Opinie

Achter het thuisscherm raast de woede voort

Corona en cultuur

Commentaar

En weer werd de cultuursector niet genoemd, dinsdag. Versoepelingen zijn er voor sekswerkers, sportscholen, dierentuinen en pretparken, niet voor musea, concertzalen en theaters. Cultuurminister Ingrid van Engelshoven (D66) maande tot geduld. Voor wie dringend dorst naar culturele inspiratie is er intussen het ‘dvd’tje’ van demissionair minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA).

Het dedain dat wordt gehoord in de uitlatingen van het kabinet, raakt aan oude pijn over decennialang liberaal kunstbeleid: van CDA-minister Elco Brinkmans definitie van kunst als ‘glijmiddel van de economie’ in de jaren tachtig tot de recente kaalslag binnen de culturele sector onder VVD-staatssecretarisschap van Halbe Zijlstra (2012). Kunst is, kort door de bocht, niet essentieel. En wie in het centrum van de macht durft het na opmerkingen over „witte wijn sippende elite” (Rutte) en Chablis-drinkende liefhebbers van „hoge cultuur” (VVD-Kamerlid Aartsen) nog op te nemen voor het vitale belang van kunst en de heilzame werking van schoonheid en verbeelding op de samenleving?

Naast pijn is er woede over het uitblijven van argumenten bij het uitsluiten van cultuur bij de versoepelingen: juist deze sector ontwikkelde vorig jaar immers al protocollen om veilig open te kunnen. De regering heeft het recht musea, theaters en concertzalen op slot te houden, maar bij dat recht hoort de plicht keuzes te verantwoorden en consistent beleid te voeren. Beide ontbreken.

De verklaring is dat bij het selecteren van versoepelingen de impact van de coronamaatregelen centraal staat (maar hoe meet je die?), een eerlijke verdeling en het principe ‘buiten vóór binnen’. Maar wie die criteria legt naast de feitelijk gemaakte keuzes, wordt weinig wijzer. Kerkgang mag, want religie is een grondrecht: duidelijk. Sporten mag, want gezond: begrijpelijk. Bij shoppen bij IKEA en Primark wordt de discussie troebeler. Daar vraag je je af waarom voor de zo diverse cultuursector, met festivals naast broekzaktheaters en grote rijksmusea naast intieme popzaaltjes, geen maatwerk is toegepast. En waarom niet is gekeken naar, bijvoorbeeld, veilig museumbezoek in België.

Wanneer de dalende trend van de coronacijfers doorzet, heropenen op 9 juni ook in Nederland de musea en de theaters, dan voor dertig personen. Dat zal de onrust temmen, maar niet stillen. Niet zo lang de ratio ontbreekt.

Interessant is wat de omstreden testwet, waarover de Eerste Kamer stemt op 25 mei, nog gaat veranderen. Wenselijk zou zijn dat naast een coronatest een geldig vaccinatiebewijs wordt geaccepteerd om zo snel als mogelijk meer bezoekers tot musea, theaters en zalen toe te laten. Maar voorlopig wacht minister De Jonge op meer wetenschappelijk onderzoek, voorbijgaand aan de wetenschap dat in de VS de richtlijn voor 123 miljoen volledig gevaccineerden is „alle activiteiten precies als voor de pandemie te hervatten”.

Het is geen gebrek aan lobby die de sector parten speelt. De Taskforce Cultuur weert zich actief: 1,6 miljard euro aan coronasteun voor cultuur bewijst dat. Kunstenaars en instellingen toonden zich creatief. Musea dicht, winkels open? Dan hangen we wel een prijskaartje naast de kunst.

Tegelijkertijd lijkt op de achtergrond wel iets van de strijdbaarheid getemperd door veertien maanden aan omboeken, annuleren en streams organiseren. Met als conclusie dat een dvd’tje of stream in niets hetzelfde is als een live-beleving. Achter de thuisschermen razen teleurstelling en woede voort.