kan ik me niet veroorloven

Billy Bragg

In zijn boek The Three Dimensions of Freedom (2018) verdedigt Bragg de nieuwe drie-eenheid van vrijheid, gelijkheid en verantwoording (accountability). Ooit noemde hij zich een socialist, maar daar wil hij nu liever van af zijn. „In de laatste decennia heb ik de grote ideologieën als het marxisme en het socialisme achter me gelaten. Ze boden een raamwerk voor maatschappelijke discussie, maar ze gingen aan hun eigen regels en rigide denkbeelden ten onder. Tegenwoordig ben ik meer geïnteresseerd in de bredere uitgangspunten van de democratie. Mijn persoonlijke politiek richt zich op zaken als empathie, compassie en de verantwoordelijkheid die mensen nemen voor hun daden. Cynisme is de grootste vijand van alle krachten die tot een betere wereld kunnen leiden. Mijn activisme bestaat uit het bestrijden van cynisme en onverschilligheid.”

Billy Bragg put hoop uit de opkomst van Black Lives Matter, Extinction Rebellion en de #metoo-beweging. „Het is veelzeggend dat de krachtigste politieke bewegingen van de laatste jaren allemaal draaien om het afleggen van verantwoording. Vrijheid van meningsuiting is een loze term geworden, nu iedereen de grootste onzin kan uitkramen op sociale media. Daar staat tegenover dat je met een camera en een internetaansluiting de autoriteiten ter verantwoording kunt roepen, zoals het gebeurd is bij de dood van George Floyd. Een vrouw van zeventien richtte haar camera op de politie en deelde het filmpje met de wereld. Jonge mensen wijzen de weg naar een maatschappij waarin machthebbers niet meer wegkomen met wangedrag.”

Oplading van activisme

‘There will be a reckoning’, zong hij op het album Tooth & Nail in 2013. Hoe gaat die afrekening zich volgens hem voltrekken? „Iedereen die progressieve denkbeelden aanhangt moet geloven in de goedheid van de mens. De mensheid heeft een zelfreinigend vermogen. Er komen oplossingen voor racisme, seksisme, klimaatverandering en de uitwassen van het kapitalisme. Als zanger met het credo ‘dood aan het cynisme’ kan ik het me niet veroorloven om pessimistisch te zijn. Soms is dat best moeilijk. Ik woon aan zee en in de afgelopen twintig jaar heb ik van nabij ondervonden hoe het klimaat verandert. Het is harder gaan stormen. De temperatuurverschillen zijn extremer. Maar ik bevind me in een bevoorrechte positie. Als ik ergens pissed off over ben, schrijf ik er een lied over. Ik zing het voor een zaal vol mensen, iedereen klapt en ik voel me gelijk een stuk beter. Wanneer ik van het podium kom is mijn activisme opnieuw opgeladen. Het mijn taak om het publiek naar huis te sturen met datzelfde gevoel.”

Gelooft hij nog steeds dat hij met muziek de wereld kan veranderen? „Daar ben ik realistischer in geworden. Toen ik opgroeide was popmuziek de kunstuiting waarmee je je onderscheidde; die je persoonlijkheid reflecteerde. Voor mij was er geen andere optie dan een gitaar omhangen, liedjes schrijven en daar een plaat van uitbrengen. Nu zijn er zoveel andere media. Activisme in de popcultuur heeft zich verlegd naar andere plekken. Toch speelt muziek nog steeds een rol. Jonge artiesten komen met nieuwe invalshoeken. ‘Your Power’ van Billie Eilish is een krachtig statement over machtsmisbruik en seksuele intimidatie. De Engelse zanger Declan McKenna hekelt in ‘British Bombs’ het feit dat wij wapens verkopen aan Saoedi-Arabië. Dat is geen ouderwetse protestsong met een drammerige boodschap, maar een aantrekkelijk popliedje dat uitnodigt tot meezingen. Als je het voor het eerst hoort heb je misschien niet eens in de gaten dat er een misstand wordt aangeroerd. De beste protestsongs van vandaag gaan vermomd als entertainment.”